Recensie

Recensie

Gloedvolle composities Maarten Hogenhuis Trio behouden live hun impact

Jazz Het zou nog iets woester mogen, maar het Maarten Hogenhuis Trio wist op zaterdagavond toch het publiek te bedwelmen.

Het Maarten Hogenhuis Trio, met Phil Donkin op bas, Hogenhuis op saxofoon en Mark Schilders op de drums.
Het Maarten Hogenhuis Trio, met Phil Donkin op bas, Hogenhuis op saxofoon en Mark Schilders op de drums. Foto Ton Groot Haar
    • Amanda Kuyper

Al een paar jaar valt hij op met een gevoelvolle ronde toon die even helder is als zijn ideeën: tenorsaxofonist Maarten Hogenhuis. Met zijn elegante spel heeft hij de verworvenheden van zijn voorgangers geabsorbeerd, maar ze ondergeschikt gemaakt aan zijn eigen ontspannen manier van vertellen. Hogenhuis doet dat in bands als het vinnig souljazz spelende BRUUT! en Krupa & The Genes. Of in de eigen, melodieuze composities van zijn trio.

Net als op zijn vorige album Mimicry klinkt op het nieuwe album van zijn eigen trio, Rise and Fall, onopgesmukte, dichtbij opgenomen en zacht dwingende jazz. Het trio met de Britse Phil Donkin op bas en Rotterdamse drummer Mark Schilders maakt de noten bijna aanraakbaar. De opnames vonden plaats in een oude kerk in het Friese Oosterbierum. De akoestiek droeg bij aan de muziek en versterkte de improvisaties met een intense diepte.

Drogere akoestiek

Die fraaie extra werd bij het concert in Rotterdam wat gemist. Het trio van Hogenhuis speelde meteen heel lekker, daar niet van, maar de drie hadden in de drogere akoestiek de wind iets minder mee. De composities konden het hebben. ‘Mouchot’s World’, dat er al als melodieuze albumopening uitspringt, bedwelmde met nostalgische ondertoon en de tedere uitvoering. En ook het titelstuk ‘Rise and Fall’ heeft een sterke impact.

Mark Schilders vult de drums nooit zomaar in, maar kiest wat de muziek nodig heeft. Zijn avontuurlijke, percussieve invulling was ontspannen in de timing, losjes vlechtend met Donkins basnoten. De verbetenheid die hij de ‘sticky notes’ meegaf leken ook Hogenhuis weer aan te vuren. Meer en woester zou het nog mogen.

Dat Hogenhuis het ook zoekt in bewerkingen van muziek van hedendaagse popartiesten als Eefje de Visser en de Amerikaanse multi-instrumentalist Louis Cole (‘Your Moon’) voelt heel logisch. En wat bleek: het kleine liedje ‘Lise’ van De Visser had in jazzvorm, steeds lichtjes het thema rakend, alles in zich om ook in de jazz uit te groeien tot mini-klassieker.