Opinie

Aanpak oneerlijke handel goed, maar niet met deze middelen

China

Commentaar

Een jaar duurt inmiddels het handelsconflict tussen Amerika en China. In juli 2018 voerde de Amerikaanse president Donald Trump een eerste reeks importtarieven in op 50 miljard dollar aan Chinese goederen. Inmiddels is dat opgelopen tot tarieven op 200 miljard aan goederen. China deed hetzelfde met Amerikaanse producten.

Beide landen zeggen zich sindsdien in te spannen om het opgelaaide handelsconflict tot een goed einde te brengen. Maar begin vorige week ging het ineens weer de verkeerde kant op. Voorafgaand aan weer een ronde gesprekken, de elfde, kondigde Trump aan de bestaande tarieven op de 200 miljard aan goederen te zullen verhogen van 10 naar 25 procent. Ook dreigde hij op nog eens 300 miljard dollar aan Chinese goederen heffingen in te voeren.

Beurzen wereldwijd reageerden gespannen op de oorlogstaal. Dat is begrijpelijk: het heffen van tarieven is slecht voor de economische groei aan beide kanten van het conflict.

Vlak voor het weekend en tijdens de onderhandelingen maakte Trump zijn dreigement waar. Zijn handelsgezant Robert Lighthizer zei deze maandag met details te komen over de tarieven op de nieuwe lijst producten. China reageerde met de aankondiging tegenmaatregelen te nemen en ontkende en passant terug te zijn gekomen op eerdere afspraken, een verwijt dat de Amerikanen hun hadden gemaakt.

Er staat echter veel meer op het spel dan tarieven van 10 tot 25 procent op staal, sojabonen en wat dies meer zij. Uiteindelijk gaat dit conflict over de plek die China en de Verenigde Staten hebben binnen de wereldeconomie.

China is sinds zijn toetreding tot de Wereldhandelsorganisatie in 2001 met een ongekende inhaalslag bezig geweest. Het land heeft zich met keihard werken, een strak geleide planeconomie, gigantische investeringen in technologie en infrastructuur en het structureel aan zijn laars lappen van internationale intellectuele eigendomsrechten opgewerkt tot een geduchte tegenstander.

Dat de VS daar wat aan pogen te doen is logisch, zeker omdat China het economisch spel niet altijd even eerlijk speelt en democratische verantwoording voor het gevoerde beleid nog altijd een illusie is. De vraag is of de middelen die de VS daarbij inzetten de meest effectieve zijn.

Trump blijft benadrukken dat zijn maatregelen goed zijn voor de Amerikaanse economie. Dat is onzin. Uiteindelijk is het de Amerikaanse burger die een hogere prijs betaalt voor producten uit China en daarmee de rekening voor Trumps stoere woorden. Het IMF becijferde al dat de Amerikaanse economie 0,6 procentpunt minder hard groeit door de handelsoorlog, de Chinese economie heeft er nog meer last van: 1,5 procentpunt minder groei.

Het feit dat de onderhandelingen dit weekend werden stopgezet zonder dat ze echt klapten biedt een klein beetje hoop. De verhoogde tarieven van Trump gelden voor producten die vanaf afgelopen vrijdag het Chinese vasteland verlaten. Gegeven de gemiddelde reistijd van een schip vol Chinese producten naar de Amerikaanse oostkust (twee tot vier weken), geeft dat beide partijen wat extra onderhandelingstijd.

Het valt te hopen dat Trump en Xi die tijd zinnig gebruiken met inhoudelijke gesprekken om een einde te maken aan de handelsoorlog. Dat is echt het beste voor iedereen. De achterliggende structurele problemen kunnen dan via het diplomatieke verkeer worden aangekaart. Liefst zonder dat de wereldeconomie daar schade van ondervindt.