Brieven

Brieven

De heer Frank stelde in zijn brief dat islamitisch onderwijs „onderdeel is van volstrekt ongewenste en achterhaalde verzuiling die we in Nederland sinds decennia achter ons hebben gelaten” (Brieven, 7/5). Ik vind zijn uitspraken nogal boud. Bij islamitisch onderwijs of welke vorm van levensbeschouwelijk geïnspireerd onderwijs dan ook gaat het om de grondslag van de school. Ouders sturen hun kinderen naar die school waarvan ze het vermoeden of de kennis hebben dat het onderwijs van voldoende kwaliteit is en de grondslag past bij hun levensovertuiging en/of verwachtingen. Daarom bestaan er scholen met diverse achtergronden. De verwachting dat neutraal onderwijs of openbaar onderwijs beter is, is voorbijgaan aan het feit dat deze vorm van onderwijs óók een levensbeschouwelijke is. Het gevaar ligt hier op de loer dat er hier ‘staatspedagogiek’ bedreven wordt in de vorm van burgerschapsvorming. Verder vraag ik mij af wat Frank bedoelt met „goede aandacht voor (…) levensbeschouwelijke stromingen.” Hoe ziet hij dit voor zich? Deze aandacht houdt meer in dan alleen maar wat leren over de diverse godsdiensten en levensbeschouwingen, het gaat ook over hoe het is om religieus te zíjn. Leerlingen hebben recht op goed levensbeschouwelijk onderwijs zowel binnen het bijzonder als het openbaar onderwijs.


Docent Levensbeschouwing