Opinie

John Bolton, de vervaarlijkste snor op het westelijk halfrond

Hoe gevaarlijk is het dat John Bolton in hetzelfde gebouw werkt als Donald Trump, vraagt Michel Kerres zich af? Geruststellend is het in elk geval niet.

Op 8 mei 2018 ondertekende president Trump een document waarmee hij een einde maakte aan de Amerikaanse steun voor de internationale afspraken over het nucleaire programma van Iran. Teheran ziedend. Europese bondgenoten boos. Haviken blij.

Een jaar later hangt Trumps besluit als trofee in het Witte Huis. John Bolton, Trumps adviseur voor nationale veiligheid gaf het een plekje op zijn kantoor in de West Wing.

De ingelijste vernietiging van een cruciaal internationaal verdrag is een veelbetekenend detail in het even amusante als verontrustende profiel van Bolton dat The New Yorker deze week publiceerde. Het profiel van Dexter Filkins kreeg als kop: ‘Op oorlogspad’. Dat slaat zowel op Boltons gewoonte overal dwars te liggen als op zijn vermeende geloof dat militaire macht een oplossing is voor menig probleem.

Over de man met de walrussnor is al veel geschreven – over de snor weten we bijvoorbeeld dat Trump in eerste instantie een andere adviseur koos omdat hij die snor niet zag zitten. Toch kan nadere beschouwing van Bolton geen kwaad nu de VS weer geregeld dreigen met militair ingrijpen. Het Witte Huis schermt al weken met militaire stappen in Venezuela. Zondag gaf Bolton een routinemissie een agressieve wending met de mededeling dat een vliegdekschip opstoomde naar de Golf om Iran te waarschuwen. Er zouden aanwijzingen zijn dat Teheran een aanval op Amerikaanse troepen liet voorbereiden. Bewijs leverde hij niet.

Bolton werd min of meer als conservatief geboren, werkte in 1964 voor presidentskandidaat Barry Goldwater, ging in 1966 naar Yale, waar hij zich verzette tegen meisjes in de klas, liep vervolgens stage bij Spiro Agnew, die later achtervolgd door schandalen zou moeten opstappen als Nixons vicepresident.

Bolton, een jurist met een fenomenaal geheugen, gaat vrij ver om zijn zin te krijgen. Zo wilde het Congres hem niet benoemen als VN-ambassadeur omdat hij te vaak gevoelige informatie van veiligheidsdiensten in zijn voordeel had verdraaid. (George Bush jr. drukte zijn benoeming erdoor toen het Congres met reces was.) In de aanloop naar de oorlog in Irak werd in Den Haag onderhandeld over een wereldwijd verbod op chemische wapens. Irak leek met het verdrag in te willen stemmen, hetgeen wel eens het tapijt onder de invasieplannen vandaan zou kunnen trekken. Dus vloog Bolton naar Nederland om de Braziliaanse hoofd-onderhandelaar José Bustani te overreden langzaam aan te doen.

Bolton ziet het als zijn belangrijkste taak de Amerikaanse bevolking te beschermen tegen een atoomaanval. Deze week was hij daarom weer druk met Iran. Bolton heeft nauwe banden met de Iraanse Volksmoedjahedien, een verzetsbeweging die uit is op de val van het bewind in Teheran. Volgens een bron van The New Yorker zou hij al twintig jaar „een anale fixatie” op Iran hebben.

Voor diepgaande Freudiaanse analyses is het hier niet de plek, maar intussen vraagt de hele wereld zich wel af wat Bolton en Trump nu eigenlijk willen met het regime in Iran. Vernederen? Ontwapenen? Omverwerpen? Of een combinatie van alle drie?

Trump zou vooral willen onderhandelen, zoals hij dat ook met de leider van Noord-Korea probeerde. Daartoe zou in 2017 acht keer tevergeefs contact gezocht zijn met Teheran. Bolton ziet niets in gesprekken. Vraag wordt dus hoeveel ruimte Trump zijn adviseur zal geven.

Redacteur geopolitiek Michel Kerres en Oost-Europa-deskundige Hubert Smeets schrijven hier afwisselend over de kantelende wereldorde.