Opinie

Sorry zeggen

Carolina Trujillo

Vorige week schreef ik over mannenvoetbal. Het vrouwenteam van Heerenveen dreigde opgedoekt te worden en ik zat hier over mannenvoetbal te zemelen. Ik schaam mij diep. We hebben het wel over Heerenveen, een club die aan de wieg stond van de eerste eredivisie vrouwen in Nederland, de club waar Van de Sanden, Spitse, Miedema en Martens voor speelden. Opgedoekt. Het vrouwenvoetbal stond in brand en ik zat hier voor mannetje te spelen. Wat heb ik daar spijt van: sorry.

Inmiddels is de eredivisieploeg van Heerenveen gered. Tijdelijk. Ze krijgen een „overbruggingsbudget” van centen die de KNVB in zijn hart heeft gevonden. Heel genereus, vooral als je bedenkt dat het diezelfde KNVB was die de mannenclubs verbood vrouwen op hun velden te laten spelen. U als trouwe sportfan wist dat natuurlijk allang, maar simpele lieden zoals ik moeten het doen met wat besproken wordt op de onsportieve pagina’s. Daar wordt de mate waarin vrouwenvoetbal onderdoet voor dat van mannen lacherig besproken. Hoe het tot die achterstand kwam, wordt daar chronisch verzwegen. Om mijn uitglijder goed te maken, besloot ik dat uit te zoeken. Daarom weet ik nu, net als u allang wist, dat het vrouwenvoetbal begin vorige eeuw in Engeland enorm populair was, zo populair dat de Engelse bond het op zijn velden verbood. De Nederlandse bond volgde dat voorbeeld.

Hoe zou het een mannenclub vergaan als je ze vijftig jaar de toegang tot de velden zou ontzeggen? En wat zou er gebeuren als die club zich na vijftig jaar weer de stadions in vecht? Zouden er dan grappen worden gemaakt over de kwaliteit van het spel of zouden ze een hommage krijgen? Het antwoord is dat het er vanaf hangt of die vechters mannen of vrouwen zijn.

Het eredivisieteam van Achilles ’29 wordt wel opgedoekt. Er zijn genoeg meiden die willen spelen, maar er is niet genoeg geld. In een reportage van Omroep Gelderland zegt een van de speelsters dat niemand er wat aan kan doen, maar iemand kan er wel wat aan doen: de KNVB. Het zou die knurften sieren als ze hun verantwoordelijkheid namen voor die halve eeuw waarin ze vrouwenteams saboteerden. Pas in 1971 werd vrouwenvoetbal door de bond erkend; in plaats van sorry te zeggen, vraagt de bond of vrouwenteams zichzelf kunnen bedruipen. En ik hier over mannenvoetbal kwelen.

Ik kan het mezelf niet vergeven en hoe verder ik graaf in de geschiedenis van het vrouwenvoetbal, hoe erger het wordt, want ik kom alleen meer te weten over wat de bonden ons voetbal aandeden. Geen geintjes meer over vrouwenvoetbal dus, ook niet bij een balbezit van 18%-26%. Inmiddels zoek ik een advocaat die de bond wil aanklagen namens de vrouwenelftallen. Misschien is er een die de sportpagina’s leest, een die mogelijkheden ziet een overbruggingsbudget voor vijftig jaar uit de KNVB te knijpen en te krabben.

Tot dan zal ik elk schrijven over voetbal afsluiten met de woorden: „Voorts ben ik van mening dat de KNVB het vrouwenvoetbal moet compenseren voor de schade die het heeft doen lijden.”

Carolina Trujillo is schrijfster.