Gezondheidszorg

Ggz-aanbieders zetten hun vastgoed in om verlies op bedrijfsvoering te compenseren

Negen Nederlandse GGZ-instellingen hebben de afgelopen jaren hun verliezen gecompenseerd met vastgoedinkomsten. Dat blijkt uit een zaterdag gepubliceerd rapport van zorgadviesbureau Gupta Strategists. De instellingen dreigen in de problemen te komen als ze door hun overtollig vastgoed heen zijn en de bedrijfsvoering niet op orde krijgen.

Instellingen voor geestelijke gezondheidszorg (ggz) hebben de laatste jaren te kampen met leegstand. Behandeling en zorg vinden meer aan huis en in de wijk plaats, waardoor minder opnameplekken nodig zijn. Bovendien zijn vanaf 2012 de vergoedingsregels voor ggz-instellingen aangepast. Aanbieders krijgen niet meer hun volledige huisvesting vergoed maar nog slechts een bijdrage per patiënt.

In totaal verdienden de 23 grote ggz-organisaties tussen 2012 en 2017 ruim 686 miljoen euro met hun vastgoedtransacties. Vijf instellingen wisten zo van een negatief bedrijfsresultaat toch een plus te maken. „Achter deze stijging gaat echter een wankele wereld schuil, waarin incidentele opbrengsten het negatieve resultaat uit bedrijfsvoering maskeren”, waarschuwen de onderzoekers in het rapport. Individuele namen wil het bureau niet noemen, maar uit gesprekken met enkele instellingen en jaarverslagen blijkt dat het gaat om GGZ Centraal, GGZ Drenthe, Rivierduinen, Pro Persona en GGZ inGeest. Vier anderen wisten zelfs met vastgoedinkomsten een min op de bedrijfsvoering niet te compenseren. „De urgentie om te veranderen is voor deze aanbieders zeer groot”, staat in het rapport. Het gaat om Reinier van Arkel, GGZ-WNB, Yulius en Lentis.

NRC sprak met meerdere van deze instellingen. Ze erkennen de financiële zorgen en noemen de vastgoedstrategie een oplossing „op korte termijn”. Ze zeggen hard te werken aan een meer toekomstgerichte bedrijfsvoering.

Vastgoed pagina E12-13