Zo beweeg je vrouwen de politiek in te gaan

Emancipatie Een eeuw na invoering van het algemeen kiesrecht zijn vrouwen in de politiek nog altijd ondervertegenwoordigd. Hoe creëer je balans? Vijf aanbevelingen.

Van links naar rechts: Katrin Jacobsdottir, Angela Merkel, Zuzana Caputova, Dalia Grybauskaite
Van links naar rechts: Katrin Jacobsdottir, Angela Merkel, Zuzana Caputova, Dalia Grybauskaite Reuters, EPA, AP, AFP

Honderd jaar na de invoering van het algemeen kiesrecht zijn vrouwen nog steeds ondervertegenwoordigd in de politiek. Terwijl representatie van man én vrouw belangrijk is voor het draagvlak van besluitvorming, zeggen politicologen en activisten die ijveren voor meer diversiteit. Rolmodellen die het traditionele beeld van de witte, mannelijke politicus doorbreken, kunnen bijdragen aan de emancipatie.

De opmars van vrouwen is langzaam gegaan. In 1918 zat er één vrouw in de Tweede Kamer, Suze Groeneweg. Vier jaar later waren het er zeven – 7 procent van de toen nog honderd leden. Het evenwicht was in 2010 bijna in zicht, met 42 procent van de inmiddels honderdvijftig Kamerleden. Maar de afgelopen Kamerverkiezingen daalde het percentage weer, naar 36 in 2017. Hoe zou een balans bereikt kunnen worden? Vijf aanbevelingen.

1. Meer vrouwen op de kieslijsten

Op de meeste kandidatenlijsten voor verkiezingen staan mannen bovenaan. En als je de kandidaten eronder telt, is het aantal mannen en vrouwen meestal niet in balans. De PvdA is de enige landelijke partij die een zogenoemd ‘ritssysteem’ hanteert, waarbij mannen en vrouwen om en om op de kieslijst staan.

Volgens Liza Mügge, politicoloog aan de Universiteit van Amsterdam, komt de neergang van het percentage vrouwen in de Tweede Kamer dan ook vooral door „de implosie van de PvdA”. „Die partij levert al jarenlang ongeveer evenveel mannen als vrouwen”, zegt ze. „Toen de PvdA het nog goed deed leverde dat gemiddeld genomen zo’n vijftien vrouwen in de Kamer op.” De PvdA heeft nu nog maar negen Kamerleden, van wie vier vrouwen.

De partijen die groot zijn in de Tweede Kamer, VVD (33 zetels), PVV (20), CDA (19) en D66 (19), doen weinig aan ‘genderbalans’, zoals Mügge het noemt. Bij de VVD bijvoorbeeld zijn negen van de 33 Kamerleden vrouw, bij D66 zes van de negentien. „Om de Kamer in evenwicht te krijgen, zouden ook rechtse, liberale en conservatieve partijen meer vrouwen moeten leveren. Het werkt niet als alleen linkse partijen het doen.”

Een vrouwelijke premier komt er als grote partijen een vrouw naar voren schuiven als lijsttrekker. Want het is een ongeschreven regel dat de partij met de meeste zetels de premier mag leveren. CDA, VVD en PvdA hadden nog nooit een vrouwelijke lijsttrekker. D66, GroenLinks en SP wel, maar die waren nooit de grootste partij.

Het kabinet is redelijk in balans: van de 24 bewindspersonen zijn er tien vrouw, onder wie zes ministers. Twee van de drie vice-premiers zijn vrouw. Maar premier Mark Rutte lag na de formatie van zijn derde kabinet toch onder vuur, omdat zijn eigen VVD maar één vrouwelijke minister leverde. Hij zei: „Ik had er graag meer willen hebben. Maar uiteindelijk geldt: we gaan voor de beste mensen. Het is wat het is.” De verdeling man/vrouw noemde hij „secundair”. Dat kwam hem op veel kritiek te staan, ook van vrouwen uit zijn eigen partij. Ze vonden dat hij beter had moeten zoeken.

Bijna alle politieke partijen hebben vrouwennetwerken die bij het opstellen van de kieslijsten en bij het invullen van vacatures wijzen op beschikbare vrouwen. D66’er Wieke Paulusma, gemeenteraadslid in Groningen, is bestuurslid van het Els Borst Netwerk. „We zijn nu al aan het investeren in de kandidatenlijsten voor de volgende Tweede Kamerverkiezingen”, vertelt ze. Wat volgens haar helpt, is als er meer vrouwen komen in de commissies die de kandidatenlijsten opstellen. „Mannen nemen doorgaans mannen aan. Dat is niet gek, we kiezen onbewust voor kandidaten die op onszelf lijken.”

2. Voorkeurstemmen uitbrengen

Kiezers kunnen er ook voor zorgen dat er meer vrouwen in de politiek komen: door hen met voorkeurstemmen aan een zetel te helpen. De stichting Stem op een Vrouw voert hiervoor campagne. Voorzitter Devika Partiman legt uit hoe dat werkt. Niet zomaar stemmen op de bovenste vrouw op de kieslijst. „Zo’n vrouw is al bijna verzekerd van een zetel. Je moet stemmen op een vrouw op een lagere plek, die net buiten de peilingen valt.”

Omdat veel politieke partijen niet hun volledige kandidatenlijst online zetten, kan dat een lastige uitzoekklus zijn. Om kiezers te helpen, heeft de stichting afgelopen week op haar website een ‘tool’ uitgebracht voor de Europese verkiezingen. Daar staan alle kandidatenlijsten in, met een stippellijn onder de laatste persoon die een zetel zou moeten halen volgens de peilingen. Partiman: „Je kunt dan een stemmen op een vrouw onder die stippellijn.”

3. Meer duobanen of meer fulltime werken

Een baan in de politiek is per definitie fulltime – op het Binnenhof, maar ook in de lokale politiek. Op papier kan het een deeltijdbaan zijn, maar debatten duren soms tot ver na middernacht. En een gewone werkdag van een politicus of bestuurder loopt meestal ook niet van negen tot vijf.

In opiniestukken wordt wel eens geopperd om van politieke functies duobanen te maken. Dan zouden er misschien meer vrouwen de politiek in gaan. Want Nederlandse vrouwen willen niet fulltime werken, blijkt keer op keer uit de Emancipatiemonitor van het SCP: 70 procent van de vrouwen die werken, heeft een deeltijdbaan en kiest daar bewust voor.

Sommige ministerschappen zijn wel opgesplitst. Zo doet minister Stef Blok (VVD) de portefeuille Buitenlandse Zaken, en Sigrid Kaag (D66) Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Maar ook zij werken beiden fulltime.

GroenLinks had in 1994 duo-lijsttrekkers, Ina Brouwer en Mohamed Rabbae, om hun gezinnen te ontzien in de verkiezingstijd. Maar politieke duo-banen zijn vooralsnog uitzonderingen. Eenvoudiger is het mogelijk om fulltime werken aantrekkelijker te maken, bijvoorbeeld met fiscale regelingen en door kinderopvang en vakanties flexibeler te regelen. En door strenger op de klok te letten, zodat debatten minder vaak uitlopen tot diep in de nacht.

4. Open het debat over quota

Nergens in de wereld is het percentage vrouwelijke parlementariërs zo hoog als in Rwanda: 64 procent. Dat komt onder meer doordat het land in 2003 een quotum instelde: 30 procent van de zetels is gereserveerd voor vrouwen. Zo zijn er meer landen waar quota hebben geholpen het percentage vrouwen omhoog te brengen. In België moeten politieke partijen ongeveer evenveel mannen als vrouwen op hun kandidatenlijsten zetten. En de nummers één en twee van een lijst mogen niet van hetzelfde geslacht zijn.

In Nederland wordt debat gevoerd over een quotum voor de top van het bedrijfsleven, maar een quotum voor vrouwen in de politiek ligt gevoeliger. VVD’er Neelie Kroes is een van de bekendste voorstanders. Zij was altijd tegen quota, net als de rest van haar partij, maar veranderde in de loop der tijd van mening omdat ze vrouwen tegenkwam die ze slimmer achtte dan zichzelf, maar die toch niet door het glazen plafond braken. Ze maakt er geen geheim van dat ze zelf Europees Commissaris is geworden omdat toenmalig voorzitter José Manuel Barroso wilde dat een derde van de commissie uit vrouwen bestond. Ze vond het niet erg dat ze werd gezien als ‘excuustruus’. Als je eenmaal op een toppositie zit, zul je jezelf toch moeten bewijzen, zei ze.

5. Verbeter de werkcultuur

Veel vrouwen hebben een duwtje nodig voor ze de politiek ingaan. „Ze melden zich niet snel zelf, maar moeten gevraagd worden”, zegt Lies van Aelst, die werkt als adviseur bij de Wethoudersvereniging. Zij helpt bij het organiseren van oriëntatiedagen voor vrouwelijke gemeenteraadsleden die mogelijk wethouder willen worden. „Er zijn vrouwen die aarzelen of ze het wel kunnen, die aanmoediging nodig hebben voor ze ‘ja’ zeggen.” Zelf is Van Aelst al twaalf jaar Statenlid voor de SP in Zuid-Holland. Toen ze op haar achttiende begon had ze een man als medewerker. „Als we op werkbezoek gingen, kreeg hij altijd als eerste een hand. Iedereen ging ervan uit dat hij het Statenlid was. In die wereld werk je. Dat moet je wel willen.”

Stereotiepe beelden worden ook door politici in leven gehouden. Een vrouw die zich hard opstelt in de politieke arena krijgt al snel een bijnaam als ‘IJzeren Rita’ (Verdonk) of ‘Nikkelen Neelie’ (Kroes).

Onderlinge solidariteit tussen vrouwen is een manier om het vol te houden, vertelde Liesbeth van Tongeren (GroenLinks) vorig jaar in haar afscheidsspeech voor de Tweede Kamer. De een (Vera Bergkamp, D66) deelde „royaal” haar inbreng als Van Tongeren matig voorbereid de plenaire zaal in kwam, omdat ze twee debatten tegelijk moest doen. Met de ander (Sharon Gesthuizen, SP) kon ze praten over de impact van de politiek op haar privéleven. „Dergelijke solidariteit is hard nodig, want hoewel het inmiddels 2018 is, is de landelijke politiek in Nederland nog altijd een mannenbolwerk”, zei Van Tongeren.