Recensie

Recensie

Narcistische acteurs in New York worden genadeloos gefileerd

Deborah Eisenberg Een onberispelijke stijl, mooie, terloopse metaforen, trefzekere typeringen. Dat kenmerkt de nieuwe verhalen van deze bijzondere Amerikaanse schrijfster. Bijna elk verhaal in deze bundel is een avontuur.

Het totale oeuvre van Deborah Eisenberg (1945) omvat maar enkele tientallen verhalen, in vijf bundels, verdeeld over vierendertig jaar. Geen omvangrijk oeuvre, om het zacht uit te drukken, maar wel een waarin je je al lezend kunt verliezen. De thematiek van de meeste van die verhalen zou in andere handen in romans kunnen eindigen, maar Eisenberg heeft nu eenmaal, bless her, besloten dat dit haar métier is. En zolang haar lezers met haar mee willen gaan in het soms bijna onnavolgbaar ingedikte concentraat van wat ze schrijft, zal ze worden erkend als een meesteres in dat genre.

Bijna elk verhaal is een avontuur, het verloopt nooit zoals de lezer aanvankelijk denkt dat het zal verlopen. De personages om wie het draait duiken soms pas halverwege op en niet zelden vereist een verhaal herlezing en herhaaldelijk terugbladeren. Toch maakt dat Eisenberg niet tot een hermetisch schrijfster, al hebben luie lezers, die alleen vermaakt willen worden, er een zware dobber aan. Maar wie er de tijd voor neemt wordt rijkelijk beloond.

Neem ‘Taj Mahal’, een van de fraaiste verhalen in de nieuwe bundel Your Duck Is My Duck. De constructie is briljant. Het begint met enkele onschuldig ogende pagina’s uit de memoires van de kleinzoon van een filmregisseur. En dan volgt er de zin, vanuit het niets: ‘What to do about this horse-shit?’ Want enkele van de in de memoires genoemde acteurs zitten bijeen in een New -Yorks restaurant, waar het als scandaleus ervaren boek zo geraffineerd wordt gefileerd dat dat fileren zich geleidelijk aan tot het verhaal ontwikkelt, waarin al even geleidelijk Emma, de dochter van een van genoemde actrices, de centrale figuur wordt.

In dit verhaal wordt het narcisme van acteurs van een randje venijn voorzien; en dat venijn is opmerkelijk vaak aanwezig, ook in de andere verhalen.

Zie de uitzonderlijk liefdeloze moeder in ‘Cross Off and Move On’. Ze is in de steek gelaten door de vader van de vertelster en verkeert in staat van oorlog met haar drie schoonzusters, ‘de heksenkring’. Ondanks de kalme toon waarop het verteld wordt, is het van een duizelingwekkende volheid, volkomen vanzelfsprekend heen en weer spelend in de tijd. Je leest het uit met het gevoel een vuistdikke roman tot je te hebben genomen. Want behalve de familievete is er ook een gebroken huwelijk en de aanloop daartoe, een talentvolle neef, en niet te vergeten een dramatisch concentratiekamp-verleden.

Het spervuur aan beledigingen, krenkingen en vernederingen dat de vertelster van haar valse moeder te verduren krijgt is een genot om te lezen. Eisenberg creëert er een onvergetelijk personage mee, in deze moeder die haar dochter telkenmale weinig subtiel wijst op haar fysieke tekortkomingen en die, luisterend naar de lovende woorden bij de uitvaart van een van haar schoonzusters, uitroept: ‘Mijn God, ze begraven de verkeerde vrouw!’

De overige vier verhalen doen voor beide genoemde niet of nauwelijks onder. Een onberispelijke stijl, mooie metaforen, een trefzekere typering middels taalgebruik en innerlijke monoloog. Wat een rijkdom. Het zal terecht nieuwsgierigheid naar Eisenbergs vroegere werk genereren.