Mark Rutte en Jan Terlouw vieren 15.000ste ‘Het Oog’

Jubileum Sinds de eerste uitzending op 5 januari 1976 lijkt er weinig veranderd aan het rustige en voorspelbare radioprogramma Met Het Oog Op Morgen. Niets is minder waar.

Mark Rutte en zijn vice-premiers De Jonge, Ollongren en Schouten in het NOS-programma Met Het Oog op Morgen (18 september 2018).
Mark Rutte en zijn vice-premiers De Jonge, Ollongren en Schouten in het NOS-programma Met Het Oog op Morgen (18 september 2018). Foto ANP / Sander Koning

Vanavond, kort na 23:00 uur, klinkt het Gute nacht, Freunde voor de 15.000ste keer voor een nieuwe uitzending van radioprogramma Met Het Oog Op Morgen. De jubileumeditie van één van de langstlopende radioprogramma’s wordt gevierd in de Verkadefabriek in ’s-Hertogenbosch. Te gast zijn onder meer oud-politicus Jan Terlouw en premier Mark Rutte, die al meer dan 40 jaar trouwe luisteraar zegt te zijn.

In de hoogtijdagen luisterden zo’n 500.000 mensen naar ‘Het Oog’, nu zijn dat dagelijks nog zo’n 250.000. Vele luisteraars zijn naar de commerciële zenders gegaan. Bovendien luisteren mensen steeds minder radio. Hoe doorstaat Het Oog de tand des tijds?

„De truc is dat er veel verandert terwijl de luisteraar daar maar weinig van merkt”, zegt redactiechef Marion van de Wouw, die sinds 2004 werkzaam is voor het radioprogramma. Het Oog heeft zich aan de versnelde wereld aangepast. „Als je uitzendingen van tien jaar geleden luistert dan is dat zo ontzettend traag”, aldus Van de Wouw. „Bijvoorbeeld de rubriek ‘De Krant van Morgen’. Die was twee keer zo lang.” Ook is er gekort op de muziek. Er worden nu nog maar drie in plaats van vijf platen gedraaid.

Lees ook de recensie van Markus Meulmeester uit 2000: ‘Een wijvenprogramma vol wisecracks’

Maar de meest in het oog springende verandering blijft de opfrissing van de introtune, alweer acht jaar terug. „De tune werd gespeeld door het VARA Dansorkest en was via een band opgenomen”, zegt Van de Wouw. „Die band ging trekken en werd vals. Er kwam steeds meer toonverschil tussen zanger Reinhard Mey en de band.” Het nieuwe arrangement, ingespeeld door het Metropole Orkest, is sneller en moderner.

Podcast

Luistercijfers van radio vertonen in de avond een dalende trend. „Mensen kijken dan televisie”, zegt Huub Wijfjes, mediahistoricus aan de Rijksuniversiteit Groningen . „Tot 23:00 uur, dan zie je opeens weer een piek. Luisteraars zetten voor Het Oog bewust de radio aan.” Maar voor veel mensen is het tijdstip te laat.

Daarom is Met Het Oog Op Morgen in podcastvorm enorm populair. Dagelijks wordt de uitzending tussen de 15.000 en de 20.000 keer gedownload. Waarmee het programma hoog in de trending lijsten staat van Apple’s iTunes, het meest gebruikte podcastplatform. Het Oog was in 2007 het eerste Radio 1-programma dat als podcast werd aangeboden. „Het was technisch mogelijk”, zegt redactiechef Marion van de Wouw. „En we wilden op die manier ook een nieuw, voornamelijk jonger publiek bereiken.”

Herkenbaarheid

„Rust, reinheid, en regelmaat”, noemt Wijfjes als reden dat het programma nog altijd veel beluisterd wordt. Sinds de eerste uitzending op 5 januari 1976 is het late avondprogramma weinig veranderd: eerst klinkt de Duitstalige introtune, daarna hoort men „Buiten is het twaalf graden, binnen zit…”, gevolgd door een persoonlijke column en het nieuwsoverzicht. Wijfjes roemt de journalistieke betrouwbaarheid, de ‘reinheid’. „Het is ook niet zo hijgerig als een televisietalkshow, het ademt rust uit.”

Redactiechef Van de Wouw denkt dat de luisteraar „redelijk conservatief” is en houdt van een zekere mate van voorspelbaarheid. „De luisteraar weet wat hij krijgt. Het format is helder”, aldus Van de Wouw. Wijfjes: „Voorspelbaarheid en vaste rubrieken maken programma’s herkenbaar. Dat hadden ze bij Het Oog al vroeg door.” Bovendien luisteren veel mensen het radioprogramma in bed. „Dat maakt Het Oog heel intiem”, aldus Van de Wouw.

Overblijfsel van de verzuiling

Van de Wouw spreekt over Het Oog als een journalistieke latenightpersonality-show, die elke avond een andere presentator kent. „Noem een bekende presentator en hij of zij heeft Het Oog wel gepresenteerd.” Bekende namen uit het verleden: Jeroen Pauw, Eva Jinek en Ivo Niehe.

Iedere avond een andere presentator is een „nabrander van de verzuiling”, vertelt Wijfjes. Tot 1976 vulde elke omroep een eigen avond. Horizontale programmering, waardoor iedere avond op hetzelfde tijdstip eenzelfde programma te horen is, bestond niet. Na veel interne strijd won de overkoepelende NOS de strijd om horizontale programmering. Daardoor werden programma’s als Langs de Lijn en Het Oog mogelijk. „Het Oog is een fijn voorbeeld van het publieke belang boven het belang van de omroepen”, aldus Wijfjes.

„Maar vervolgens kreeg je wel de vraag: wie bepaalt de inhoud van een horizontaal programma, de zendermanager of de omroep?” Omroepen hebben er toen voor gezorgd dat ze een eigen presentator konden aanstellen voor hun avond, zegt Wijfjes. De verscheidenheid aan presentatoren wordt nu als een van de krachten gezien, ook al hebben omroepen met de keuze ervan niets meer te maken.

„De persoonlijkheid van de presentator is erg belangrijk”, vertelt Van de Wouw. „Daarmee krijgt de show kleur. Maar zoals Jeroen Pauw ooit zei: het programma is door velen bemind, maar door niemand bezeten.”