Opinie

    • Marjoleine de Vos

Ergens werkelijk in geloven

Hoe anders was de wereld een eeuw geleden. Oké, dat is een cliché en een open deur ineen. Waren de mensen ook anders? Soms denk ik dat de mensen ‘echter’ waren, maar misschien verwar ik mensen met kunstwerken. En ook dan is het nogal een generalisatie. Carry van Bruggen schrijft in haar roman Eva (1927) over de ontwikkeling van een vrouw, beginnend op de eerste dag van de nieuwe (de twintigste) eeuw. Hoezeer Eva zich ook ontwikkelt, één ding blijft ze houden: een gevoelig vermogen tot zelfverdieping. Ze onderzoekt op een intelligente manier de lagen in haar gevoel en overtuigingen, aldoor verlangend naar een onbenoembare waarheid. Niet iets concreets, want ze ziet heel goed, bijvoorbeeld in de opkomende Socialistische Beweging, hoe het verlangen naar rechtvaardigheid onrechtvaardig gedrag legitimeert. Er is geen eenvoudige oplossing voor de gecompliceerdheid van de wereld.

Maar er is wel zoiets als geloof, geloof in onophoudelijk zelfonderzoek en in overgave aan een grotere eenheid. Het boek eindigt met serene rust, die geen antwoord is, maar een tijdelijk evenwicht.

Ik zag ook een film, Vox Lux van Brady Corbet, over de ontwikkeling van een jonge vrouw, maar nu in het begin van déze eeuw. De film was er duidelijk op uit iets over onze tijd te zeggen en onze tijd is dan een bedreigende tijd. Van een schietpartij op een school, waar de hoofdpersoon zwaar gewond bij raakt, via de Twin Towers tot een IS-achtige aanslag in 2017 is er de dreiging van vernietiging. En de hoofdpersoon, een popster, zet daar wat tegenover: popmuziek. Het fijne daaraan, zegt ze als ze nog jong is, is dat je er niet te veel over na hoeft te denken. Ze wil de mensen gewoon een goed moment bezorgen, eventjes gelukkig maken. En aan het slot zien we dat zij, min of meer verwoest door haar popsterrenleven, dat inderdaad doet: haar ongelukkige zus en depressieve dochter (de adjectieven kun je ook omkeren) staan lachend bij haar triomfantelijke popshow.

Natuurlijk is het willekeurig om deze twee werken tegenover elkaar te zetten. En het is ook onzin om op grond van Van Bruggens roman te zeggen dat er een eeuw geleden ‘echtere’ kunstwerken met diepzinniger mensen erin gemaakt werden dan nu. Maar er viel me wel iets op dat toch algemeen lijkt: het gebrek aan geloof in iets betekenisvols. Tijden vergelijken is altijd oppervlakkig, en daar gaat het ook niet om, ik zocht naar het gevoel dat werd uitgedrukt. De troost van de oppervlakte – éven verstrooiing bij doorsnee muziek en standaarddansjes – tegenover het tijdelijk gevonden evenwicht in diep doordenken en doorvoelen van hoe de wereld is. Carry van Bruggen maakte vijf jaar na verschijning van Eva een eind aan haar leven. Het valt moeilijk vol te houden dat diep doorvoelen een beter antwoord is dan gewoon even lekker dansen en zingen op banale muziek. De film Vox Lux schetst van alles, trekt wat lijntjes, maar komt met weinig meer dan de angst en de oppervlakkigheid van deze tijd. Die zie je dan, en dat is nogal saai om naar te kijken. Protest en/of ironie is goed om je wakker te schudden, maar als je al wakker was heb je er niet meer zoveel aan. Het gaat uiteindelijk natuurlijk ook niet om het antwoord. Het gaat om wat er te beleven valt aan het kunstwerk. Bij Van Bruggen is dat steeds weer een intensivering van existentiële vragen, zij het dat die soms ook zeer tijdgebonden zijn. Toch zijn de gedachten vrij, en vrijmoedig. Tot slot is er de erkenning dat er geen antwoord is. De film lijkt te zeggen dat we niets anders meer hebben dan wat verstrooiing, maar zonder een moment een poging tot verdieping te doen. Het gebrek aan het vermogen om ergens werkelijk in te geloven – als dát onze tijd is, lijkt me dat wel erg.

Marjoleine de Vos is redacteur van NRC.