Recensie

Recensie Boeken

Verhalen over al dan niet door het water verzwolgen eilanden

Toine HEijmans In Heijmans’ verhalenbundel over de zee komen al dan niet verzwolgen eilanden voor, het Nantucket van Melville, stug volhardende beroepsvissers, en anderen die op zee de medemensen hopen te ontvluchten.

Briefkaart van visser met net, Nantucket, Massachusetts, 1909
Briefkaart van visser met net, Nantucket, Massachusetts, 1909 Foto New York Public Library/ Smith Collection/ Getty
    • Sebastiaan Kort

Zonder dat er ook maar een mensenhand, machine of opperwezen aan te pas komt leggen doden soms enorme afstanden af. Ze moeten daarvoor echter wel in het zeewater liggen, waar ze eerst zinken, daarna vanwege de ontbindingsgassen weer opstijgen en dan, met dank aan wind en tij, schier eindeloos noordwaarts drijven. En zo zitten er soms honderden, zo niet duizenden kilometers tussen de plek waar een mens zijn laatste adem uitblies en de plek waar hij door een nog levend mens aangetroffen wordt.

De zoektocht naar de identiteit is dan ook geen sinecure: zo ligt er op een begraafplaats in de buurt van Den Helder al decennia een mysterieuze zeiler begraven die in de zomer van 1995 op zandplaat Razende Bol werd gevonden. Het ‘bureau Vermiste Personen Noordzee’ zocht zich een ongeluk, maar vond tot op heden niemand die de anonieme zeiler een naam kan geven.

Deze fascinerende, tot de verbeelding sprekende anekdote is te lezen in Marifoonberichten van de Volkskrant-journalist Toine Heijmans (1969). Het volledige boek handelt over de zee, met verhalen over al dan niet door het water verzwolgen eilanden, stug volhardende beroepsvissers, het Nantucket van Herman Moby-Dick Melville en mensen (nou ja: mannen) op zoek naar de schuimende, klotsende waterwildernis van zeeën en oceanen.

Wat ze daar zoeken? Wel, avontuur uiteraard, maar de zee, zo wordt wel duidelijk, wordt ook begeerd door het gebrek aan iets, namelijk mensen. In Heijmans’ stukken is de allenigheid op het water een belangrijke, terugkerende factor. De verleiding om een haven op te zoeken is niet altijd even groot.

Waargebeurd of niet?

Met deze constatering doemt onmiddellijk Op zee op, Heijmans’ knappe fictiedebuut uit 2011 (inmiddels al toe aan de 23ste druk) waarin ook een zeevaarder figureerde die de mensen een beetje moe was. Behoort Marifoonberichten tevens tot de fictie? Tja, eerder wel dan niet zou ik zeggen, want in de verantwoording staat dan wel dat de ‘waargebeurde verhalen’ de afgelopen twintig jaar al in de Volkskrant vielen te lezen, maar dan wel ‘in een andere vorm’. Een troebel stukje tekst, om het in maritieme sferen te houden.

Lengde Heijmans zijn verhalen nou aan met feiten of met fictie? Ligt dat lijk er wel/nog, daar in Den Helder? Ook oenig: er staat niet bij wanneer de verhalen oorspronkelijk werden geschreven, terwijl sommige al twintig jaar oud zijn. Dus als er wordt gemeld dat de laatste wachter op het minuscule eiland Spirholm in 1963 vertrok en dat het vuur in de vuurtoren ‘sindsdien mechanisch bediend wordt’, dan kan het ook best zijn dat er sinds 2000 helemáál geen vuur meer brandt op Spirholm.

Aan pure schrijfkunst schort het niet. Al op de eerste pagina staat er bijvoorbeeld zo’n zin: ‘Vijftig meeuwen krijsend boven een chagrijnige Noordzee, een zee van lood: warrig en misselijk van zichzelf.’ Dat is al een machtig beeld natuurlijk, mannen die de zee op vluchten om zich aan de mensen te onttrekken en dan zo’n nukkige zee die helemaal geen zin heeft in visite.

Het summum is ‘Geheim eiland’, halverwege de bundel, waarin het roer qua temperament een paar maal flink omgaat. Het begint met het kinderlijke enthousiasme van Heijmans zelf, die een bezoek mag brengen aan Rottumerplaat. Daar nam ooit zijn liefde voor de zee een aanvang, toen Jan Wolkers en Godfried Bomans er in 1971 voor de radio bivakkeerden. Heijmans kan de grond wel kussen als hij er eindelijk een keer mag zijn. Een geagiteerde boswachter helpt hem uit de droom: alle menselijke aanwezigheid is een kwelling voor de broedende vogels. Blijf toch weg, wil Rottumerplaat (een ook nog eens door mensenhand gecreëerd eiland) maar zeggen. Wat dat betreft zitten eiland en zee soms aardig op een lijn.