„Bankiers hebben een enorme angst om maar een duimbreed van de regels af te wijken, zelfs al is dat heel verstandig en beter voor de klant”, aldus Canoy.

Foto Olivier Middendorp

Econoom Marcel Canoy: ‘Bankiers zijn niet amoreel’

Interview | Econoom Marcel Canoy Twee jaar liep hij achter de schermen rond bij Rabobank. Nu vindt econoom Marcel Canoy dat we ons beeld van banken moeten bijstellen. „We moeten beseffen dat we in een samenleving leven waarin dingen gewoon mis kunnen gaan.”

Een week voor de presentatie van zijn boek De bank van goede bedoelingen had Marcel Canoy zich in zijn woning nog verkneukeld dat hij Wiebe Draijer in het grachtenpand van zijn uitgever mocht interviewen. Natuurlijk heeft hij de topman van Rabobank gesproken in de twee jaar dat hij achter de schermen mocht meelopen bij de bank. Maar niet meer sinds hij een proefdruk van zijn boek had opgestuurd.

„Zijn ze zich rot geschrokken van mijn conclusies? Of heeft Draijer, zelf exMcKinsey, mij gezien als een gratis consultant die kan helpen de cultuur te veranderen in de richting die hij wil?”, vroeg de econoom zich thuis op de bank af.

In zijn boek trekt Canoy conclusies over het bankiersvak dat ontmenselijkt wordt. Dat komt volgens hem door de digitalisering, waardoor het rechtstreekse contact tussen klant en bankier wegvalt en beslissingen afstandelijk en onpersoonlijk worden. En door de grote hoeveelheid regels die bankiers uit angst te vaak naar de letter en niet naar de geest toepassen.

Als burger wilde ik weten of er tien jaar na de financiële crisis iets bij de banken is veranderd

Canoy econoom

Afgelopen woensdag bij de boekpresentatie noemde Draijer dat laatste een conclusie waarmee hij aan het werk gaat. „In strikt vasthouden aan die regels zitten perverse prikkels en die moeten uit het systeem. Daar moeten we samen met de toezichthouder goed naar kijken”, zei de Rabotopman, kijkend naar directeur Toezicht Frank Elderson van De Nederlandsche Bank, die net het eerste exemplaar van het boek in ontvangst had genomen. „Regels zijn goed”, aldus Draijer, „maar die menselijke maat moet leidend zijn. De professional binnen de bank moet zelf ook kunnen aanvoelen wat goed en fout is.”

En wat Draijer vond van Canoys suggestie om bij elke bank een chief behavioral officer te benoemen? Die moet de gedragsrisico’s binnen de bank in de gaten houden en zo nodig aanpakken, zoals de compliance officer de juridische risico’s monitort. „Ik ben zelf die chief behavioral officer”, had Draijer een dag eerder in Nieuwsuur gezegd. Dat herhaalde hij woensdag. Om na aandringen van Canoy zijn woorden te heroverwegen: „Zoals jij bij gesprekken hebt mee kunnen luisteren, zou iemand dat moeten kunnen doen”, zei Draijer. „Ik zou wel willen, maar als ik als topman bij een gesprek aanwezig ben, wordt het toch een ander gesprek.”

Van De Kempen tot Tanzania

Waarom wilde Canoy dit boek schrijven? „Als burger wilde ik weten of er tien jaar na de financiële crisis iets bij de banken is veranderd. En ik wilde weten of het beeld dat alle banken-bashers schetsen wel klopt. Ik lees alleen maar wat er misgaat of de reclamepraatjes van de banken zelf.”

Canoy is geen bankeneconoom, hij staat vooral bekend als zorgeconoom. Zo liep hij al eens rond bij een ziekenhuis in Goes en Vlissingen dat destijds in financiële problemen verkeerde. En bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, waar hij vrijuit met ambtenaren kon praten. „Als een amateur-antropoloog.”

Met een aanbeveling van de voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Banken op zak klopte Canoy aan bij de drie grote banken. ING en ABN Amro hapten niet. Rabo wel. Hij sprak er honderden mensen. Op het hoofdkantoor in Utrecht mocht hij meeluisteren bij de Groepsdirectie, de Ledenraad en de Ethische Commissie. Hij reisde door het land langs vestigingen van Groningen tot De Kempen. Hij reisde naar Australië en Tanzania om te zien hoe Rabo internationaal wil groeien als bank voor landbouw en agribusiness.

Bankiers zijn amoreel, constateert Joris Luyendijk in zijn bestseller Dit kan niet waar zijn en in veel artikelen die hij daarna heeft gepubliceerd. Zou u die term ooit voor ze gebruiken na al uw gesprekken?

„Nee. Ik heb dat niet aangetroffen. Luyendijk heeft de perverse subcultuur in de City in Londen goed beschreven. Maar je kunt niet, zoals hij doet, zeggen dat wat voor de zakenbankiers in Londen geldt, ook waar is voor bankiers hier in Nederland. Dan overschreeuwt hij zichzelf.

„Mensen die bij Rabo werken zijn niet anders dan mensen die bij NRC of het ministerie van Financiën werken. Ze zijn misschien iets ondernemender en commerciëler, omdat ze voor een bank werken. Het gaat om de prikkels. Als je mensen verkeerde prikkels geeft, gedragen ze zich conform die prikkels en kunnen dingen misgaan.”

Lees ook: Bankiers leven in een amoreel universum

Zijn banken dan amorele instituten?

„Ik vind het lastig om termen als moraliteit op een organisatie te plakken. Wat betekent dat? Een organisatie wordt geleid door mensen. Zij zijn onderhevig aan regels en aan prikkels en gaan zich daarnaar gedragen. Dat is een harde wetmatigheid voor een econoom.

„De regelgeving gaat nu heel ver. Ook omdat de Tweede Kamer en de media vol op het orgel gaan. Logisch, want de banken hebben het ernaar gemaakt. Bankiers zien voor een groot deel de inhoudelijke logica achter de regels. Maar ze hebben ook een enorme angst om maar een duimbreed van de regels af te wijken, zelfs al is dat heel verstandig en beter voor de klant.”

Leggen wij dan als samenleving uit wantrouwen te veel regels op?

„Ik ga hier niet pleiten voor versoepelen van regels of verlagen van buffers. Maar je moet wel naar een cultuur van ‘pas toe of leg uit’ gaan. Een bankier die de regels moet volgen, moet ook de discretionaire bevoegdheid hebben ervan af te wijken als daar goede redenen voor zijn. De maatschappij moet ervoor open staan.”

Komen banken nog af van het wantrouwen van de samenleving?

„Het is het bekende spreekwoord: vertrouwen komt te voet en gaat te paard. Als er een witwasaffaire bij ING is, dan hebben ABN Amro en Rabo daar ook last van. Daar balen ze zo hard van, omdat ze vinden dat ze op de weg naar boven zitten. Maar elke affaire bevestigt het beeld dat er nog niets is veranderd.

„Minister Hoekstra van Financiën roept dan dat er zero tolerance is voor witwassen. Dat is gewoon onzin, dat kan helemaal niet. Natuurlijk staan we als samenleving niet open voor systematisch falen zoals ING bij de witwasaffaire, dat is de boel belazeren. Maar hij kan het niet waarmaken voor elk incident. Er zal echt af en toe iets gebeuren. Banken kunnen niet als een detectivebureau achter elke onderaannemer van een onderaannemer aanzitten. Ik heb met ze achter de computer gezeten en gezien dat daar dagen werk in zit. We moeten beseffen dat we in een samenleving leven waarin dingen gewoon mis kunnen gaan.”

Wat is het meest opmerkelijke dat u bent tegengekomen?

„Dat is een verhaal waarbij ik zelf niet anders kon dan als antropoloog ingrijpen: het verhaal van de familie Vork. Zij zijn door de gemeente Uithoorn zo getreiterd met bouw- en sloopactiviteiten dat hun eigen dijkhuisje onbewoonbaar werd. Zij bleven met een restschuld achter bij de bank, waardoor hun leven dreigde in te storten.

Lees meer over het verhaal van de familie Vork

„Ik heb mij nooit gerealiseerd dat deze dingen in Nederland gebeuren. Voor het boek was het interessant omdat de bank hierbij alles goed deed, en het toch nog bijna mis dreigde te gaan. Één medewerker wist precies wat ze moest doen, pleegde meer dan tweehonderd telefoontjes, heeft alle betrokken afdelingen aan de kop gezeurd. Maar op het eind kreeg haar oplossing geen goedkeuring. Toen heb ik naar de bank gemaild. Het is alsnog binnen een dag geregeld, de familie Vork kreeg een betere regeling dan ze hadden mogen verwachten.

„Dat is de bottomline: je hebt de bankiers die de mensen kennen, maar daarna wordt hun oplossing gecheckt door mensen die geen flauw idee hebben wie de klant is en alleen naar de cijfertjes en de regels kijken. Bij de familie Vork liep het goed af, maar dit gaat nog heel vaak mis.”

Rabo is ook de bank van het Liborschandaal en sterk betrokken bij alle toestanden met derivaten voor het midden- en kleinbedrijf.

„Daar lopen ze niet voor weg. De openingszin van een lid van de groepsdirectie in het gesprek met mij was: Libor is een zegen geweest. Die affaire [waarbij Rabohandelaren in Londen betrokken waren bij misleiding met rentetarieven, waarna Rabo schikte voor 774 miljoen euro] heeft er hard in gehakt. Voor de lokale bankiers was het moeilijk voor te stellen dat Rabo bij zoiets betrokken was. Het moet een barre tijd zijn geweest. Aan de ‘goede bedoelingen’ kon je in die tijd wel twijfelen.

„Natuurlijk is het dom dat ze derivaten gesleten hebben aan kleine ondernemers die de producten niet begrepen. Mensen die erbij waren betrokken, zijn nu weg of zijn veel vergeten. Veel gegevens zijn verdwenen. Klanten hebben een voorschot gehad. Maar de trieste consequentie van de lange duur van de affaire is dat Rabo zeshonderd manjaren van hoogopgeleide medewerkers moet investeren om te berekenen wat de schade voor klanten is geweest. Daar ben ik van geschrokken, toen ik bij die afdeling in Hilversum op bezoek was. Het is emotioneel heel vervelend. Ik ben bij een sessie geweest waar de bank alleen maar ‘sorry’ kon zeggen.”

Heeft u echt alle medewerking van de Rabo gehad? Of zijn er ook deuren gesloten gebleven? “Veel was zo geregeld. Op pad met lokale bankiers was geen enkel probleem. Op reis naar Australië en Tanzania had iets meer voeten in de aarde, maar eenmaal daar kon ik overal bij zijn. Maar een dag meelopen met de groepsdirectie, ja, dat was wel wat anders. Of bij de Ethische Commissie zitten, waar alle netelige kwesties worden besproken. En bij de Ledenraad hebben ze afgesproken dat er geen toehoorders aanwezig mogen zijn. De juristen werden helemaal gek. ‘Wat gaat hij dan daarover opschrijven?’ Maar Draijer zei: dit is de deal die we met Canoy hebben gemaakt. Hij is al twee jaar bezig en dit hoort er ook bij.”

Bent u nooit bang geweest dat u een apologie voor de banken zou schrijven?

„Nee. Zo zit ik niet in elkaar. Ik ben eigenwijs genoeg om de conclusies te trekken die ik wil, en niet die mij in de mond worden gelegd. Ik heb niet het idee dat de Rabobankiers zich hebben ingehouden. Integendeel, soms was ik verbaasd wat ze me allemaal vertelden.

„Ik was me er ook van bewust dat je je te veel met het onderwerp van studie kunt vereenzelvigen. Ik ben ook een mens. Daarom heb ik een meeleesclub georganiseerd, die de bankierswereld goed kent. Zij hebben heel kritisch gekeken of ik niet te lief ben voor Rabo.

„Gaan mensen toch vinden dat ik die apologie heb geschreven? Ja die zullen er zijn, en dat is dan maar zo. Ik kan met mijn hand op het hart zeggen dat ik het niet mooier heb gemaakt dan wat ik heb gezien, en ook niet lelijker. Dit is wat ik heb aangetroffen. Als mensen vinden dat dit boek een te rooskleurig beeld van de bank schetst, moeten ze zelf maar eens twee jaar bij Rabo rondkijken.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.