Belasting betalen gaat ook over moraal

Fiscale ethiek Goed fiscaal advies? Dat is: zo min mogelijk belasting betalen. Of niet? Onder adviseurs rukt het normbesef op. „Wat voor voorbeeld wil jij zijn voor je omgeving?”

‘Vos, waar heb jij het over?” De partners van zijn kantoor reageerden verbaasd toen fiscaal econoom Christiaan Vos opmerkte dat er iets niet klopte aan het werk dat zij deden. Het was midden jaren negentig, de tijd waarin er nog geen vraagtekens werden geplaatst bij fiscale advisering. Voor zijn cliënten met een miljoenenvermogen knoopte hij als fiscalist zonder aarzelen slimme regelingen aan elkaar, zodat zij geen cent belasting hoefden te betalen. „Iederéén deed dat zo. Als je in die tijd als miljonair belasting betaalde, was je slecht geadviseerd.”

Dat soort trucs leverden bizarre situaties op. Omdat die miljonairs voor de Belastingdienst geen inkomen hadden, betaalden ze niet alleen geen belasting, maar kregen ze ook allerlei toeslagen die eigenlijk bedoeld waren voor mensen met een minimuminkomen, vertelt Vos. Jarenlang stond hij er niet bij stil, deed hij alles wat mocht volgens de wet. Maar op een dag begon het te knagen.

Vanaf dat moment besloot hij alle klanten met een ‘dood vermogen’ af te stoten, omdat zij niets bijdroegen aan de samenleving. En hij stelde steeds vaker morele vragen aan zijn klanten: ‘Wilt u werkelijk helemaal geen belasting betalen?’ ‘Hoe voelt dat als u op een verjaardag naast uw nichtje zit, een bijstandsmoeder die net gekort is op haar uitkering?’

Moraliteit

Anno 2019 staat Vos – inmiddels ook filosoof, universitair gastdocent en adviseur van De Nederlandsche Bank – niet meer alleen in zijn roep om moraliteit in de fiscale wereld. Vijf jaar geleden werd hem gevraagd een programma op te zetten over morele oordeelsvorming en ethiek, voor de opleiding fiscale ethiek aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). Sindsdien besteden alle fiscale opleidingen er steeds meer aandacht aan.

In die lessen gaat het over belasting als moreel fenomeen, maar ook over concrete dilemma’s zoals het huidige debat over de winstbelasting voor multinationals. En bijvoorbeeld ook over de giftenaftrek.

Hoogleraar belastingrecht Sjoerd Douma: „Met die giftenaftrek kunnen mensen in feite zelf bepalen waar ze publieke middelen aan willen besteden.” Want als je geld doneert aan een goed doel, kun je dat aftrekken van je inkomstenbelasting en financiert de staat indirect mee. „Je kunt zeggen: dat creëert betrokkenheid van burgers, maar je kunt je ook afvragen of dat wel democratisch is. Is het wel aan rijke individuen om te mogen bepalen waar het algemeen belang ligt? Dat is een interessante discussie.”

Wie over de grens gaat tanken in België of Duitsland ontwijkt toch ook belasting?

„Wie als adviseur werkt kan zich blind staren op wetteksten, en daarmee vergeten dat fiscaliteit een van de pijlers is waar onze maatschappij op drijft”, zegt fiscalist Fred van Horzen, partner bij Meijburg & Co. Daarom organiseerde hij dit voorjaar samen met Sjoerd Douma een seminar aan de UvA, met de beroemde Duitse filosoof Peter Sloterdijk. „Ik wilde fiscalisten daarmee op een andere manier laten kijken naar belasting.”

Volgens Sloterdijk is ons huidige fiscale stelsel bijvoorbeeld te ‘kil’ en leidt dat ertoe dat de belastingbetaler vervreemdt van het idee dat belastingen worden geheven voor de gemeenschap. Zijn oplossing: maak belastingen vrijwillig, zodat mensen het zien als een bijdrage die iedere burger levert aan de samenleving. Daarmee verdwijnt het ‘wij-zij-denken’ van de burger tegenover de staat.

Ook Sigrid Hemels, hoogleraar belastingrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, ziet een evolutie onder fiscalisten: „Tien jaar geleden waren mijn studenten van mening dat je het beste resultaat voor je cliënt moest zien te behalen. Als wij dezelfde vragen nu stellen dan zeggen zij: wacht even, we moeten ook kijken wat dingen maatschappelijk betekenen.”

Wel valt het Hemels op dat het bij belastingmoraal altijd over de ánder gaat. „Als mensen kritiek hebben op belastingontwijkende multinationals, gooi ik wel eens een knuppel in het hoenderhok en vraag ik: ‘Als je met opzet over de grens in Duitsland of België gaat tanken, ben je toch eigenlijk ook belasting aan het ontwijken? En de monteur die je auto maakt, maar geen bon geeft en dus waarschijnlijk geen btw betaalt? Als je het echt over moraal wil hebben, gaat het ook over je eigen moraal.”

Kan ik dit uitleggen?

„Er is altijd een moment in mijn collegereeks dat de meerderheid van mijn studenten zich afvraagt: moet ik nog wel belastingadviseur worden?”, merkt Christiaan Vos. Zij zien dankzij de lessen ethiek in hoe belastingadvies de collectieve sector kan ondermijnen. Dat is het punt waarop hij ook vertelt over het nut en de noodzaak van belastingadviseurs. „Fiscale wetgeving is zo ingewikkeld dat de burger zijn rechten pas kan krijgen als hij goed wordt geadviseerd.”

Maar waar goed advies overgaat in een te lage belastingmoraal, dat is een dunne lijn, weet Vos: „Morele bewustwording is een proces, je kunt niet zeggen: het moet zus of het moet zo. Dat moet je leren, casus na casus: wat zit hier goed, wat zit er niet goed? Welke belangen en rechten spelen er mee?”

De vraag is natuurlijk vooral: kun je van boekhouders en fiscalisten verwachten dat ze de moraal hooghouden in de dagelijkse praktijk? Sjoerd Douma zag bij zijn voormalig werkgever PricewaterhouseCoopers dat dit een worsteling is. „Hun missie is: building trust in society. Maar hoe doe je dat als fiscalist? Je taak is óók om cliënten erop te wijzen hoe zij belasting kunnen besparen, maar dat draagt misschien niet altijd bij aan meer vertrouwen vanuit de maatschappij. Hoe ga je daarmee om? Dat is waanzinnig lastig.”

Die klant komt wel voor zichzelf op, het algemeen belang niet

Christiaan Vos ethisch fiscalist

Bovendien zit er ook een nadeel aan een beroep doen op de moraliteit in de praktijk, zegt fiscalist Fred van Horzen. Je moet het dan hebben van individuele keuzes. „Als je het systeem afhankelijk maakt van moraal, dan ontstaat er een onrechtvaardige situatie.”

Willen mensen tot het uiterste gaan om zo min mogelijk belasting te betalen, dan ziet hij dat als hun individuele afweging. „Wie ben ik om daar iets van te zeggen zolang het in overeenstemming is met de strekking van de wet? Als je de belastingmoraal wil verbeteren, moet je gewoon de wetgeving veel beter maken.”

Toch ziet Sigrid Hemels, naast hoogleraar belastingrecht ook fiscalist bij advocatenkantoor Allen & Overy, wel degelijk dat steeds meer kantoren over bepaalde zaken zeggen: dat kunt u doen, maar dan wel met een andere adviseur. „Constructies waarin mensen naar Aruba willen om erf- of schenkbelasting te ontwijken. Vroeger deden ze dat wel, maar dat is nu echt een gepasseerd station.”

Lees ook over giftconstructies, die de schatkist jaarlijks een half miljard euro kosten

Die nieuwe belastingmoraal is volgens Hemels ook te danken aan de aandacht in de media voor belastingontwijking. „Kan ik dit uitleggen aan een journalist? Kom ik hiermee op de voorpagina van de krant?”

Dat is iets wat in de samenleving is veranderd dankzij toenemende transparantie. Vijfentwintig jaar geleden haalden mensen hun schouders op over ontwijking, nu wordt er schande van gesproken. „Cliënten vragen aan belastingadviseurs niet enkel meer een fiscaal-juridisch advies, maar ze willen tegenwoordig ook weten wat het kan betekenen voor hun reputatie.”

Sukkel

Christiaan Vos begrijpt dat het best veel lef vergt om tegen je baas of klant te zeggen dat een wens over het randje van het moreel acceptabele gaat. Daarom pleit hij ervoor het recht op een integere werkomgeving in het arbeidsrecht te verankeren. „Als je morele twijfels hebt, moet je daar vrijuit over kunnen praten, zonder dat je direct het stigma opgeplakt krijgt van pietje precies.”

Het is volgens Vos bovendien belangrijk dat fiscalisten ook na hun opleiding actief bezig blijven met morele oordeelsvorming. „Juist omdat kantoren vaak een gesloten omgeving zijn, is het belangrijk te blijven zien dat er meer belanghebbenden zijn dan alleen de klant en je eigen winst. Die klant komt wel voor zichzelf op, het algemeen belang niet.”

Vos ziet een steeds grotere groep mensen die „niet de sukkel willen zijn”, maar ook graag met beide benen in de samenleving staan. „Als belastingadviseurs mij vragen: ‘Worden we er financieel beter van moreel het goede te doen?’ Dan zeg ik: ‘Nee, je gaat er niet meer mee verdienen. Juist in dat grijze circuit zijn de grootste marges te behalen. Maar misschien zou je het gewoon moeten doen omdat je het wíl. In wat voor bedrijf wil je werken? Wat voor voorbeeld wil je zijn voor je omgeving? Wanneer vind je jezelf een toffe peer?’ Daar slaat bijna iedereen op aan.”