Brieven

‘Kaat Mossel’ bewijst niets over Rotterdam

Volgens historicus Han van der Horst zit de liefde voor het koningshuis de Rotterdammers in het bloed en is Rotterdam nooit zo’n revolutionaire stad geweest als Amsterdam. (Rotterdambijlage bij NRC van 27 april) Hij onderbouwt zijn stelling met het verhaal van Kaat Mossel die omstreeks 1780 in Rotterdam de Oranje-aanhangers aanvoerde tegen de patriotten. Dat lag in 1918 toch even iets anders. Toen dreigde na de val van de Duitse keizer Wilhelm II ook in Nederland een revolutie die het initiatief was van de socialistische leider Troelstra en moest beginnen in Rotterdam. Daar had bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer dat jaar 44 procent op de SDAP gestemd, tegen 27 procent in Amsterdam, en was de stemming, aldus Troelstra, uitgesproken revolutionair. Twee Rotterdamse SDAP-voormannen hadden tegen de burgemeester gezegd dat zij de revolutie van harte zouden toejuichen, maar van de afschaffing van het koningschap geen eis zouden maken – mits de koningin zich als constitutionele vorstin overal buiten zou houden. De revolutie brak niet uit, en is de geschiedenis ingegaan als ‘de revolutie die niet doorging’.

Net zo min als Kaat Mossel bewijst dat de liefde voor het Oranjehuis de Rotterdammers in het bloed zit, bewijzen de plannen om een revolutie te beginnen in Rotterdam dat revolutie maken de Rotterdammers in het bloed zit. Historici moeten voorzichtig zijn met stereotypen.

, historicus en publicist, Schiedam.