Opinie

    • Marike Stellinga

Meer papier, minder interesse

Het zou een jaarlijks hoogtepunt voor de Tweede Kamer moeten zijn, maar zo voelt het zelden. Woensdag is het Verantwoordingsdag, ook wel: Gehaktdag. Waar Prinsjesdag het hoogtepunt vormt voor de plannen die kabinetten maken, zou Verantwoordingsdag dat voor de controle door de Tweede Kamer moeten zijn: wat is er van die plannen terechtgekomen?

Bij het ritueel op de derde woensdag van mei hoort een kritisch rapport van de Rekenkamer. Daarin staat steevast dat vaak onduidelijk is of beleid doeltreffend is: bereikt het de mensen die de regering wil helpen? In de woorden van Rekenkamer-voorman Arno Visser: „Wordt het geld van belastingbetalers zinnig en zuinig besteed?”

Door de decentralisatie van taken naar gemeenten, neemt de onduidelijkheid toe. Wrang voorbeeld: de jeugdzorg. Gemeenten kampen met dusdanige tekorten dat ze deze week dreigden die taak terug te geven aan het Rijk. Sinds 2015 voeren ze de jeugdzorg uit: de budgetten die ze krijgen dalen maar het aantal zorgkinderen stijgt. Inmiddels is er breed behoefte te weten waarom. Minister Hugo de Jonge (Zorg, CDA) bestelde een aantal onderzoeken maar die verklaren maar een deel.

De Rekenkamer waarschuwde hier destijds al voor, zei Visser deze week op Radio 1. „Ik heb tegen gemeenten gezegd: over een paar jaar zegt u geld tekort te hebben, maar niemand weet of het waar is. Een geruststelling: er is ook niemand die weet of het niet waar is.” Bij de decentralisatie zijn geen afspraken gemaakt over hoe je meet waar geld heen moet gaan. Visser: „Dat is het probleem waarin we nu zitten: hoe weet je nou hoeveel geld je nodig hebt voor deze taken?”

Je zou uit de kritiek van de Rekenkamer de conclusie kunnen trekken dat de overheid weinig aan evaluatie doet. Nee joh, dit is Nederland. We evalueren ons gek. Elk ministerie moet eens in de zeven jaar al het beleid doorlichten. Sinds 2011 zijn er 132 beleidsdoorlichtingen geweest, telde onderzoeksbureau SEO. Maar die „werken niet zoals ze zijn bedoeld”. Het is moeilijk om er wat van te leren, aldus SEO.

In 1998 én in 2013 zijn er zelfs heuse operaties gestart om het evalueren te verbeteren. Het leverde beide keren te weinig op, constateerden de topambtenaren van de Studiegroep Begrotingsruimte in 2016. De nadruk bij evaluaties ligt op verantwoorden (kijk wat we hebben bereikt!), niet op leren (dat had beter gekund!). Ze adviseerden het opnieuw te proberen.

Minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) start nu een nieuwe operatie: „Inzicht in Kwaliteit.” Je zou van de plannen blij kunnen worden, maar Hoekstra plaatst meteen al een kanttekening bij zijn eigen aanpak: „Het risico op een papieren exercitie ligt op loer.” Ja, zo wordt het nooit wat, want dat heeft Hoekstra zelf in de hand.

De vraag is namelijk of ministers wel willen weten wat de impact van beleid is. Voor ministers en ambtenaren is „de winst van een positieve evaluatie doorgaans lang niet zo groot als het afbreukrisico bij een slechte uitkomst”, schreven de topambtenaren in 2016. Alleen een minister met een heilig vuur dwingt goede evaluaties af. Het gevaar is dat er nu een nieuwe ronde ongemotiveerd doorlichten komt. Steeds meer papier, steeds minder interesse. Maar beleid is geen foldertje dat je uitdeelt op straat om kiezers te werven. Beleid gaat over hulp die mensen echt nodig hebben. Of niet, en dat wil je ook weten.

Marike Stellinga is econoom en politiek verslaggever. Ze schrijft elke week op deze plek over politiek en economie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.