Als oude zzp’er je enkel breken? Pech gehad

Arbeidsongeschiktheid Veel zelfstandigen van boven de zestig zijn niet verzekerd tijdens hun werk: te duur, aldus verzekeraars. Minister Koolmees wil een oplossing.

Zzp’er Wieger de Vries schreef een brief aan minister Koolmees nadat hij onverzekerd zijn enkel brak tijdens het werk.
Zzp’er Wieger de Vries schreef een brief aan minister Koolmees nadat hij onverzekerd zijn enkel brak tijdens het werk. Foto Kees van der Veen

‘Één, twéé, drie, misschien wel vier” aanvragen voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering deed hij negen jaar geleden. Maar telkens was het: „Nee, kan niet meer.” Te oud, te duur, te groot risico voor verzekeraars. Vijfenvijftig was Wieger de Vries toen, nu is hij bijna vijfenzestig. Sinds hij zelfstandig binnenvaartschipper werd in 2012 loopt hij dus, tegen zijn zin, onverzekerd rond.

Vorige zomer ging dat nog bijna mis: ongeluk aan boord van het schip, gebroken enkel. Veertien dagen zat De Vries al met zijn voet omhoog, toen het oordeel van het ziekenhuis kwam: „Zes maanden zou ik zoet zijn.” Dat kón dus niet. Want geen werk betekende geen geld en zonder arbeidsongeschiktheidsuitkering had De Vries „geen idee” hoe hij dat verlies aan inkomen moest bekostigen. In oktober vorig jaar besloot hij daarom een brief naar minister Wouter Koolmees (SZW, D66) te schrijven, waarin hij zich hierover beklaagde.

De Vries is, zoals hij dat zelf verwoordt, „uit het assertieve hout gesneden”. Hij herstelde uiteindelijk onverwacht snel – de zes maanden bleken er slechts anderhalf. En in die zes weken liet hij het er niet bij zitten. De Vries spitte „een hele papierwinkel” door, om dan toch in ieder geval een hoop onkosten („een scootmobiel, schade aan het schip”) van zijn verzekeraar vergoed te kunnen krijgen.

Maar zo vasthoudend is niet iedereen, kon hij zich indenken. Dus bleef het knagen: hij hád het verlies aan inkomen willen voorkomen. Hij wílde zich verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid. Maar net zoals bij zo veel zzp’ers (zelfstandigen zonder personeel) van vijfenvijftig jaar en ouder met een zwaar beroep, weigerde de verzekeraar dat.

De Vries: „Het is eigenlijk een gotspe dat die hele groep wordt vergeten. Al deze mensen hebben een hypotheek, vaak een gezin, zijn misschien kostwinner. Gebeurt er iets ernstigs, dan moeten zij het nog zo’n twaalf jaar zonder inkomen uitzingen. Bijna niemand kan zo’n enorme buffer tijdens zijn loopbaan bij elkaar sparen.”

Op zijn brief kwam aanvankelijk een kort antwoord van de afdeling communicatie van het ministerie, maar begin vorige maand was daar ineens een reactie van vijf kantjes, van de minister zelf. Niet dat De Vries daar nou „zo blij” van werd, maar er werd „eindelijk inhoudelijk gereageerd.”

Miljoen zzp’ers

Volgens de meest recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), is slechts 19 procent van de bijna een miljoen zzp’ers met een hoofdinkomen uit ondernemerschap in Nederland, verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid.

Hoe hoog de premie van een arbeidsongeschiktheidsverzekering (aov) voor een zzp’er is, hangt af van het type verzekering, iemands leeftijd en gezondheid en de ‘zwaarte’ van het beroep – de kans die je als zelfstandige loopt op een beroepsziekte (zoals een burn-out) of een bedrijfsongeval. Bij particuliere verzekeraars komt dit bij een gemiddelde leeftijd en een veilig beroep neer op 6 procent van het inkomen, en bij een zwaar beroep op 14 procent van het inkomen. Ter illustratie: bij een modaal inkomen is dat zo’n 432 euro per maand met een zwaar beroep en 185 euro met een veilig beroep. Een goedkoper alternatief is een ‘broodfonds’, een collectief van zelfstandigen, die samen geld opzij zetten om bij ziekte maximaal twee jaar uit te kunnen betalen.

Uit onderzoek van CBS en onderzoeksinstituut TNO uit 2017 blijkt dat 70 procent van de zzp’ers een particuliere verzekering te duur vindt. Maar ook als zij het geld er wél voor over hebben, is het voor oudere zzp’ers niet zo vanzelfsprekend dat zij zich überhaupt kunnen verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid. Onder particuliere verzekeraars is het gangbaar een ‘eindleeftijd’ van zestig jaar voor zzp’ers te hanteren, ruim zes jaar voor de pensioengerechtigde leeftijd van de AOW. Werkt iemand langer door, dan is hij dus niet verzekerd tot aan het pensioen.

Voor zware of risicovolle beroepen geldt daarbij ook een maximale ‘acceptatieleeftijd’, die gemiddeld nog eens zo’n vijf jaar onder de eindleeftijd ligt. Zo was Wieger de Vries vóór 2010 al zzp’er geweest, en had destijds gewoon een aov. Maar toen hij die op zijn vijfenvijftigste opnieuw wilde afsluiten, bleek dat niet meer mogelijk.

Het precieze acceptatiebeleid verschilt per particuliere verzekeraar, maar voor alle verzekeraars geldt dat het risico bij een dekking vanaf zestig jaar tot aan de AOW-leeftijd dusdanig groot is, dat de maandelijkse kosten veel te hoog worden. Volgens Paul Koopman, woordvoerder van het Verbond voor Verzekeraars, moet een verzekeraar „vele tonnen” per zzp’er reserveren, wil het iemand tot aan de AOW-leeftijd dekken. Om de boel betaalbaar te houden weigert de verzekeraar zzp’ers daarom na een bepaalde leeftijd nog te verzekeren.

Omscholing

De vraag is nu wát er moet gebeuren om een aov ook voor oudere zzp’ers betaalbaar te maken. In de brief die minister Wouter Koolmees naar Wieger de Vries stuurde, schreef hij dat hij geen heil ziet in het aanpassen van de aov voor deze groep. In zijn ogen ligt het „meer voor de hand om in te zetten op het reduceren van het arbeidsongeschiktheidsrisico”, door „snelle reïntegratie en omscholing”. Met andere woorden: oudere zzp’ers omscholen tot een minder zwaar beroep, zodat de kans groter is dat ze gezond doorwerken tot aan de AOW-leeftijd.

Ook Koopman pleit vooral dáárop in te zetten: voorlichting, omscholing en het voorkomen van arbeidsongeschiktheid. „Je moet je afvragen in hoeverre het maatschappelijk wenselijk is dat mensen op hoge leeftijd zwaar werk doen.” Omscholing of reïntegratie naar minder zwaar werk kan dan bijvoorbeeld een polisvoorwaarde voor een particuliere aov zijn. Koolmees zegt hierover in gesprek te gaan met verzekeraars.

Maar De Vries koos juist voor het varen, omdat hij merkte dat de arbeidsmarkt voor iemand van zijn leeftijd bepaald niet gemakkelijk was. Het ondernemerschap bood hem, als 55-plusser, uitkomst. Bovendien vraagt hij zich af of omscholing de premie voor oudere zzp’ers daadwerkelijk goedkoper maakt. Hij is, net zoals werkgeversorganisatie AWVN en verschillende politieke partijen (waaronder CU en CDA), eerder voor een verplichte verzekering voor alle zzp’ers, zodat het risico en de kosten gespreid worden over de hele groep. Want „zolang elke zzp’er wordt gedwongen zoiets individueel te regelen, blijf je veel te duur”, aldus De Vries.