Recensie

Recensie Boeken

De Hamelaars ontmoeten de rattenvanger weer

Harrie Geelen Ook het nieuwe deel van de fantasy-roman gebaseerd op de befaamde tv-serie uit de jaren zeventig drijft op Geelens geestige en rijke fantasie, zijn bijzondere taal en het speels jongleren met verwijzingen naar sprookjes, mythes, volksliedjes en gezegdes.

Prins Guurt van Grasp en zijn moeder Rinse zijn natuurlijk kwaadaardig, maar in de laatste delen van de Hamelen-trilogie duikt een veel groter kwaad op. Zo groot dat het geen naam heeft. Noem haar ‘Voornaam Achternaam’, naar analogie van Harry Potters tegenstrever Hij Die Niet Genoemd Mag Worden. Ze heet ook wel ‘Liefgezichtje’, of gewoonweg ‘De Grootmoeder van het Kwaad’.

Na 47 jaar, 45 tv-afleveringen, 136 liedjes – nu verzameld in een nieuwe cd-box – en drie boeken van samen 1.500 bladzijden, is er nu toch echt een einde gekomen aan Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, meneer, het levenswerk van Harrie Geelen (1939). De tv-serie was een hit in de jaren zeventig. Vorig jaar verscheen het eerste deel van de fantasy-roman, nu verschijnen in één dikke band deel twee en drie.

Uitgangspunt is het sprookje De rattenvanger van Hamelen die met zijn fluitspel alle kinderen uit de stad laat verdwijnen. Geelen borduurt hier op voort: bij hem zijn de verloren kinderen, met vier volwassenen, in een sprookjeswereld terechtgekomen, waar ze allerlei avonturen beleven.

De zoektocht naar de weg terug naar Hamelen is in deze delen op de achtergrond geraakt. Het groepje verdwaalde Hamelaars is nu voltijds in dienst van het koninkrijk Bambergen, als een keurkorps detectives dat de steeds weer verdwijnende prinses moet opsporen, en strijd moet leveren tegen Guurt en familie.

De bruiloft van prinses Madeleine met prins Tor wordt verstoord doordat de prinses verdwijnt naar Morpuis, het land aan de andere kant van de spiegel. Tor wordt gegijzeld door een heksenkring, molenaarsdochter Jul laat het kasteel krimpen, en de Hamelaars vechten tegen Wenzela de ijsheks.

Fantasy dekt de lading, maar ‘Hamelen’ is een stuk gemoedelijker dan gebruikelijk in dit genre. Niemand gaat dood, niemand lijdt pijn; echt eng of duister wordt het nooit. Het boek drijft op Geelens geestige en rijke fantasie, zijn bijzondere taal en het speels jongleren met verwijzingen naar sprookjes, mythes, volksliedjes en gezegdes. De verhalen uit de tv-serie zijn het uitgangspunt, maar Geelen heeft deze ook nu weer flink uitgebouwd, en helemaal volgestopt met nieuwe bedenksels. Honderden namen en tientallen zijverhalen komen voorbij.

Bij fantasy en sciencefiction is het zaak dat de schrijver zijn ongebreidelde fantasie beteugelt in heldere verhaallijnen. Dat is Geelen niet overal gelukt. Het verhaal is soms moeilijk te volgen. Vaak ook zet hij grootse decors op, maar raffelt hij de finale af, of slaat die helemaal over. Dan vat hij de afloop nog even samen in het naspel. Met pijn in het hart moet ik daarom constateren dat de trilogie enigszins teleurstelt. De Hamelaars komen per toeval de rattenvanger weer tegen, en zo komt eindelijk de weg terug weer in zicht. Geelen vindt het moeilijk om afscheid te nemen van zijn schepping: hij schrijft niet één maar vier slothoofdstukken.