David van Dam

Verhalenverteller Frans Timmermans probeert Europa te veroveren

Op pad met Frans Timmermans Vijf jaar geleden was hij de PvdA’er die Brussel in toom zou houden. Nu is Frans Timmermans anders, en vooral linkser, gaan denken over Europa. Op tour door de EU met de aanvoerder van de sociaal-democraten.

Zaragoza, 2 februari

Backstage komt Pedro Sánchez grijnzend op Frans Timmermans af. „Wat hij in het Spaans doet, kan ik niet in het Nederlands”, zegt de Spaanse socialistische premier tegen de verslaggever, die uit Brussel is meegereisd. De PvdA’er Timmermans heeft zojuist een hal met een paar duizend Spaanse socialisten in Zaragoza minutenlang in hun eigen taal toegesproken. „Maar het is wel Spaans met een Italiaans accent”, oordeelt Sánchez, nu direct tegen Timmermans.

Dat is beleefd uitgedrukt: soms wás het gewoon Italiaans.

De Eurocommissaris lijkt even te aarzelen. Moet hij nu glunderen om het compliment? Of toch ontevreden zijn over zijn uitvoering? Hij spreekt zes talen – en hij spreekt ze zo goed dat het zelfs in Brussel opvalt, waar slecht Engels de norm is. „Spreekt elke taal op commando”, schreef een (Australische) journalist over Timmermans toen hij eind vorig jaar werd aangewezen als Europees aanvoerder van de sociaaldemocraten.

Bij de talen die de geboren Maastrichtenaar vloeiend spreekt horen Frans en Italiaans, omdat hij als zoon van een ambassademedewerker zijn jeugd in Parijs en Rome doorbracht. Maar Spaans staat niet in het rijtje. Daarom had hij zich in Zaragoza keurig aan zijn uitgeschreven tekst gehouden. Alleen, terwijl hij daar stond, voor al die lawaaiige Spanjaarden met rode vlaggen, voelde hij het Italiaans uit zijn Romeinse jeugd toch opkomen. „Ik moest rustig spreken, zodat ik verstaanbaar bleef”, legt hij achteraf uit. Dan kiest hij er toch maar voor tevreden te zijn. „Rustig spreken is ook mijn stijl.”

Sinds begin dit jaar toert Frans Timmermans door Europa. Als Europees aanvoerder is het zijn opdracht sociaal-democraten in heel Europa te „inspireren” voor de Europese verkiezingen. Dat wil hij doen door ze te „vertellen dat de tijd dat we alleen maar als flagellanten onszelf met de zweep op de rug sloegen nu echt wel voorbij is”. Sociaal-democraten hebben wel degelijk „wat te bieden”. Maar wat?

Ik denk dat Frans Timmermans echt linkser is geworden

Bovendien is hij de sociaal-democratische kandidaat-voorzitter van de Europese Commissie. Het is voor het eerst dat een Nederlander door grote Europese partijen naar voren is geschoven voor deze topbaan. Als enige stichtende lidstaat van de EU heeft Nederland nog nooit een Commissievoorzitter geleverd – behalve dan zeven maanden in 1972-1973, toen Eurocommissaris (en PvdA’er) Sicco Mansholt het als interim deed.

NRC volgde Timmermans op verschillende reizen tijdens zijn campagne buiten Nederland. Wat heeft Europa gedaan met de politicus Timmermans, nu hij vijf jaar heeft gediend als eerste vicevoorzitter van de Europese Commissie? En brengen al zijn talen hem dichter bij de kiezer, of blijft hij op afstand, een functionaris uit Brussel?

Het inspireren blijkt hem in het ene land beter af te gaan dan in het andere. En: de PvdA’er is inderdaad anders gaan denken over Europa. Dat komt vooral door vijf jaar crisismanagement in de Europese Commissie, analyseert hij zelf. „Ik denk dat Frans Timmermans echt linkser is geworden.”

Timmermans (derde van rechts), die voorzitter van de Europese Commissie hoopt te worden, bezoekt Warschau. David van Dam

Madrid, 1 februari

Eigenlijk had hij de avond te voren willen oefenen op zijn toespraak, in zijn hotelkamer in Madrid. Het kwam er niet van. Hij had hoofdpijn. De hele dag had hij door Madrid gezworven. ’s Morgens koffie met Spaanse journalisten, die veel vragen stelden over de escalatie in Venezuela. Dan een discussie over de nieuwe ‘duurzaamheidsstrategie’ van de Europese Commissie, die hij als eerste vicevoorzitter eerder die week in Brussel had gepresenteerd – na vijf jaar moeizaam onderhandelen. „We kregen het niet eerder voor elkaar”, verontschuldigt Timmermans zich voor een kritische zaal van Spaanse belangengroepen.

Zoals vaker in zijn optreden dient de deemoed als opstap voor trots en strijdbaarheid. Timmermans schakelt over naar het verbod op wegwerpplastic waar landen en Europees Parlement dit voorjaar in grote meerderheid voor stemden. Over drie jaar moeten de plastic bekertjes en lepeltjes uit Europa zijn verdwenen. Zijn voorstel. „Dat was een van de grootste successen van deze Commissie”, claimt hij. Een stuk concreter dan zo’n hele duurzaamheidsstrategie, kun je ook horen.

’s Middags was een meisje van drie hem in de armen gesprongen bij een vrouwenopvang in de arme wijk Puente de Vallecas. Toen nog tapas eten met sociaal-democratische jongeren in een café aan Plaza de Jesús, hartje Madrid.

Op een gegeven moment ga je jezelf vervelen

In het café doet Timmermans iets wat ik hem vaker zie doen op pad in Europa, vooral in gesprekken met jongeren. Abstracte vragen of discussies buigt hij onmiddellijk om naar geschiedenisverhalen. Daarbij komt hij dan met een persoonlijke anekdote die hij koppelt aan zijn politieke boodschap. Dit keer begint hij over Auschwitz, waar hij een week eerder is geweest. Binnen een paar zinnen is hij bij de opkomst van nationalistisch extreem-rechts in Europa. Geweld begint in de taal, zegt hij. „Eerst komen de woorden, uiteindelijk worden het daden.” De jongeren reageren lauw.

Wel knikken ze heftig als Timmermans zichzelf een feminista noemt, „een man van goede wil”. Er komt geen anekdote bij kijken, wel een belofte: als Commissievoorzitter zal hij zorgen dat gelijke beloning tussen mannen en vrouwen in heel Europa verplicht wordt.

Het eerste verhaal zal geleidelijk naar de achtergrond verdwijnen in zijn campagne – al blijft hij ageren tegen de nationalistische partijen. Feminist noemt hij zichzelf daarentegen zo vaak dat het al bijna zijn tweede naam is geworden.

Het vertellen van verhalen is een constante. Eerder die middag vertelde hij de jongeren in Madrid dat zijn politieke bewustwording dateert van zijn eerste bezoek aan het Spanje van Franco, in de jaren zeventig. „Toen realiseerde ik mij dat de vrijheid van Europa voor mijn generatiegenoten helemaal niet vanzelf sprak.” In Spanje is het gemakkelijk over Europa praten, vindt hij, omdat het verleden van dictatuur nog zo vers is. „Je hoeft daar niet eerst door de schil van euroscepsis heen, zoals in andere landen.” Nederland rekent hij bij de landen met een schil, al denkt hij intussen dat het „eurochagrijn” wel minder is geworden.

Later zal hij uitleggen waarom hij eigenlijk zo vaak over zichzelf praat. Een politicus die „Europa doet”, zegt hij, moet altijd „heel ingewikkelde dingen aan mensen uitleggen die daar eigenlijk helemaal niet zo veel belangstelling voor hebben”. Maar als je het persoonlijk maakt, gaat de aandacht omhoog. „En dat kan ik alleen maar doen als ik het aan mijzelf relateer.” Bovendien is hij nu een eenmaal „een verhalenverteller”. Soms zit hem dat wel in de weg, vindt hij. „Politiek is herhalen. Maar het vergt enorm veel discipline om voortdurend hetzelfde verhaal te vertellen. Op een gegeven moment ga je jezelf vervelen.”

Frans Timmermans in Warschau. David van Dam

Maastricht, 29 april

Een moment waarop Timmermans géén anekdotes vertelt, of in elk geval weinig, is tijdens een politiek debat met andere Europese aanvoerders. En rustig spreken doet hij dan ook al niet. Eind april organiseren de universiteit en de gemeente Maastricht samen met de Brusselse nieuwssite Politico een debat – in het Engels – met onder anderen GroenLinkser Bas Eickhout, de Vlaamse liberaal Guy Verhofstadt en de Tsjechische conservatief Jan Zahradil.

Timmermans doet in het debat zoveel linkse voorstellen, onder meer over een nieuwe Green Deal voor het klimaat, dat Eickhout uitroept dat het „verwarrend voor de kiezer” wordt. Timmermans zegt dat hij „een progressieve coalitie” in het Europees Parlement wil. Zonder de centrum-rechtse christendemocraten, met de partij van de Hongaarse nationalistische premier Viktor Orbán in hun gelederen, moeten de pro-Europese partijen een verbond sluiten, bepleit hij.

Wat hij niet zegt, maar iedereen wel weet, is dat hij, Frans Timmermans, dan de kandidaat zal zijn om met steun van deze coalitie de nieuwe Europese Commissie te gaan leiden.

Kansloos is hij niet. Nationaal is de PvdA – de partij waarvoor Timmermans in mei Europees lijsttrekker is – weliswaar nog maar de derde linkse partij, achter GroenLinks en SP. Maar Europees zijn de sociaal-democraten nog altijd de tweede politieke familie, achter de centrum-rechtse christendemocraten. Dat is een verschil met Eickhout, de lijsttrekker van GroenLinks. Die is ook Europees aanvoerder, van de Groenen, samen met de Duitse Ska Keller. Maar de Groenen zijn Europees te klein om voorlopig enige kans te maken op een Europese topbaan.

Bij de Europese verkiezingen stem je op een Nederlandse partij. Maar die voegt zich daarna bij een fractie met partijen uit allerlei andere lidstaten. Welke gevolgen heeft dat? We leggen het uit in deze video:

Ik kom niet met drie, vier maatregelen die de globalisering onder controle brengen. Maar woningnood, daar kun je voor bouwen

Timmermans hoopt dat hij begin juni komt bovendrijven als de regeringsleiders de nieuwe Commissievoorzitter benoemen, en het Europees Parlement dat moet goedkeuren. Zijn belangrijkste concurrent uit het Europees Parlement, de Duitse christendemocraat Manfred Weber – die in Maastricht niet meedebatteert – heeft nooit geregeerd of bestuurd. Dat zien verschillende regeringsleiders, die toch al geen fan zijn van kandidaten die het Parlement hen ‘opdringt’, als een groot bezwaar.

Timmermans hoopt daarom dat een coalitie in het Europees Parlement die een andere kandidaat dan Weber steunt, meer kans maakt bij de regeringsleiders.

Premier is ook Timmermans nooit geweest, dat is een minpunt. Maar als minister van Buitenlandse Zaken (2012-2014) trok hij de aandacht door zijn felle optreden jegens Rusland na de vliegramp MH17. En sinds 2014 was hij als eerste vice-voorzitter de nummer twee van de Europese Commissie. Dat maakte hem de afgelopen vijf jaar de machtigste Nederlander in Brussel – alleen Mark Rutte komt in de buurt.

De Europese regeringsleiders kennen hem, onder meer door de rol die hij speelde in het oplossen van de vluchtelingencrisis in 2015. Ook voert hij namens de Europese Commissie de strijd aan tegen ondermijning van de rechtsstaat in Polen en Hongarije. Die laatste landen zullen hem niet steunen, maar een meerderheid onder de regeringsleiders is genoeg.

Timmermans kreeg eerder ook de steun van de Nederlandse regering voor een nieuwe ronde in de Commissie. De PvdA maakt weliswaar geen deel uit van de coalitie in Rutte IV, maar Nederland wil graag de zwaarst mogelijke portefeuille. Dan moet hij waarschijnlijk wel voldoende ‘Nederlands’ blijven – en niet te veel leunen naar linksere zuidelijke landen, die meer solidariteit eisen van het noorden.

Frans Timmermans op campagne in Rotterdam, rechts met PvdA-leider Lodewijk Asscher.David van Dam

Parijs, Fondation Jean Jaurès, 20 februari

„O, is dat een Nederlander? Frans, dat klinkt anders Duits.” François Bollon had nog nooit van Frans Timmermans gehoord voor hij hem vanavond in Parijs hoorde spreken in een debat van de socialistische denktank Jean Jaurès, genoemd naar een Franse socialistische leider uit het begin van de twintigste eeuw die Timmermans graag aanhaalt.

Bollon, een consultant, was naar het debat in Parijs gekomen omdat hij na zeven jaar in China wel eens wilde horen wat Europa nu eigenlijk tegenover China kan stellen. Dat maakt voor hem uit bij de Europese verkiezingen. Maar Timmermans heeft Bollons vraag erover omzichtig beantwoord. Europa moet „een manier vinden om met China om te gaan”, zei Timmermans vanaf het podium. En daarbij moet Europa „minder obsessief dan de VS” zijn maar „wel iets van onze naïviteit kwijtraken”.

In zulke afgewogen opmerkingen zie je de middenpoliticus Timmermans terug. Over veel onderwerpen is hij niet uitgesproken links, maar kiest hij een koers die ook de liberaal-christelijke coalitie in Nederland uitdraagt. In een debat in Florence tempert hij verwachtingen over een Europees leger – net als Den Haag doet. Ook spreekt hij zich niet uit voor een aanpassing van het Europese mededingingsbeleid. Duitsland en Frankrijk willen dat, onder meer om beter de concurrentie met China aan te kunnen, zeggen ze. Nederland is gereserveerder.

Bollon is niet overtuigd. Hij vindt het antwoord vaag. Na afloop van het debat wacht hij Timmermans niet op om er verder over te praten. De kiezer verdwijnt in de nacht.

Ik zie niet vaak dat Timmermans direct in gesprek raakt met willekeurige Europese kiezers. Je kunt rustig met hem over straat in Berlijn of Madrid zonder dat hij herkend wordt – voor Manfred Weber geldt trouwens hetzelfde. Zelfs in Duitsland, waar Weber vandaan komt en in mei verkiesbaar is, is hun naamsbekendheid even klein, rond 26 procent. Misschien verandert dat nog in de laatste weken voor de verkiezingen. Zo konden Duitse kiezers Weber en Timmermans pas afgelopen week voor het eerst zien in een rechtstreeks debat op de nationale tv.

Ik kan me geen Europa zonder Polen voorstellen

Meestal komt Timmermans in andere landen in een georganiseerde setting overtuigde sociaal-democraten tegen – vaak jongeren of vrijwilligers die meewerken aan projecten in de sociale woningbouw, opvang van vrouwen of migranten, of ander maatschappelijk werk. In Oostenrijk bezoekt hij een woningbouwproject waar hij in elk land over zal vertellen. „Woningbouw leeft enorm”, is een van zijn lessen van de campagne. En het is iets waar sociaal-democraten iets aan kunnen doen. „Ik kom niet met drie, vier maatregelen die de globalisering onder controle brengen. Maar woningnood, daar kun je voor bouwen.” Hij wil dat de EU steden steunt met sociale woningbouw.

Het laat zien dat een Europees aanvoerder iets heel anders is dan een lijsttrekker in een nationale verkiezing. Als ik het een keer aan hem vraag, zegt hij dat hij het vooral als zijn taak ziet om sociaal-democraten in Europa te enthousiasmeren. Hij hoopt dat zij dan de kiezers naar de stembus krijgen – en trouwens zelf ook op sociaal-democratische kandidaten in hun land stemmen. Want hij maakt zich geen illusies over stemmen waar sociaal-democraten en andere traditionele partijen nog op kunnen rekenen. „Zelfs mensen die lid zijn van je partij kunnen nog op een andere partij stemmen”, zegt hij.

Hier en daar lijkt een sociaal-democratische opleving te zijn. Onlangs won Sánchez de verkiezingen in Spanje. Ook in Zweden en Finland wonnen sociaal-democraten. Mogelijk volgt Denemarken. Het kleine clubje sociaal-democraten onder regeringsleiders die straks de nieuwe voorzitter benoemen groeit een beetje.

Maar in sommige landen is er nauwelijks beginnen aan voor de sociaal-democraten. Frankrijk springt eruit: van de Socialistische Partij is vrijwel niets overgebleven sinds Emmanuel Macron de traditionele tweestrijd tussen centrumlinks en centrumrechts wist op te blazen. Het debat draait nu vooral om de tegenstelling tussen La République en Marche, de partij van Macron, en het nationaal-populistische Rassemblement National van Marine Le Pen.

De PS van de vroegere presidenten François Mitterrand en François Hollande is ontploft en doet mee om hoogstens enkele procenten. De lijsttrekker is een nieuweling in de politiek, activist Raphaël Glucksmann – zoon van de bekende Franse filosoof Andé Glucksmann (1937-2015) – die flink naar links is opgeschoven. Hij heeft Timmermans niet één keer uitgenodigd voor de campagne; het blijft bij dat ene optreden in februari bij een denktank, en een tv-debat. „Heel jammer” vindt Timmermans het. Juist in Frankrijk kan hij zich naar eigen idee goed inleven in politiek en samenleving. „Ik heb de illusie dat ik daar wat kan bijdragen.” Een voordeel is dat hij nu geen afstand hoeft te nemen van Macron, een regeringsleider wiens steun hij na de verkiezingen nodig heeft.

In Duitsland, waar de sociaal-democratische SPD wel meeregeert, treedt Timmermans vaak op. Op tv debatteert hij met Weber over het Commissievoorzitterschap, in het Duits. Opvallend is dat zijn warmste steun bij de SPD lijkt te komen van de linksere socialistische jongerenorganisatie, Jusos, die juist tegen de regeringscoalitie in Berlijn waren. Hun voorzitter, Kevin Kühnert, trok deze maand de aandacht met een pleidooi om bedrijven als BMW in collectief eigendom te brengen. Hij steunt Timmermans omdat hij het belangrijk vindt dat Manfred Weber geen voorzitter van de Europese Commissie wordt, zegt Kühnert na een optreden van Timmermans in Berlijn. Maar hij noemt Timmermans ook „verrassend”. Hij was onbekend, zegt Kühnert, maar hij spreekt goed uit Duits, en „recht uit het hart”. De SPD heeft geen politiek leider zoals hij, vindt Kühnert.

Warschau, 7 april

In Warschau heeft Timmermans tijdens zijn bezoek begin april maar een kwartiertje uitgetrokken voor de Poolse sociaal-democraten. De rest van de dag trekt hij op met Robert Biedron, een ex-sociaal-democraat die in februari voor zichzelf is begonnen met zijn partij Wiosna – Lente. Timmermans hoopt dat Biedron zich in het Europees Parlement bij de sociaal-democraten zal aansluiten.

Met Europese vlaggetjes wapperend vormen jongeren in Warschau een haag om Biedron en Timmermans. De looproute door het centrum van de Poolse hoofdstad was lang onzeker. Timmermans heeft felle tegenstanders in Polen sinds hij een strafprocedure is begonnen tegen de regering wegens uitholling van de rechtsstaat. Sinds hij op campagne is als kandidaat-Commissievoorzitter, krijgt hij uit Polen en Hongarije de kritiek dat zijn optreden tegen die landen electoraal gemotiveerd is.

Bij een eerder bezoek aan Boedapest was Timmermans hinderlijk gevolgd. Timmermans heeft intussen spijt dat Europa de Hongaarse regering van premier Viktor Orbán niet eerder heeft aangepakt. „We zijn met z’n allen te laat geweest, het proces is al te ver gevorderd.” Er is nauwelijks nog oppositie waarbij hij in Hongarije kan aanhaken.

In Warschau loopt het vriendelijker. De enige zweem van vijandigheid waarop Timmermans vanmiddag in Warschau zal stuiten, is een groot bord op straat, aan het einde van de middag. Hij staat er op afgebeeld met de Vlaamse liberale europarlementariër Guy Verhofstadt. „Zij denken dat zij Europa zijn”, staat er in Engels. „Het is tijd om hen te stoppen!”

Frans Timmermans op campagne in Warschau.David van Dam

Maar niemand in Warschau probeert Timmermans te stoppen. Misschien houden de met Biedron bevriende wapperende jongeren critici op afstand. Misschien is Warschau met zijn grote-stadscultuur ook te liberaal. Anders dan in Hongarije is er in Polen een levendige oppositie, die van tijd tot tijd zijn kracht doet gelden via de stembus. Timmermans schermt met Europese opinieonderzoeken waaruit keer op keer blijkt dat de Poolse bevolking pro-Europees is. De Europese Commissie krijgt meer vertrouwen dan de regeringspartij Recht en Rechtvaardigheid, van partijleider Jaroslaw Kaczynski, zegt hij graag.

Te controleren valt zijn populariteit niet: Timmermans is ook in Polen niet verkiesbaar. De oppositie is versnipperd. De sterkste Europese politicus die een confrontatie kan aangaan, is een centrumrechtse liberaal en bondgenoot van Manfred Weber: de Poolse Europees president Donald Tusk.

Timmermans spreekt geen Pools, wat hij „heel jammer” vindt. „Dat zou ontzettend hebben geholpen.” Maar in Warschau wordt hij wél op straat herkend, door een man die hem bedankt voor zijn betrokkenheid. En als Timmermans in ijssalon Croque Madame in winkelstraat Nowy Swiat een praatje aanknoopt met bezoekers, is de stemming vriendelijk.

Ze verwachten niet van ons dat we dan meteen zeggen: ja, maar daar gaat Europa niet over

In een persconferentie verklaart hij zijn liefde aan Polen. Op zijn Timmermans’: hij vertelt over zijn familie. Eerst vertelt hij over het Poolse bloed dat heeft gevloeid om „mijn land te bevrijden”. Hij vertelt over de Poolse officieren die bij zijn grootvader in Breda waren ingekwartierd. Dan vertelt hij over zijn zoon Marc, die in 1989 is geboren – het jaar van de val van de Muur. En in 2004 kreeg hij zoon Max. Alsof de duivel ermee speelt: precies het jaar van de toetreding van Polen tot de Europese Unie. „Ik kan me geen Europa zonder Polen voorstellen”, zegt Timmermans.

Steeds dezelfde verhalen vertellen mag Timmermans dan soms vervelen, dat geldt niet voor die waar zijn kinderen in voorkomen. Die komen steeds terug. In Duitsland vertelt hij jonge socialisten tijdens een ontmoeting in het Willy Brandt-huis in Berlijn over zijn dochter Mare, bijna 13, die niet weet wat een grens is. Prachtig vindt hij dat: een kind uit een grensregio – Zuid-Limburg - voor wie het concept vreemd is.

Een ander terugkerend verhaal uit de familie Timmermans: hoe zijn oudste, hoogopgeleidezoon Marc thuiskomt met een nieuw tweejaarscontract. „Oef”, zegt vader Frans dan, volgens zichzelf. „Ja, oef”, zegt zoon Marc. „Kort”, zegt vader. „Nee, juist lang”, vindt de zoon. Dat vergelijkt Timmermans vervolgens met zijn dochter Daphnée, die in Heerlen werkt als apothekersassistente en zich zorgen maakt of haar werk in de toekomst nog wel bestaat. Moraal van het verhaal volgens Timmermans: iedereen voelt de snelle verandering van de wereld, maar sommigen zijn optimistisch en anderen pessimistisch. Die laatste groep stemt vaker nationalistisch, maar het zijn geen extremisten die sociaal-democraten rechts moeten laten liggen.

Als ik hem ernaar vraag, zegt hij dat hij met zijn kinderen heeft besproken dat ze in zijn verhalen voorkomen. Alleen zoon Max, van vijftien, is terughoudend. En dochter Mare zou willen dat hij er eens bij vertelt dat ze nog maar acht was toen ze nog niet wist wat een grens was. Hij doet haar na: „Intussen weet ik het best, wat een grens is”.

Frans Timmermans op campagne in Rotterdam..David van Dam

Brussel, 1 mei

Timmermans is nog een dagje in Brussel, op de burelen van de PES, de Party of European Socialists. Binnenkort gaat zijn nationale campagne als PvdA-lijsttrekker in de hoogste versnelling. Nu bespreken we nog eens zijn Europese campagne. Morgen spreekt hij weer in Spanje, hij heeft aantekeningen liggen van enige poeziëregels die hij wil citeren. „Van alle geschiedenissen uit de Geschiedenis / is de meest trieste ongetwijfeld die van Spanje / omdat ie slecht afloopt”, dichtte Jaime Gil de Biedma in 1966 – „toen ik zelf nog een kind was”. En dan gaat hij vertellen dat het dus níet slecht afloopt met Spanje.

De werkkamer waarin Timmermans ontvangt, is een stuk kaler dan zijn werkkamer in het Berlaymont, het gebouw van de Europese Commissie. Als nummer twee achter Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker heeft Timmermans het soms moeilijk gehad. Hij kwam binnen met hoge verwachtingen als eerst vicevoorzitter, na een bijzondere solocampagne. Terwijl de Nederlandse regering lang lobbiede voor een andere PvdA’er, Jeroen Dijsselbloem, trok Timmermans als minister van Buitenlandse Zaken zijn eigen plan. Hij pleitte voor een Commissie die minder regels zou maken. Onder leiding van een paar super-Commissarissen moest de EU zich gaan beperken tot de hoofdlijnen. Alleen zo kon de argwaan tegen Europa bij de kiezers worden weggenomen. Het werkte. Juncker wilde hem en gaf hem de opdracht het zelf maar te gaan doen, regels schrappen. Timmermans werd de regeltsaar van Brussel. Hij maakte zich er niet populair mee in het Europees Parlement en bij andere Commissarissen: de man die het vuile werk voor christendemocraat Juncker deed.

Ik vraag hem waar de Timmermans van vijf jaar geleden is gebleven – de PvdA’er die Brussel in toom ging houden. Nu hoorde ik hem vooral pleiten voor nieuw Europees beleid: de woningbouw, klimaat, een Europees minimumloon. „Nou… vijf jaar is een lange tijd”, zegt hij. „Je leert een hoop bij.” Hij somt op welke crises hij allemaal heeft meegemaakt: de bankencrisis, de economische crisis, de migratiecrisis, de terrorismecrisis. Zijn les was dat „we in Europa allemaal in hetzelfde bootje zitten”. Dat besef is volgens Timmermans ook in Nederland doorgedrongen. „Kijk eens naar de ontwikkeling die Rutte zelf heeft doorgemaakt in de afgelopen jaren.” Het Europese debat gaat nu ook over onderwerpen als veiligheid en migratie, „die raken de kern van de samenleving”.

Volgens Timmermans hebben mensen „het gevoel dat ze dat op nationale schaal niet meer kunnen beheersen of beïnvloeden”. Dat heeft zijn boodschap veranderd. „Ze verwachten niet van ons dat we dan meteen zeggen: ja, maar daar gaat Europa niet over.”

Bovendien is Timmermans „geschrokken” van de impact van de crises in Zuid-Europese landen. „In Nederland valt het nog erg mee, maar in sommige landen is de ongelijkheid zo erg toegenomen dat de middenklasse helemaal is weggevaagd.” Daarom is hij linkser geworden.

Morgen spreekt hij weer in het Spaans. Hij gaat improviseren. Had hij de laatste keer ook gedaan. Een onschuldige anekdote over zijn dochter Mare, die een paar Spaanse woorden had geroepen door een tortillarestaurant. „Na afloop kwam Sánchez naar mij toe en zei: je bent helemaal Spaans geworden!” Frans Timmermans glundert.

Frans Timmermans op campagne in Rotterdam. David van Dam