Recensie

Recensie Boeken

De Amsterdammers die de stad hebben gemaakt

Boekrecensie Amsterdam kent nogal wat kleurrijke, invloedrijke figuren. In het boek Markante Amsterdammers worden ze geëerd – maar vreemd genoeg ontbreken er nog aardig wat.

De Amerikaanse kunstenaar Viktor IV, alias Walter C. Glück (1928-1986)
De Amerikaanse kunstenaar Viktor IV, alias Walter C. Glück (1928-1986)

Wat maakt iemand tot een ‘echte’ Amsterdammer? De clichés kennen we allemaal: branie, klein hartje, eigenwijs, scherpe humor, anti-autorititair. Of, in minder vleiende zin: arrogant, chauvinistisch, onbehouwen, sentimenteel.

Het begrip ‘markante Amsterdammer’, schrijft samensteller Koen Kleijn in de inleiding van het gelijknamige boek, is eigenlijk dubbelop: „Wie Amsterdammer ís, is per definitie meteen ook ‘markant’.” Daar valt wel wat op af te dingen: in de hoofdstad lopen genoeg slaapverwekkende figuren rond. Toch heeft Amsterdam ontegenzeglijk veel wonderlijke en getalenteerde mensen voortgebracht. Kleijn, hoofdredacteur van Ons Amsterdam, bundelde 38 profielen uit zijn blad van dit soort kleurrijke types, voornamelijk uit de twintigste eeuw.

Je hoeft niet in Amsterdam geboren te zijn om Amsterdammer te zijn, zo blijkt uit het boek. De legendarische socialistische wethouder Floor Wibaut (‘Wie bouwt? Wibaut!’) kwam oorspronkelijk uit Middelburg. Actrice Theo Mann-Bouwmeester (naamgeefster van de toneelprijs Theo d’Or) groeide op in Zutphen. En zelfs de vermaarde marskramer Professor Kokadorus, bekend om zijn vette jiddisch-Amsterdamse accent, woonde tot zijn twaalfde levensjaar in Leeuwarden. Amsterdammer kun je wórden.

Ondernemer Loe Lap (1914-1993) voor zijn dumpzaak in de Reguliersbreestraat, jaren vijftig. Foto J. Mud

Omgekeerd is niet mogelijk, zo betoogt Kleijn: eens Amsterdammer, altijd Amsterdammer. Dus vind je in dit boek ook een portret van VVD’er Hans Wiegel, die weliswaar geboren werd in de Geuzenstraat in West als zoon van een meubelmaker, maar op zijn twaalfde naar het Gooi verhuisde. En van zangeres Willeke Alberti, die in de Rivierenbuurt opgroeide maar in een vlaag van eerlijkheid bekent zich tegenwoordig „meer Larense” te voelen.

Geparfumeerde drollen

Er staan fraaie portretten in dit boek: acteur Ko van Dijk, ‘bankier van het verzet’ Walraven van Hall, studentenpastor pater van Kilsdonk. De grote sociaal-democratische volkshuisvesters Wibaut, Monne de Miranda en Jan Schaefer ontbreken uiteraard niet. De laatste was met zijn accent, recht-door-zee taalgebruik en allergie voor dikdoenerij een archetypische Amsterdammer. Pompeuze mede-PvdA’ers noemde hij ‘geparfumeerde drollen’.

De mooiste stukken in dit boek gaan over de wat minder voor de hand liggende personages. Amsterdammers die in hun tijd bekend waren, in ieder geval in de stad, maar inmiddels vergeten. Zoals de excentrieke Amerikaanse kunstenaar Walter C. Glück, alias Viktor IV, die op een binnenvaartschip bij de Blauwbrug woonde en een vast onderdeel werd van het gidsenpraatje op de rondvaartboten. Toen hij in 1986 per vlot naar zijn laatste rustplaats op Zorgvlied gevaren werd, stond het aan de waterkant zwart van de mensen.

En muzikant Wally Tax, geboren op de Kadijken en in de jaren zestig immens succesvol met zijn band The Outsiders. In zijn gouden jaren kocht hij bij wijze van ochtendritueel iedere dag schone sokken en onderbroeken bij de Bijenkorf – de vuile was ging linea recta de vuilnisbak in. Toen Tax in 2005 overleed, was hij zo platzak dat zijn fans een benefietconcert organiseerden om zijn begrafenis te betalen.

Geen sporters, geen Gerard Reve

Mooie verhalen, maar hier stuiten we ook op de zwakte van het boek. Juist omdat de definitie van ‘markant’ zo ruim is, is het een vrij willekeurige greep aan beroemde hoofdstadbewoners geworden.

Marskramer Professor Kokadorus (Meijer Linnewiel, 1867-1934) op het Amstelveld, circa 1905. Ingekleurde foto. Foto Rob Bogaerts

De nadruk ligt erg op het culturele, met veel acteurs en beeldend kunstenaars. Zo staat er niet één sporter in het boek: geen Gerrie Knetemann en ook – onbegrijpelijk – geen Johan Cruijff. Schrijvers staan er dan weer wel in. Maar waar zijn Willem Frederik Hermans en Gerard Reve? De laatste schreef met De Avonden een van de meest iconische Amsterdamse romans. En hoe kan er in een boek over markante Amsterdammers niet één Provo voorkomen?

Andere personages die in dit boek node gemist worden: majoor Bosshardt, Pistolen Paultje, Anne Frank, Ramses Shaffy, vastgoedmagnaat Maup Caransa, de grote Samuel Sarphati, zwerver Hadjememaar en een van de vele Jan Sixen. En waarom ontbreken oer-Amsterdammers als Johnny Jordaan, Bolle Jan en André Hazes?

Ook een euvel van dit boek: het schuurt te weinig. We lezen vooral over Amsterdammers die hun stad een goede naam hebben bezorgd. Maar waar zijn de infame mannen en vrouwen uit Mokum? Een uitzondering vormen de portretten van beroepsinbreker Gerrit de Stotteraar en krantenmagnaat Hak Holdert. De laatste was 42 jaar eigenaar van De Telegraaf en alleenheerser over de redactie: verslaggevers werden naar zijn grillen ingehuurd en weer ontslagen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog gooide hij het op een akkoordje met de Duitsers: in 1948 – Holdert is dan al overleden – oordeelt het Amsterdams Tribunaal voor de Perszuivering dat er door De Telegraaf „uit pure baatzucht en welbewust (…) met de vijand en diens handlangers is geheuld”. De krant mocht vier jaar niet verschijnen.

Foute Amsterdammers

Juist het portret van Holdert versterkt het gevoel dat wat meer ‘foute’ Amsterdammers in dit boek niet hadden misstaan. Willem Holleeder en Cor van Hout bijvoorbeeld. En misschien zelfs Mohammed Bouyeri.

Krantenmagnaat Hak Holdert (1870-1944), geportretteerd door Telegraaf-cartoonist Louis Raemaekers, 1928.

Resteert de vraag: wie is de meest markante Amsterdammer uit dit boek? Ik kies voor Loe Lap (1914-1993), uitbater van de gelijknamige dumpzaak in de Reguliersbreestraat. In de jaren zestig en zeventig kocht heel Amsterdam hier zijn pukkels en Afghaanse jassen. Lap was een uitgenaste ondernemer, dik met Amsterdamse bestuurders, en een geinponem eerste klasse: hij kon moppen tappen als geen ander. Hij werd er zelfs een soort Bekende Nederlander mee, op televisie bij Willem Duys en Mies Bouwman. Toen Johan Cruijff in 1968 trouwde, was Loe Lap de ceremoniemeester. Legendarisch waren de krantenadvertenties en slogans voor zijn winkel, die hij eigenhandig bedacht. De mooiste: ‘Wat Lap lapt, lapt Lap alleen’.

Koen Kleijn (red.): Markante Amsterdammers. Portretten van Amsterdammers die de stad kleur gaven. Spectrum, 246 blz. € 29,99

●●●●●