Opinie

    • Philip Huff

Mijn Amerikaanse dromen

Ongelijkheid

In New York krijg je geen kansen op basis van je talent, het gaat erom wie je kent, ondervond .

Manhattan, New York, april 2019.
Manhattan, New York, april 2019. Foto AFP

De eerste twee jaar dat ik in New York verbleef, in 2015 en 2016, haatte ik bijna alle mensen om mij heen. Het was de enige keer in mijn leven dat ik mij gemarginaliseerd genoeg voelde dat dit kon gebeuren. Ik vertrok naar New York om voor Nederlandse media over die stad en de Verenigde Staten te schrijven en om te proberen in het Engels te schrijven – en te publiceren. Het voelde niet als hoogmoed, eerder bescheidenheid. Als er in Nederland 35.000 mensen waren die mijn boeken lazen, dan vond ik dat al ongelofelijk – en wie zegt mij dat dat zo zal blijven? Het Nederlandse taalgebied is klein en ik schrijf een keer in de drie, vier jaar een boek en die worden niet allemaal verfilmd. Ik moest mijn potentiële publiek vergroten als ik wilde blijven schrijven om ervan te kunnen leven.

Ik ging dus naar New York om het te ‘maken’. Ik had goed gespaard om het een tijdje vol te houden, vond een literair agent en werkte drie jaar elke dag aan mijn Engelstalige manuscript, over een Europese schrijver in New York. Ik mijnde mijn nieuwe leven uit – en probeerde tegelijkertijd te begrijpen waar ik woonde.

De communicatie-afdeling van The American Dream doet goed werk. Iedereen die een keer in New York is geweest kent de magische energie van die stad. Maar pas nadat je er een tijdje hebt gewoond, leer je dat die energie voor het grootste gedeelte stress is: stress van mensen die onderweg zijn van hun ene naar hun andere baan of naar een doktersafspraak – en met een eigen risico van zevenduizend dollar is dat geen geruststellend vooruitzicht. Stress dus, dat je gaat verliezen, niet alleen doordat je niet komt bovendrijven, maar doordat je ten onder gaat, omdat je te weinig tijd krijgt of niet goed genoeg bent.

De helft van de gesprekken gaat over wie je bent, waar je vandaan komt en wat je in New York komt doen om niet te verzuipen. De andere helft gaat over waar je woont – een goede graadmeter van je behaalde succes is je huur of hypotheek. Ik woonde in een studiootje van nog geen twintig vierkante meter en ik had een ‘carrière’ in Nederland. Niemand was daarvan onder de indruk, niemand had iets aan mij. Dus was het zaak naam te maken.

Nu gaat het gebeuren

Enkele maanden na mijn aankomst zat ik in een literair panel, een criticus van een toonaangevende Amerikaanse krant aan mijn ene zijde; een redacteur van een prestigieus literair tijdschrift aan de andere. Ik was in vorm. Naderhand vroeg de redacteur: „Zou je niet eens iets voor ons willen schrijven? Je Engels is goed genoeg.” Ik dacht: ik heb het afgedwongen, nu gaat het gebeuren.

We spraken af voor koffie. Ik schreef een paar aanzetten voor haar. Ik dacht: ze kiest er eentje en die werk ik uit en dan komt het in Het Tijdschrift.

Maar ze las mijn verhalen niet. We bleven e-mailen, koffiedrinken, launch parties afstruinen, maar ze had telkens een ander excuus. Met Pasen gingen we naar de exclusieve voorvertoning van een film, mede georganiseerd door Het Tijdschrift – daarna vroeg ze of ik meeging naar haar huis. „En je man en kinderen dan?” vroeg ik. Die waren de stad uit.

Seks en werk door elkaar laten lopen vind ik onverstandig, en dat zei ik. Daarna was de tijd van e-mails en exclusieve events voorbij. Ik was mijn toegang tot de juiste kring kwijt. Ik sta nog steeds achter mijn keuze, maar dat is ook omdat ik kon terugkeren naar een ‘veilig’ Nederland. Soms dacht ik: ik had het moeten doen.

Goed en vooral duur onderwijs

Niet lang hierna stond ik in een bar in de East Village te praten met een vrouw. Ze was Afro-Amerikaans, kwam uit Brooklyn en we hadden het over de kansen die goed onderwijs bood. Ze kwam intelligent over en zei dat ze met een studiebeurs naar een van de beste universiteiten van de wereld was geweest, Cornell. Ik antwoordde dat dat wellicht een prestigieuze universiteit in het noordoosten van de Verenigde Staten was, maar daarmee niet meteen een van de beste ter wereld. „Oh well, it’s really good”, zei ze. En heel duur, zei ik.

Privéonderwijs in de VS is in de afgelopen veertig jaar drie keer duurder geworden, maar het gemiddelde inkomen is niet drie keer zo hoog geworden. Ook de kosten van onderwijs aan een openbare universiteit zijn bijna vier keer hoger geworden. Hoger onderwijs is voor de gemiddelde Amerikaan onbetaalbaar. En in een land waarin steeds meer banen in landbouw en industrie verdwijnen, zijn banen in de dienstensector juist van belang. Zelfs in de plannen van gouverneur Cuomo voor ‘gratis’ hoger onderwijs in de hele staat New York, moeten studenten nog altijd 14.000 dollar per jaar betalen. Voor vele New Yorkers is hoger onderwijs dus geen droom of uitdaging – het is een onmogelijk opgave. Tenzij je uit een vermogende familie komt, natuurlijk. Zulke ongelijkheid leidt tot onrechtvaardigheid; in de stad krijg je geen kansen op basis van je talent, maar op basis van je afkomst, achtergrond én opleiding – en wie je daar hebt leren kennen.

Transgender uit Jamaica

Afgelopen zomer had ik een eerste versie van mijn Engelstalige manuscript af. Ik sprak met een Amerikaanse redacteur die het proposal van mijn agent had gelezen. Hij zei: „Als je een transgender uit Jamaica was geweest had ik het misschien willen lezen. Maar ik krijg simpelweg te veel boeken zoals het jouwe aangeboden.”

Wat me kwetste, was niet dat ik als witte man eindelijk ook eens tot een subgroep werd gereduceerd, en dat dat bepaalde of mijn verhaal de moeite van het vertellen waard was, en of het wel of niet goed was geschreven. Wat me deprimeerde was het opportunisme van de markt dat eruit sprak. Het gaat niet om de emanciperende agenda, maar om de dollars.

En die opvatting – dat alles om geld draait – heerst niet alleen aan de universiteiten en bepaalt niet enkel je kansen op de arbeidsmarkt. Ze geldt ook in het ziekenhuis. Ik belandde er de afgelopen jaren twee keer. Een keer in de punkrockwijk East Village, de tweede keer in de chiquere Upper East Side. De zwarte vrouw die in dat tweede ziekenhuis onverzekerd op de eerste hulp lag, werd weggereden toen ik aankwam; haar bed werd op de gang gezet. Zelfs met mijn vernauwde bewustzijn voelde ik nog zoiets als schaamte. En schuld. Omdat ik toevallig wel in een land ben geboren waarin gezondheidszorg een collectieve plicht (want gedeelde zorg) is. Want, laten we duidelijk zijn: de kosten die ik heb gemaakt als hartpatiënt had ik met mijn inkomsten als schrijver nooit kunnen betalen. Volgens een recente studie zijn in de VS vier van de tien kankerpatiënten binnen twee jaar na de diagnose door hun spaargeld heen.

In een land waar schaarste op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg en arbeidsmarkt alles bepaalt, denken mensen eerst aan zichzelf. „No Sharing!” schreeuwde een billboard op Times Square in een van mijn eerste maanden mij toe. En een vriend zei tijdens de presidentiële voorverkiezingen in 2016: „Ik mag Bernie Sanders niet. Hij probeert van dit land een soort Zweden te maken.”

Klassenmaatschappij

Als alle andere maatschappijen zijn de VS een klassenmaatschappij. En als alle grote steden is New York een afspiegeling van het land. Er is een grote correlatie tussen klasse en huidskleur. De ‘succesvolle’ postcodegebieden zijn er overwegend wit: in de Bronx maakt minder dan de helft van de scholieren zijn middelbareschooltijd af.

Vijf kilometer zuidelijker ligt een particuliere all girls school (Convent of the Sacred Heart) die 46.524 dollar per jaar kost en waarvan veel leerlingen ‘succesverhalen’ zijn. U kent er misschien ook een: Stefani Joanne Angelina Germanotta, ook bekend als Lady Gaga. Een zeer getalenteerde artiest, ja. Maar ook een met veel privileges en in de VS is zelfs betaalbare gezondheidszorg een privilege.

Voor New Yorkse begrippen had ik een laag inkomen. Het viel me niet mee: boodschappen zijn duur, gezond eten is duur, bewegen (de sportschool) is duur. Ik voelde afgunst voor iedereen die meer geld had dan ik, aan de randen van wier levens ik bewoog.

Maar ook degenen die minder hadden dan ik, omdat ze me confronteerden met mijn rijkdom – met de armoede waardoor je je niet kunt wassen, niet zonder angstgevoel kunt plassen, niet eens in je eigen bed kan slapen. Ik begreep zelfs mijn buren niet: waarom zou je kinderen nemen in een stad onbetaalbaar als deze? Wat voor kansen geef je ze?

Ongecontroleerd kapitalisme

Twee jaar terug besloot ik mijn instelling te veranderen. Mensen geloven vaak dat Amerika de toekomst is – ik ook. Maar ik had dat gevoel niet langer: economisch verliest het land relevantie en op het gebied van klimaat en emancipatie is het niet progressief genoeg. Dus in zeker opzicht is New York wel de toekomst, voor als het de verkeerde kant opgaat: de toekomst van hoe het in Nederland kan zijn als we het kapitalisme ongecontroleerd zijn werk laten doen en menen dat de onzichtbare hand van de markt altijd de beste wereld schept. Dat werd ook het onderwerp van het Engelstalige boek, dat ik inmiddels hard aan het herschrijven was.

Ik besloot de laatste twee jaren van mijn verblijf in New York te zien als een verblijf in de toekomst: mijn heden was de toekomst van Europa. Door mijn tijd in New York zie ik duidelijker dat er ook een kloof loopt door Nederland, of meerdere kloven, die steeds moeilijker te overbruggen worden. De wereld is een Jackson Pollockschilderij: maar we zijn allemaal ingezoomd op een hoekje. Zoom uit, en je zult zien dat al die stukjes op elkaar lijken, maar niet precies hetzelfde zijn. In New York – in de VS, een land op anabole steroïden – zijn de verschillen alleen groter en duidelijker te zien.

En, inderdaad: niet alleen de Nederlandse media en politiek schuiven naar rechts, de maatschappij doet het ook. In Nederland hebben we ineens ‘klimaatdrammers’, racistisch gemotiveerde snelwegblokkeerders die als helden worden geëerd, en ‘normaal doen’ betekent nog altijd ‘etnisch wit zijn’ – en dan kun je gewoon bushokjes slopen, te veel reisvergoeding opstrijken of de klimaatproblematiek verergeren zonder dat iemand roept: „Willen we meer of minder Nederlanders?”

Ondertussen wordt het onderwijs steeds duurder, stijgen de zorgpremie en het eigen risico (van 150 naar meer dan 400 euro in tien jaar) en wordt de positie van de werknemer steeds precairder. Voorbeeld: bijna niemand in mijn omgeving kan als zzp’er een hypotheek krijgen, terwijl woningen steeds duurder worden, zeg maar gerust: onbetaalbaar. Zodat je voor een hoger bedrag moet huren dan rijkere mensen aan hun hypotheek betalen.

Decadentie

New York is een van de hoofdsteden van de wereld: van wat we vroeger de eerste, tweede en derde wereld noemden. Extreme rijkdom of verfijning in die stad wijst door die grote ongelijkheid voor mij al snel op decadentie. Die ongelijkheid is niet te rechtvaardigen. Er is geen vangnet, er slapen veel te veel mensen op straat. Dat laatste relativeert voor betrekkelijk rijke, witte mannen met een baardje en schrijfambities hun situatie behoorlijk. Maar het maakte het voor mij wel moeilijk om deze wereld te omarmen. Omdat ik werd geconfronteerd met de vraag op welke wijze jij medeverantwoordelijk en dus medeschuldig bent voor deze wereld. En de vraag zich opdringt of dat niet anders kan. En zo ja, of dat dan niet ook moet.

In een land waar je geen stemrecht hebt en je werk niet wordt gehoord, is het nog lastiger die vraag te beantwoorden. Maar: mijn haat voor mensen verdween hierdoor wel, werd omgebogen tot een kritische houding naar mensen die verantwoordelijkheid dragen voor de inrichting van de VS en Europa, die actief zijn in het politieke bedrijf.

Ook dat perspectief probeerde ik te verwerken in mijn boek , waaraan ik de laatste hand leg, hoewel ik de kansen op verkoop aan een uitgeverij niet te hoog inschat. Daarvoor past mijn profiel en dat van het boek vermoedelijk niet goed genoeg bij de Amerikaanse markt. Maar: een mens moeten blijven dromen.

Hoe is New York, vragen veel mensen nu ik terug ben. A great place to visit, zeg ik dan. Minder geschikt voor Nederlanders om te wonen. Ons land is kleiner dan de VS, Amsterdam een dorp in vergelijking met New York – en in vele opzichten ook provincialer. Maar provinciaals is niet alleen slecht, zeker niet voor een land dat zelf al niet zo groot is: huursubsidies, sociale woningbouw, een vrij egalitair speelveld, een schappelijk aantal vakantiedagen, betaalbaar onderwijs, goed openbaar vervoer, emancipatie: het kan altijd beter, maar dat is dan niet in de richting van de VS, niet in de richting van New York. Dat is in de richting van Zwolle, Utrecht of Eindhoven.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.