Recensie

Recensie Boeken

In de opvolger van ‘Lampje’ bloeit verhalenverteller Annet Schaap opnieuw op

    • Thomas de Veen

Annet Schaap en Philip Hopman Een poëtisch prentenboek van Annet Schaap gaat over een hoge boom met een luisterend oor, voor vogels, insecten en andere passanten. Hopmans kleurige waterverftekeningen staan vol details. (●●●●)

Tekening van Philip Hopman uit besproken boek

Je zou goed kunnen beweren dat het tweede boek van Annet Schaap niet écht een opvolger van Lampje is – het kinderboek waarmee ze twee jaar geleden fabelachtig debuteerde als schrijfster en dat alle denkbare bekroningen kreeg. Ditmaal geen uitwaaierend, sprookjesachtig avontuur, dit is een prentenboek van 41 bladzijden op basis van een kort verhaal dat Schaap (1965) vorig jaar schreef in opdracht van het Internationaal Kamermuziek Festival Utrecht.

Al is het ook weer niet zo dat het enthousiasme getemperd hoeft te worden (hoogstens de verwachtingen). Meteen al op de eerste bladzijden van De boom met het oor tonen zich opnieuw de vermogens van de verhalenverteller die we in Lampje zagen opbloeien, als Schaap ‘de allerhoogste boom in het park’ introduceert, die een bijzondere eigenschap blijkt te hebben: de boom heeft in zijn stam een oor. ‘Het kan het gras horen groeien, de wind horen ritselen, het kan het kleinste vogeltje horen zeuren om een worm. Als het nog beter luistert, hoort het oor hoe, ver beneden, zijn wortels zich in de grond boren, voorbij de woelende wormen, voorbij de kabels met telefoongesprekken, ver voorbij de buizen met het vuile water van de mensen, daar groeien ze geruisloos dieper en dieper.’

De luidruchtige stad

Dat klinkt al en dat zingt al, zachtjes – toepasselijk in een verhaal dat over waardevol geluid zal blijken te gaan. Op de volgende bladzijden verlegt de verteller onze blik naar de luidruchtige stad. De boom met het oor gaat over een jongen in die stad, die iets te vertellen heeft, maar geen luisterend oor, nergens. Daarvan maakt Schaap een mooi zielig gegeven: ‘“Sleutel”, fluistert hij. “Vandaag is er iets gebeurd…” Maar de woorden ketsen af op het staal. De jongen zucht.’ Hij besluit naar het park te gaan.

Lees ook de recensie van Lampje: ‘Lampje’ wervelt, boeit en laat je echt meeleven

Daar introduceert Schaap een extra verhaallijn – een waagstuk in een prentenboek, dat doorgaans beter eenvoudig kan blijven, maar dit werkt – over een ‘droevige optocht’ van insecten, een rouwstoet voor de ‘keverin’ Trude. Want, weer zo mooi: ‘een zwarte kraai is uit de lucht komen vallen en heeft haar doodgepikt, ingeslikt, haar dekschildje uitgespuugd en dat ligt daar nu, leeg’. De stoet gaat naar de boom, waarheen de jongen ook koers zet. Want gehoord worden, daar groeien we van. Wie niet gehoord wordt, blijft klein en terneergeslagen.

En zo wordt De boom met het oor toch een soort vervolg op Lampje, het boek waarmee de schrijver in Annet Schaap eindelijk een stem kreeg, die gehoord werd – nadat ze zich, zoals ze in interviews vertelde, eerst jarenlang liet terugfluiten, door zichzelf, en doordat de wereld al zo luidruchtig wás. Van die schrijversautobiografie lijkt dit prentenboek wel de parabel. Niet dat een kind dat op die manier hoeft te waarderen – maar doorvoeld is het, waardoor het belang van de boodschap ervan afspat.

Waterverf

Iets té, misschien, in de slotwoorden: ‘Zoek een boom. Zoek een oor. Zoek iets wat luistert.’ In een verhaal dat op de fluistering vertrouwt, voelt die expliciete les wat schreeuwerig. Dat stoort uiteindelijk niet, mede dankzij de tekeningen van Philip Hopman, die hier zijn beste vermogens toont. Zijn werk wil doorgaans nogal eens schreeuwen: dan spatten zijn kleuren en treedt zijn waterverf lustig buiten de oevers. Ditmaal zijn de stadsgezichten kleurig en rijk zonder uitbundig te worden, de woestheid is ingetoomd, kleine details worden zichtbaar. De keuze voor wat Hopman toont is bovendien soms verrassend poëtisch. Wanneer er iets in het oor in de boom gefluisterd wordt, beeldt hij niet de stam, maar de hogere takken af, waar kleine dieren zitten die allemaal hun kopjes richten naar de stam. Want zo aantrekkelijk en krachtig kan subtiliteit zijn.

Waarmee de tekeningen precies de rust weerspiegelen van de vertelling, en de boodschap onderstrepen. Schaap en Hopman hebben de poëzie in elkaar naar boven gehaald.