Opinie

100 jaar Vrouwenkiesrecht leidde niet tot gelijke behandeling voor vrouwen

Universitaire omgangsvormen

Commentaar

Gekozen worden kon al, maar honderd jaar geleden, op 9 mei 1919 om precies te zijn, kregen de Nederlandse vrouwen ook het recht om te stemmen. Vanzelfsprekend was dat Algemeen Vrouwenkiesrecht niet. Ook al was het duidelijk niet te keren, er werd nog drie dagen over gedebatteerd in de Tweede Kamer die toen bestond uit 99 mannen en één vrouw: de socialiste Suze Groeneweg. Daarna werd de wet met grote meerderheid aangenomen.

Een belangrijk moment. Stemrecht is een basisrecht, daar begint alles mee in een democratie. Maar pas in 1956 trad de eerste vrouwelijke minister aan, Marga Klompé, waarna de vrouwelijke aanwezigheid per kabinet tot 1977 tot telkens één beperkt bleef. Klompé was ook, in 1971, de eerste vrouwelijke minister van Staat. Ruim veertig jaar later, in 2012, volgde de tweede, Els Borst. En van een vrouwelijke premier kwam het nog altijd niet. Het kiesrecht leidde niet vanzelfsprekend naar gelijke rechten voor of gelijke behandeling van vrouwen. Zo duurde het nog tot 1956 eer vrouwen officieel handelingsbekwaam werden. En pas in 1991 kwam er een einde aan de ongelijke pensioenrechten voor vrouwen.

En nu, terwijl 100 jaar Algemeen Vrouwenkiesrecht wordt herdacht, kwam in dezelfde week naar buiten dat een aanzienlijk percentage vrouwen in de wetenschap structureel te lijden heeft onder seksistisch ingegeven machtsmisbruik. De FNV bracht een rapport naarbuiten dat er niet om liegt. Een dag later kwam het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren (LNVH) met onderzoek naar seksueel machtsmisbruik in de wetenschap met vergelijkbaar choquerende resultaten.

Juist in de wetenschap zou moeten tellen wat iemand kan en weet en presteert. Maar nee. Daar telt om te beginnen of iemand een man is. Vervolgonderzoek is geboden, maar het is lijkt duidelijk dat de wetenschappelijke carrière van 44 procent van de vrouwen wordt ondermijnd op grond van ondoorzichtige argumenten. Autoritaire verhoudingen vergiftigen de werksfeer in een bolwerk waar de macht traditioneel ligt bij mannen die vrouwen desgewenst kunnen kleineren, seksueel intimideren en tegenwerken. Getuigenissen liggen moeilijk. De vrouwen vrezen represailles, of schrikken terug omdat hun verhalen worden gebagatelliseerd. Hard bewijs ontbreekt, het is „zijn woord tegen het hare”.

Pieter Duisenberg, voorzitter van de vereniging van universiteiten VSNU, reageerde geschokt. Hij verklaarde dat de universiteit „een veilige omgeving” hoort te zijn voor medewerkers. Er zullen onafhankelijke klachtencommissies in het leven geroepen moeten worden en een speciale ombudspersoon. Het wrange is dat alle universiteiten allang van zulke instituten voorzien zijn: het heet decaan. Maar decanen schieten schromelijk tekort. Uit de getuigenissen komt naar voren dat lang niet alle decanen staan te springen om een hoogleraar tot de orde te roepen. Het is makkelijker om een vrouw stevig aan de tand te voelen en dan aan te raden haar klacht te laten vallen. Of, als ze dat niet wil, maar ergens anders veelbelovend te gaan zijn.

De oorzaak van de intimidatie en het machtsmisbruik van mannen tegen vrouwen wordt door de universiteiten zelf gezocht in de verouderde autoritaire verhoudingen. Lees: te veel mannen op onaantastbare posities. Doe daar dan iets aan. Trap een experiment af, ter gelegenheid van het jaar dat het vrouwenkiesrecht 100 jaar bestaat en de 102e verjaardag van het aantreden van de eerste vrouwelijke hoogleraar in Nederland (Johanna Westerdijk, hoogleraar plantenziektekunde): maak voor hoogleraren actief werk van een evenwichtige verdeling tussen de seksen.

Positieve discriminatie wordt altijd routineus van de hand gewezen als ‘oneerlijk’, en als contraproductief, aangezien vrouwelijke hoogleraren de schijn tegen zouden krijgen. Maar de tot nu toe onuitroeibare scheefgroei in de verhoudingen is óók het gevolg van positieve discriminatie, namelijk van mannen. Op een totaal van 2.600 hoogleraren is nu 19,3 procent van de Nederlandse hoogleraren vrouw (Monitor Vrouwelijke Hoogleraren). Wachten tot het jaar 2051, als die verhoudingen naar verwachting rechtgetrokken zullen zijn, is geen optie, gegeven het bokito-gedrag van te veel mannelijke hoogleraren zoals dat uit de onderzoeken naar voren komt.

Het machtsmisbruik is het gevolg van mentaliteit die leidt tot persoonlijk leed, tot vernietiging van menselijk kapitaal en daarmee tot verzwakking van de universiteiten. De mannen lukt het niet daar verbetering in te brengen. Het is geen vreemde gedachte om hun op te leggen om samen met even intelligente en machtige vrouwen het tij te keren.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.