Het nieuwe datadieet van Google en Facebook

Techbedrijven Google belooft minder data te verzamelen, Facebook predikt ‘privacy als de toekomst’. Gaan beide techbedrijven werkelijk op datadieet of hopen ze zo strengere regulering te vermijden?

Op ontwikkelaarscongres I/O belooft topman Sundar Pichai dat Google meer kan met minder data.
Op ontwikkelaarscongres I/O belooft topman Sundar Pichai dat Google meer kan met minder data. Foto Josh Edelson/AFP

Alsof ze het hadden afgesproken. Google en Facebook, beiden groot geworden met gratis diensten en online advertenties, beiden bekritiseerd om hun onstilbare datahonger, beloven dat ze minder gegevens van consumenten gaan verzamelen.

Afgelopen week hield Google zijn ontwikkelaarsconferentie in het Shoreline Theatre in Mountain View, met als motto ‘meer doen met minder data’. Internetters krijgen bijvoorbeeld de mogelijkheid om hun digitale sporen na een paar maanden automatisch te laten verwijderen of ‘incognito’ te blijven in Google Maps of YouTube.

Daarnaast belooft Google meer informatie op Android-smartphones zelf te analyseren en niet elke toetsaanslag of spraakopdracht stante pede naar de cloud te sturen. Het is een opmerkelijke stap van een bedrijf dat altijd hamerde op de rekenkracht van zijn datacentra.

Een week eerder, een paar kilometer verderop in San Jose, beloofde Mark Zuckerberg op Facebooks F8-congres dat het sociale netwerk berichten van gebruikers „niet langer dan nodig” wil opslaan. Hoe lang dat precies is, is niet duidelijk. Maar „de toekomst is privé” aldus Zuckerberg, die drie netwerken – Messenger, Instagram en WhatsApp – wil samenvoegen tot één nieuw chatsysteem. Inclusief goede versleuteling, zodat het concern Facebook geen inzage heeft in wat er in berichten staat. Maar Facebook ziet wel wie met wie praat, waar en wanneer. Die informatie is minstens zo waardevol als je advertenties verkoopt.

Zuckerberg kreeg de lachers op zijn hand toen hij aan het begin van zijn toespraak constateerde dat Facebook op privacyterrein niet de beste reputatie heeft – „en dan druk ik me nog mild uit.” Zelf vond hij het ook een leuk grapje.

Groeiend ongemak

Door de aanhoudende privacyschandalen bij Facebook en groeiend ongemak over de macht van Google en diens dochter YouTube klinkt in de VS de roep om strengere regulering van de techsector.

Amerikaanse consumenten zijn de controle over hun eigen data kwijtgeraakt. Niet alleen aan techbedrijven: ook telecombedrijven verkopen locatiedata van klanten aan de hoogste bieder.

De staat Californië heeft de privacyregels al aangescherpt en er wordt gesproken over federale wetgeving, in navolging van de EU die vorig jaar de AVG invoerde.

Facebook hangt in de VS ook een miljardenboete boven het hoofd na het Cambridge Analytica-schandaal. Door uit eigen beweging op datadieet te gaan, of op zijn minst die suggestie te wekken, hopen Google en Facebook te voorkomen dat ze van de wetgever het mes in hun dataverzameling moeten zetten. Of – erger nog– het bedrijf moeten opsplitsen.

Die maatregel wordt vaker geopperd naarmate de machtsconcentraties blijven groeien. Google heeft veruit de populairste zoekmachine, maar telt ook al wereldwijd 2,5 miljard Android-gebruikers en 2 miljard maandelijkse YouTube-kijkers.

De Facebook-familie bestaat samen met WhatsApp en Instagram uit 2,7 miljard gebruikers. Facebooks mede-oprichter Chris Hughes riep daarom deze week in The New York Times op tot opsplitsing van het bedrijf. Zijn punt: Mark Zuckerberg is best een aardige jongen, maar hij heeft veel te veel macht als beheerder van de drie belangrijkste communicatieplatforms, en 60 procent stemrecht in het Facebook-bestuur.

Er is ook een techbedrijf dat om strengere regels roept en het vuurtje onder Facebook en Google graag opstookt: Apple. De iPhone-maker gaat er prat op dat het zo weinig mogelijk van zijn klanten wil weten. Uit het oogpunt van privacy wordt zoveel mogelijk data op de iPhone zelf bewaard en geanalyseerd, buiten bereik van Apple. Zo distantieert Apple (met een jaaromzet van 265 miljard dollar) zich van de gratis diensten van Facebook (jaaromzet 55 miljard dollar) en Google (137 miljard dollar) en hun advertentienetwerken.

Geheim voor Google

Bij de opening van Googles ontwikkelaarsconferentie valt het woord advertenties niet één keer. Het draait om diensten die nieuwe gebruikers moeten aantrekken en hun vertrouwen vasthouden.

Vandaar Googles motto ‘meer doen met minder data’. Een autodelete-knop wist web- en locatiegegevens desgewenst na drie maanden, met de ‘incognitomodus’ kun je in het geheim de zoekmachine of YouTube gebruiken, zonder dat Google het onthoudt.

In zijn openingswoord beschrijft topman Sundar Pichai Googles ontwikkeling van een site die je ‘helpt antwoorden te vinden’ naar een dienst die ‘helpt dingen te realiseren’. Het is het verschil tussen de traditionele zoekmachine en de moderne, door kunstmatige intelligentie aangedreven persoonlijke assistent.

Google Assistent is een digitale hulp die aan een half woord genoeg heeft. Tenminste, als je Google toegang geeft tot je privéleven. Want Google wil niet per se minder data, maar andere data. Nog persoonlijker liefst.

De Assistent moet bijvoorbeeld weten wanneer je partner jarig is, zodat je gewaarschuwd kan worden om bijtijds een cadeautje te kopen. Ook kun je het adres van je ouderlijk huis invullen. Altijd handig om met één spraakcommando te horen hoe het weer bij je ouders is, volgens de Google-demo.

Behulpzaam huis

Een terrein waar Google uitbreidt is het smart home, inmiddels omgedoopt tot ‘behulpzaam huis’. Door integratie met Nest (maker van de slimme thermostaat, beveiligingscamera’s en rookmelders) krijgt Google toegang tot apparaten die met Google Assistent te koppelen zijn.

Dit is Googles antwoord op Amazon, wiens slimme speaker marktleider is in het smart home. Google kocht Nest in 2014 voor 3,2 miljard dollar. Destijds was de belofte dat geen data van Nest-klanten gebruikt zou worden. Nu probeert Google ze toch met zachte hand naar een Google-account te loodsen.

Het centrum van het behulpzame huis moet de Google Nest Hub worden. Het is een zogeheten slim scherm met camera en luidsprekers. Een opvallende functie is Face Match: de Nest Hub scant gezichten van gezinsleden om iedereen meteen zijn eigen agenda voor te schotelen.

Videobeelden, geluidsopnames en data van sensoren in en rond het huis zullen we niet gebruiken voor het personaliseren van advertenties, belooft Google. Maar interacties met de Google Assistent worden wel gebruikt om het gebruiksprofiel bij te slijpen.

WhatsApp op het aanrecht

Ook Facebook ontwierp een scherm voor het smart home; een apparaat dat onder de naam Portal door het leven gaat. De gadget, dit jaar ook te koop in Europa, is bestemd voor gebruik in de woonkamer of op het aanrecht in de keuken. Al inzoomend volgt Portal de gebruikers met de ingebouwde camera door het huis en kan gesprekken voeren via Messenger en straks ook WhatsApp.

Facebook beschouwt WhatsApp als de basis voor een nieuw allesoverkoepelend chatnetwerk, dat gebruikers meer controle biedt over hun data – waar berichten en foto’s ook niet meer voor de eeuwigheid worden bewaard. Zuckerberg noemt het een ‘digitale huiskamer’, in tegenstelling tot het digitale dorpsplein van de sociale netwerken.

In de beslotenheid van de versleutelde chatgroep hoeft Facebook zich niet verantwoordelijk te voelen voor de inhoud – een hele zorg minder – en kunnen deelnemers makkelijk onderling betalingen doen. Dat laatste, digitaal betalingsverkeer, ziet Facebook als de nieuwe motor voor zijn online economie.

In Londen gaat een team de betaaldienst van WhatsApp ontwikkelen. De chatapp als portemonnee, dat is tot nu toe de enige concrete invulling van Facebooks nieuwe strategie. Facebook wil „een draai” maken en hoe die uitpakt weet Mark Zuckerberg nog niet. Hij weet maar één ding zeker: „Het zal een belangrijke toevoeging aan de wereld zijn.”