Enkele pagina’s, inclusief weggelakte passages, uit het eindrapport van speciaal aanklager Mueller naar Russische inmenging in de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016.

Foto Cliff Owen/AP

‘FBI-onderzoek naar Trump ging altijd over Rusland. Punt’

FBI en Trump Waarom opende de FBI-top in 2016 een onderzoek naar presidentskandidaat Donald Trump? Niet om hem ten val te brengen, zegt James Baker, destijds de hoogste jurist bij de federale recherche.

De FBI plande geen coup tegen Donald Trump. „Het woord is voor zover ik weet nooit gevallen en als ik het had gehoord, dan had ik ontslag genomen, ik had het gemeld, wat dan ook, ik had in elk geval geprobeerd het te stoppen.”

James Baker, als general counsel de hoogste juridische werknemer van de federale recherche FBI tussen 2014 en 2018, liet zich vrijdag interviewen bij de denktank Brookings Institute in Washington.

De kernvragen van interviewer en juridisch expert Benjamin Wittes waren: hoe is het onderzoek van de FBI naar de campagne van Donald Trump begonnen en was het gewettigd? Het zijn vragen die vooral van de kant van de aanhangers van Trump kwamen toen het onderzoek van speciaal aanklager Robert Mueller nog liep. De president zelf had het antwoord al klaar: het onderzoek was volgens hem doorgestoken kaart en een heksenjacht.

Na de verschijning van de geredigeerde versie van het Mueller-rapport van 448 pagina’s dik, vorige maand – met de conclusie dat er geen bewijs is gevonden dat Trump of iemand in zijn campagne met de Russische regering heeft samengespannen om de presidentsverkiezingen van 2016 te beïnvloeden – klinken de verwijten alleen maar luider.

Ze kregen extra gewicht doordat minister van Justitie William Barr ze vorige week in een Senaatsverhoor legitimeerde en alvast, terwijl er nog onderzoeken naar lopen, zei dat er destijds „mensen in de top van de FBI” waren die bevooroordeeld waren tegen Trump. Hij zei opnieuw dat de FBI had „gespioneerd” in de Trump-campagne. Waarmee hij de mogelijkheid nadrukkelijk openhield dat het onderzoek niet op juridisch goede gronden is geopend.

Afluistervergunning

Baker heeft als hoofdjurist enkele belangrijke stappen in het onderzoek helpen zetten. Een bij de Trump-aanhang omstreden document, voor het toestaan van het afluisteren van een campagnemedewerker, is door zijn handen gegaan voor het naar de toenmalige minister van Justitie werd gestuurd.

Waarom, vroeg Benjamin Wittes aan Baker, stond op dat document niet in grote rode letters dat deze campagnemedewerker bij de FBI in het vizier was gekomen dankzij een dossier dat in het kader van de presidentscampagne was betaald door Trumps rivaal Hillary Clinton? „Waarom stond het in een voetnoot?” Baker, behoedzaam en op sommige vragen terughoudend antwoordend met het oog op vertrouwelijke informatie, schoof naar voren en zei: „Het stond in een voetnoot van een pagina lang. Niemand zou die over het hoofd zien, laat staan de speciale rechters die dit soort documenten moeten beoordelen.”

Lees ook: Wilde de FBI Trump laten struikelen?

Wat de oorsprong van het onderzoek betreft, was Baker ondubbelzinnig. „Het ging altijd over Rusland. Punt.” De FBI zag aanwijzingen dat Rusland zich aan het mengen was in de Amerikaanse presidentsverkiezingen en deed daar onderzoek naar. „Als er dan Amerikanen ons pad kruisen in dat onderzoek, dan volgen wij ook hen. Wij kijken overal waar het onderzoek naar de Russen ons heen leidt.”

De Amerikaan die het pad van de FBI kruiste, was George Papadopoulos, een jonge medewerker van Trumps campagne. Hij probeerde contact te leggen met Russen die belastende informatie over Hillary Clinton zouden hebben. De FBI werd hierover getipt door een Australische veiligheidsdienst. „Dat goudklompje werd ons aangereikt in een tijd dat we zagen dat de Russen e-mails van Clinton stalen en lieten dumpen. Op zo’n moment geen onderzoek doen naar die medewerker en die campagne zou plichtsverzuim zijn geweest. Wij wilden een aanval van de Russen op ons land afslaan. Ik beschouwde het als een invasie.”

Informatie werd geverifieerd

Het onderzoek naar de Trump-campagne, onderstreepte Baker, werd niet geopend op basis van het dossier dat de Democratische campagne had gekocht. Het was samengesteld door Christopher Steele, een Britse oud-inlichtingenman met wie de FBI eerder zaken had gedaan en die geloofwaardig werd geacht. „Sommige informatie uit dat rapport is door Mueller weerlegd”, wierp Wittes tegen. Baker: „We geloven nooit iemand blind. We krijgen elke dag informatie en gaan die verifiëren. Deze informatie is maandenlang geverifieerd door onze afdeling contraspionage. We wegen mee dat het is verzameld in het kader van een politieke campagne, dat delen van de informatie afkomstig kan zijn van de Russen, we kijken of er details in staan die wijzen op unieke kennis, en dat alles leidt tot een conclusie. Zo gaat dat in elk FBI-onderzoek.”

Baker zei zich te hebben verbaasd over Barrs woorden. „De inspecteur-generaal van Justitie heeft steeds het onderzoek getoetst. Heeft hij iets geks gevonden wat nog niet naar buiten is gebracht?” Hij zei dat hij „in goed vertrouwen” afwacht waar de inspecteur-generaal mee komt. „Ik ben ervan overtuigd dat ik de juiste afwegingen heb gemaakt in dit onderzoek. Wij hebben de staatssecretaris van Justitie, die op dit punt de minister verving, bij elke stap op de hoogte gehouden. We hebben de belangrijkste mensen in het parlement op de hoogte gehouden.”