Recensie

Recensie Muziek

De stem van ‘Rod the Mod’ is zo sterk niet meer

Pop De 74-jarige Rod Stewart was zondagavond in de Ziggo Dome op zijn best op momenten dat hij het sober hield. De overdaad die hij uit Las Vegas meebracht, doet verlangen naar eenvoud.

Rod Stewart trad zondagavond op in de Ziggo Dome. Veel ruimte voor nieuw materiaal was er niet.
Rod Stewart trad zondagavond op in de Ziggo Dome. Veel ruimte voor nieuw materiaal was er niet. Foto Paul Bergen

Humor zit bij Rod Stewart in een klein hoekje. De 74-jarige zanger hoeft de waarheid maar te vertellen om de lachers op zijn hand te hebben. „Dit nummer schreef ik in maart 1971,” introduceerde hij ‘Maggie May’, „de exacte maand waarin mijn huidige echtgenote werd geboren.”

Hij is grootvader, vader van acht en een naar Los Angeles geëmigreerde Londenaar met een bijna zestigjarige staat van dienst. Sir Roderick Stewart heeft zijn show afgestemd op Las Vegas. Al bij het tweede nummer ‘Some Guys Have All the Luck’ verschenen er roulettetafels op de enorme schermen die het podium omlijstten. Zijn muzikanten gingen gekleed in witte smokings, met gitaristen die meer op Willem Ruis leken dan op Stewarts oude kompaan Ronnie Wood. Dames in ultrakorte panterjurkjes flankeerden hem als achtergrondzangeressen, banjospeler of harpiste.

‘Rod the Mod’ is nog altijd de sympathieke boef die het publiek betrekt bij zijn plannen: ,,We gaan vanavond 23 nummers spelen, tel ze maar na.” Van ‘Young Turks’ tot ‘Baby Jane’ nam hij een vreugdevolle greep uit zijn verleden.

Nieuw werk ontbreekt

Nieuwe platen als het recente album Blood Red Roses zijn een bijna zinloze exercitie geworden, want Stewart put vooral uit klassiekers als ‘Tonight I’m Yours’ en de onweerstaanbare meezinger ‘Sailing’. Het enige nieuwe nummer, ‘Hole in my Heart’, droeg hij op aan een vriend „die nog geen ei kon bakken toen zijn vrouw hem had verlaten.”

Zijn stem van versleten schuurpapier is er in de loop der jaren wat zwakker op geworden. Aan ‘Maggie May’ ontbrak de dynamiek van het origineel en Stewart verdween verschillende malen van het podium voor overbodige, door zijn band gespeelde covers van Mark Knopfler en Fleetwood Mac. Op zijn best was hij toen hij het sober hield in de bluesstandard ‘I’d Rather Go Blind’ van Etta James.

„Zingen is de mooiste baan ter wereld,” begon hij een blokje akoestische nummers. „Het is goed voor het hart, de ziel en de longen. Niet zo goed voor ingegroeide teennagels, ben ik bang.” Bloedserieus wierp hij zich vervolgens op de ballades ‘I Don’t Want To Talk About It’ en ‘The First Cut Is the Deepest’, toonbeelden van Stewarts talent als vertolker van andermans materiaal. Bij Van Morrisons ‘Have I Told You Lately’ schoot het door naar oversentimenteel.

Zijn liefde voor voetbal liet hij blijken met een open doekje voor Ajax. Vroeger schoot hij voetballen de zaal in, dit keer liet hij dat grotendeels over aan lanceermachines die de ballen tot de hoogste balkons van de Ziggo Dome lieten reiken. Honderden gekleurde ballonnen bij ‘Da Ya Think I’m Sexy?’ maakten het feest overdadig. Het deed verlangen naar een eenvoudiger aanpak a la Johnny Cash’ American Recordings, waarbij het nog eens echt om Rod Stewarts unieke plek als een van de grootste zangers uit de pophistorie draait.