Je begrijpt Duitsers beter dan de Friezen

Leven op de grens Van de grens merk je in Bad Nieuweschans vrijwel niets meer. Grensbewoners eten er van twee walletjes. Al valt er op de Duitsers ook wel wat af te dingen. In de aanloop naar de Europese verkiezingen onderzoekt NRC het grensleven.

Verkeersborden gemaakt door Cilia de la Court in het Nederlandse Bad Nieuweschans en het Duitse Bunde. „De grens is weg. Maar er zijn veel regels bij gekomen.”
Verkeersborden gemaakt door Cilia de la Court in het Nederlandse Bad Nieuweschans en het Duitse Bunde. „De grens is weg. Maar er zijn veel regels bij gekomen.” Foto's Kees van de Veen

De grens is niet meer wat hij geweest is, zeggen ze in Bad Nieuweschans. „Vroeger was het streng”, vertelt Henk Takens (72), gepensioneerd schilder. „Als jongens gingen wij dansen in Duitsland maar als je geen zakgeld bij je had en geen Duitse marken had gewisseld, lieten ze je niet door.” Tot begin jaren negentig, toen de Europese interne markt werd ingesteld met vrij verkeer van goederen en personen, was een onbelemmerde doorgang uitzonderlijk. „Paspoorten konden worden gecontroleerd”, vertelt dertiger Jolanda de Jager, communicatieadviseur van de gemeente Oldambt, waar het dorp in Oost-Groningen onder valt. „Ik herinner me dat mijn moeder nadacht over wat ze moest zeggen als haar werd gevraagd waarom ze als bestuurder van de auto geen bril droeg, zoals op de foto in haar paspoort. Ze droeg contactlenzen.”

Streep op de kaart

Inmiddels is de grens vervaagd. Er is een levendige uitwisseling tussen de nationaliteiten. Grensbewoners eten van twee walletjes. Duitsers komen bij supermarkt Coop in Bad Nieuweschans koffie en bleekwater kopen, en Nederlanders gaan op hun beurt naar Duitsland voor vlees en benzine. Ook auto’s zijn in Duitsland goedkoper, inclusief de importheffingen. Duitsland is voor velen aantrekkelijk om te wonen; huizen zijn er goedkoper, groter en volgens sommigen mooier. „De grens is een streep op de kaart, verder niets”, zegt Jan Perton (76). Hij woont sinds vijftien jaar met zijn vrouw Anna Maria van den Hende in Bunde, net over de grens. „We waren altijd al gericht op Duitsland maar nu we er echt wonen, voelen we ons er prettig bij.” Hun kinderen wonen in de stad Groningen, zestig kilometer westelijk. „Daar ben je zo. Er staan nooit files.” De taal aan weerszijden van de grens lijkt dezelfde. „Het plat-Gronings is bijna identiek aan het plat-Duits. Tot aan de grens met Polen kan ik de Duitsers verstaan. Maar als ik de andere kant op ga, begrijp ik de mensen in Friesland al niet meer.”

Bad Nieuweschans is het meest oostelijk gelegen stukje Nederland, dat op de kaart met een driehoekige punt Duitsland inprikt. Tot tien jaar geleden heette het dorp Nieuweschans. Een naamswijziging voegde Bad toe en heeft het dorp op de kaart gezet, ook in Duitsland, als een kuuroord met onder meer een thermale bron met natuurlijke mineralen. „Daar zijn de Duitsers dol op. En een bezoek aan een bronnenbad wordt in Duitsland vergoed door zorgverzekeraars”, zegt Hans de Wolf (64), coördinator Duits-Nederlandse samenwerking van de gemeente Oldambt. De overeenkomsten met Duitsland zijn groter dan de verschillen. Duitse kinderen zijn lid van een Nederlandse hockeyclub. Een Duitse zeilvereniging traint op het water van Blauwestad. Duitsers zijn dol op het koningshuis dat ze zelf moeten missen.

De Wolf: „Nederland ziet maar de helft van een cirkel. Als je naar het weerbericht op de televisie kijkt, lijkt het of Duitsland niet bestaat. Terwijl er zoveel mogelijkheden zijn. We zijn te bescheiden. We moeten mensen bewust maken van de gigantische mogelijkheden van grensoverschrijdend werken.”

In het NRC-dossier over de Europese verkiezingen: Bijna helft Nederlanders sceptisch over EU, maar meerderheid wil geen Nexit

Duitse brandslangen

Bijna vier jaar geleden ramde een schip een Duitse spoorbrug vlak over de grens, bij de stad Weener, als gevolg waarvan de trein van en naar Groningen nog steeds niet ongehinderd door kan rijden. Er rijden nu bussen op een deel van het tracé, totdat de spoorbrug – pas over vijf jaar – hersteld zal zijn. De Wolf: „Die spoorverbinding zou je groots kunnen aanpakken. Bedenk eens wat een snelle verbinding tussen Groningen en Hamburg voor deze regio zou kunnen betekenen.” Er valt een wereld te winnen, meent De Wolf. „Er wordt hier gesproken over krimp. Dat is een verkeerd woord. Ik spreek liever van demografische ontwikkelingen. Er is een gigantisch carrièreperspectief. Bedrijven net over de grens, zoals Volkswagen, een papierfabriek, een cruiseschepenbouwer.”

Hoe klein de verschillen tussen grensbewoners ook zijn, veel regels staan intensieve samenwerking in de weg. Verpleegkundigen die stage in Duitsland lopen, stranden soms op de bureaucratie. Diploma’s moeten worden geharmoniseerd. De Wolf: „De grens is weg. Maar er zijn veel regels bij gekomen. Zorgverzekeraars nemen elders in Nederland besluiten die hier niet van toepassing zijn. Wordt een snelle heupoperatie in Duitsland vergoed? Wie betaalt de nazorg?” Tot voor kort kon je huis niet worden geblust door de Duitse brandweer, vanwege verschillende typen brandslangen. „Daar hebben we nu een koppeling voor.” Veel van dergelijke projecten worden betaald met Europees geld.

Arrogant en onbeschoft

Bij alle paradijselijke vergezichten valt er ook af te dingen op de Duitsers, zo blijkt uit gesprekken met de dorpelingen van Bad Nieuweschans. Want de dialecten mogen op elkaar lijken, de meeste Duitsers spreken gewoon Duits en geen Nederlands. „Dat vertikken ze”, zegt de gepensioneerde schilder Henk Takens. Ook bij etablissement De Dansende Kater, waar bezoekers worden geholpen door medewerkers met een beperking, is men niet onverdeeld blij als op een vrije dag de Duitsers massaal het terras op stromen. „Duitsers weigeren Nederlands te spreken. Daar zijn ze te arrogant voor”, zegt begeleider Niels Kaan. „Als ze jou de weg vragen in het Duits en je antwoordt in het Nederlands, noemen zij jou onbeschoft.”

Ook voormalig schilder Takens heeft het een en ander aan te merken op de „volksaard” van de gemiddelde Duitser. „Duitse mannen zijn nogal dominant, vooral als ze wat gedronken hebben. Ze waren ook altijd bang dat wij hun meisjes in zouden pikken. Gelukkig is het de laatste dertig jaar wat softer geworden.”

Verder geen kwaad woord over Duitsers, zeker niet van Jan Perton, Nederlander in Bunde, waar een op de zeven bewoners Nederlander is. „Ze zijn wat formeler dan Nederlanders, zullen bijvoorbeeld nooit uit zichzelf op bezoek komen. Het is hier ook allemaal wat netter. ’s Winters is iedereen verplicht de sneeuw op de stoep voor het huis te vegen. In Nederland is het dan een rotzooi.” En nooit vergeten: Duitsers zijn gek op teckels. Wanneer schilder Takens met zijn vijfjarige hond Boby langs de volle parkeerplaats van het bronnenbad wandelt, wordt hij steevast aangesproken. „Ik had hem al twintig keer kunnen verkopen.”