Recensie

Recensie Muziek

Een dirigent van elegante gebaren en gewaagde contrasten

Klassiek Het is een fascinerend proces: hoe zal de dirigeercarrière van Gustavo Gimeno, zes jaar terug nog slagwerker in het Concertgebouworkest, zich ontwikkelen?

Dirigent Gustavo Gimeno begon als slagwerker in het Concertgebouworkest.
Dirigent Gustavo Gimeno begon als slagwerker in het Concertgebouworkest.
    • Mischa Spel

Het pleit voor Gimeno, nu chef-dirigent in Luxemburg en net benoemd in Toronto per 2020, dat hij zijn carrière rustig opbouwt én weloverwogen risico niet schuwt. Zoals het leiden van het Orkest van de Achttiende Eeuw, dat met Gimeno letterlijk buiten zijn fundamenten trad in een 19de-eeuws Schumann-programma – in grotere bezetting dan doorgaans en in steeds wisselende zalen (en akoestieken).

Gimeno is een dirigent van elegante gebaren, die hij inzet voor gewaagde versnellingen en vertragingen en gekruide volumecontrasten. Dat Schumanns Eerste symfonie toch niet geheel overtuigde lag niet aan een gebrek aan eigenheid of aan het uitstekend spelende Orkest van de Achttiende Eeuw, waarvan het milder klinkende historische instrumentarium natuurlijk wel confronteert met een ander, milder klankbeeld dan het vertrouwde, modern-symfonische. Maar hoe bewegen motieven zich door het orkest? Welke stemmen nemen het voortouw? Vaak bleef de totaalklank hier wat monochroom, en de uitwerking wat losjes.

In het Celloconcert van Schumann werkte het Orkest samen met de Franse cellist Jean Guihen-Queyras: een uitstekende match. Queyras is geen solist van bijterige of ronkende excentriciteiten, maar van vloeiende, lichte lyriek en welsprekende, heel eigen fraseringen.

In wisselwerking met het orkest realiseerde hij een uitvoering met momenten die je de adem benamen van poëtische klankschoonheid – bij voorbeeld in de duo-passage met orkestcellist Richte van der Meer – én passages waarin een wat woestere romantische bravoure niet zouden hebben misstaan. Met de Prelude uit Bachs Eerste Cellosuite als toegift bestendigde Queyras met zijn jaloersmakende speelgemak zijn reputatie als muzikaal voordrachtskunstenaar.

De Tweede Symfonie overtuigde meer dan de Eerste: scherpe uitersten tussen beschouwelijkheid en gevoelsuitbarstingen gaven het stuk een authentieke weerbarstigheid.