Opinie

    • Hugo Camps

Ajax is de stammenstrijd van 020 ontstegen

De schoonheid van het lijden lag deze woensdagavond voor het oprapen in het gras van de Johan Cruijff Arena. Lang uitgerekt. De lichamen nog nadampend van een historische slijtageslag om prestigieuze winst in een voetbaltoernooi. De hoofden waarschijnlijk leeg. De meest aangeslagen in de vijftigduizendkoppige menigte was de Marokkaanse Nederlander Hakim Ziyech. Na een eerste woede-uitbarsting stortte ook hij ter aarde en bleef doodstil liggen. De stilte van de anticlimax.

Over Nederland viel een collectieve ontroering. In Purmerend reikte een oude buschauffeur naar de hand van Frenkie de Jong, in Eindhoven opende een bijstandsmoeder haar heupen voor Matthijs de Ligt en in Amsterdam lag een warmwaterkruikje klaar voor Lasse Schöne. Iedereen was van iedereen, ook in de kroeg. Verdriet en liefde als steekvlam van natievorming.

In de identiteit van Ziyech verschilferde alle culturele nukkigheid. De voetballer met Marokkaanse roots was nooit eerder zo volbloed Nederlander als deze avond in de Johan Cruijff Arena. Hij speelde als een leeuw en huilde als Willeke Alberti in haar liedjes. In het verlies van Ajax was de begenadigde stilist helemaal thuisgekomen. Alle reserves voor het co-burgerschap met Nederland waren weggevallen. Reeds tijdens de wedstrijd was hij gevleugeld in arbeid en enthousiasme. Bij elk mislukt schot vervloekte hij zichzelf. Ajax en de Champions League hadden zijn integratie geruisloos voltooid. Hakim was de heetste Ajacied van de hele bende die een wereldpartij speelde.

De glorie kenden ze al, de jongens van Erik ten Hag. Nu moet leergeld betaald worden voor deceptie. De wenkende landstitel is een perfecte glijbaan naar relativering en berusting. Frenkie, Donny, Dusan en Matthijs hebben de muren van het hooggezeten isolement gesloopt. Ajax is nu van Nederland met een wederzijdse vergevingsgezindheid die aan naastenliefde grenst. Het is de stammenstrijd van 020 ontstegen en is de laatste dagen door internationale chroniqueurs naar aparte hoogte verliteratuurd. Alles aan het instituut klopt weer, inclusief de speelse losbandigheid bij het weggeven van dat ene fatale doelpunt aan Spurs. Ajax is nationale gemeenschap geworden, grondstof over alle maatschappelijke geledingen heen. Over kerken en gezindten, kleur en religie, alkoof en discoholen. Vooral deze maatschappelijke inplanting doet PSV pijn. Het recht op onvoorwaardelijke samensmelting tussen stadion en natie wordt in Eindhoven nog niet van harte toegekend. Apartheid is er ook maar een accent, maar het is er wel. De aanwezigheid van wereldburger Mark van Bommel ten spijt.

Lees ook: Melancholie past bij het aanschouwen van dit Ajax

Speculeren over de leegloop van Ajax heeft geen zin. Morgen wordt een nieuw blik Ajax-jongeren opengetrokken en wat dan nog ontbreekt wordt goedgemaakt door een rijkgevulde clubkas. Het is treurig dat dit Feyenoord al in geen jaren meer is overkomen. Nog niet zo lang geleden was voetbal in Nederland de grootste variant van somberheid. Oranje op non-actief, de clubs weinig productief en vernieuwend in de Eredivisie, het volk steeds meer stadionmoe. Zelfs shorttrack leek populairder dankzij een ontzettende guitige zeemeermin. Toch als het spektakel de moeite waard is, blijft voetbal onbetwiste koploper in de aandacht van het volk. Meer dan vijf miljoen kijkers voor Ajax-Spurs. Dan weet je dat Brexit, klimaat, pensioenen en huiselijk geweld weinig urgentie te wachten staat.

Wij, Nederland zijn Ajax voor een keer dank verschuldigd. Gozertjes van negentien en twintig hebben ons laten zien hoe plezierig voetbal kan zijn, naast suspense en trots. De swing is terug in Amsterdam, op de volle geluidsterkte van Count Basie Orchestra.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.