‘Gelukkig nu meer tijd voor het antwoord’

Eindexamens 2019 Miriam Piters doceert Nederlands op het Montessori Lyceum Rotterdam. Leerlingen omschrijven haar als „bij de tijd” en „literair begaafd” – ze leest zeker 14 boeken per maand. Het vwo-examen Nederlands vond zij goed te doen.

Foto Han Zuyderwijk

‘Het prettige aan dit examen was dat je maar drie teksten hoefde te lezen. In voorgaande jaren kwamen veel leerlingen in tijdnood; ze konden hun antwoorden niet rustig formuleren of kwamen er niet aan toe. Nu konden ze rustiger over een antwoord nadenken. Verder waren er maar drie van de zesendertig vragen waarbij je een beperkt aantal woorden mocht gebruiken. Dat is gelukkig minder dan vroeger. Het tellen van woorden is bij het nakijken tijdrovend en geestdodend.

„Het is al jaren een wens van veel docenten Nederlands dat er meer vakinhoudelijke teksten worden gebruikt, zoals over literatuur, taalvaardigheid of, heel actueel, het gebruik van Engels op de universiteit. Dat zag je ook nu weer niet. Maar over de teksten zelf ben ik wel te spreken. De eerste ging over eendimensionale journalistiek. De tekst van Xandra Schutte had een heldere lijn, was goed gestructureerd en bevatte mooie taal en geen ambigue beeldspraak. Dat helpt leerlingen. De tweede tekst was een kolfje naar mijn hand; een column van Dirk Bezemer over wat er gebeurt als mensen zonder ervaring de regels gaan bepalen voor mensen die met toewijding hun vak uitoefenen, en hen daardoor weg jagen. Die tekst, met een verwijzing naar Mariken van Nimwegen, is mij uit het hart gegrepen, want ook wij hebben in het onderwijs veel met regelneefjes te maken.

Eenduidige interpretatie

De derde tekst was minder goed gekozen. Ik lees de columns van Leonie Breebaart elke zaterdag graag, maar ze veronderstelt een filosofische houding die je bij een examen Nederlands niet hoeft te hebben. Er was een meerkeuzevraag waarbij drie van de vijf antwoorden termen bevatten die filosofisch dicht bij elkaar zaten.

„Ik kan pas goed inschatten hoe mijn leerlingen het examen hebben gemaakt als ik het antwoordmodel heb ontvangen, maandag. Het probleem bij Nederlands is al jaren dat de vragen ruim worden geformuleerd, maar dat de antwoorden eenduidig moeten zijn. Subtiele, genuanceerde teksten worden gereduceerd tot een eenduidige interpretatie. Het is mijn wens dat er meer ruimte komt voor analyse door de leerling, en voor het opbouwen van een eigen argumentatie. Dat zit er niet in omdat men uniforme antwoorden wil kunnen beoordelen. Toch krijg je alleen zo kritische lezers.

„Namens de leerlingen wil ik nog één ding kwijt. In twee vragen is sprake van ‘een kritische lezer’ die iets zou kunnen opmerken. Dat is een aanname die afschrikt. Leerlingen denken: zo goed ben ik niet.”