Opinie

Wopke Hoekstra levert welkome bijdrage aan debat over Europa

Humboldtlezing

Twee weken geleden verweet D66-fractievoorzitter Rob Jetten in een debat in de Tweede Kamer minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) een „weinig constructieve” houding in Europa. De minister had een beetje de neiging om bij alle voorstellen die in het Europese overleg op tafel lagen op de rem te trappen, zei de D66-voorman. Het zou volgens hem dan ook goed zijn als minister-president Mark Rutte een gesprek aanging met Hoekstra. Want, zo zei Jetten, die met zijn partij deel uitmaakt van de coalitie, „kritisch zijn is natuurlijk goed, maar halsstarrig zijn is dat niet.”

Het kan verkeren. Dinsdag bood dezelfde Jetten via Twitter de minister van Financiën een ‘cadeaulidmaatschap’ van D66 aan. De reden: Hoekstra had die dag in zijn rede op de Humboldt-universiteit in Berlijn de Europese plannen van D66 omarmd. Het bericht werd begeleid met een foto van Jetten die een kaart met daarop geschreven ‘Voor Wopke’ omhooghoudt. Tenenkrommend studentikoos, maar er zijn weer verkiezingen in aantocht en dan willen politici zich nog weleens verlagen.

Belangrijker is of Jettens constatering klopt dat Hoekstra met zijn Berlijnse lezing een Europese bekeerling is geworden. Hierbij is dan de aanname dat hij eerst anti-Europa zou zijn. Maar de strenge houding die Hoekstra tijdens bijeenkomsten met zijn collega-ministers van Financiën van de Europese Unie zeker uitstraalt is wezenlijk iets anders dan tégen de EU zijn. In Berlijn hield Hoekstra een pleidooi voor een „nieuw en beter Europa”, juist omdat hij naar eigen zeggen Europa „zo belangrijk” vond.

De aanwezigen in de Duitse hoofdstad hoorden een overtuigd maar kritisch Europeaan spreken die waarschuwde voor erosie als gevolg van het niet of onvoldoende nakomen van de afspraken. Gezien de proactieve publiciteit waarmee Hoekstra’s toespraak deze week werd omgeven, bestond er blijkbaar behoefte aan een scherper Europa-profiel van de man die veelvuldig wordt genoemd als toekomstig leider van het CDA.

Die duidelijkheid kan overigens geen kwaad, maar dan gaat het niet zozeer om Hoekstra, maar om zijn partij. Hoe staat het CDA onder aanvoering van partijleider Sybrand Buma tegenwoordig nog in het vroeger door christen-democraten zo luid bezongen ‘Europese project’?

Vorige maand bekritiseerde een groep verontruste CDA’ers in een manifest de Europese opstelling van de partij, die volgens hen neerkomt op „boegeroep met de Britten langs de zijlijn”. Een houding die de Tweede Kamerfractie twee weken geleden nog eens bevestigde door voor een motie van SGP en SP te stemmen waarin de regering werd opgeroepen zich sterk te maken voor het schrappen van de woorden „ever closer union” uit het Europees Verdrag.

De rede van Hoekstra in Berlijn waarin hij gevoelige thema’s zoals snijden in landbouwsubsidies en verdergaande Europese defensiesamenwerking noemde sloeg een geheel andere toon aan. Dat is een goed signaal aan de Europese Unie waar de minister de komende tijd stevig zaken moet doen.

De negende mei heet de Dag van Europa te zijn. Het zal de meeste inwoners van de Europese Unie koud laten. Dat is niet erg. Belangrijker is dat zeker in deze gepolariseerde tijd politiek verantwoordelijken duidelijk maken wat zij met de Europese Unie willen. Op dat vlak heeft minister Hoekstra deze week in Berlijn een welkome bijdrage geleverd.