De plaats delict van Prousts sleutelroman: het huis van Tante Léonie

Kunst op reis Waar leefden kunstenaars? Op reis naar de plekken waar zij hun stempel drukten. Deze week Marcel Proust in Illiers-Combray.

Een geur, een smaak of een kleur: alles kan herinneringen oproepen aan een jeugd, aan een al dan niet bewust weggestopt verleden. Dat is „als de madeleine van Proust”, zeggen de Fransen dan.

Dat zit zo: in Du côté de chez Swann, het eerste deel van Prousts romancyclus A la recherche du temps perdu, beschrijft de verteller hoe zo’n klein Frans cakeje bij de thee in Parijs hem in gedachten terugvoert naar zijn jonge jaren op het platteland. Die plek, ‘Combray’, was hier. Althans, hier in het huis van zijn tante Élisabeth Amiot, in een plaatsje dat toen nog alleen Illiers heette, bracht de latere schrijver Marcel Proust (1871-1922) als kind de vakanties door. In 1971, het honderdste geboortejaar van Proust, besloot het stadje van krap 3.000 zielen Prousts ‘Combray’ officieel aan de plaatsnaam toe te voegen: Illiers-Combray heet het nu. Proustiens uit de hele wereld bezoeken er het ‘Maison de Tante Léonie’, zoals ze in de literatuur heet.

„Dat is uniek. Ik ken geen andere stad die de naam van een fictieve plaats heeft aangenomen”, zegt Patrice Louis (71), lid van de Société des Amis de Marcel Proust, gezeten op een bankje in de tuin achter het huis. „Het maakt me trots om Frans te zijn, een land van cultuur.” Louis is oud-radiojournalist en Proust-fanaat. Hij houdt een blog bij (lefoudeproust.fr) waarin hij de kleinste details uit de teksten van Proust uitpluist. Na zijn pensionering verhuisde hij zelfs van Parijs naar Illiers-Combray om zijn liefhebberij naar een hoger plan te tillen. „Voor veel Fransen geldt: op een dag neem je de tijd om Proust te lezen”, zegt hij. „Bij mij hield dat niet meer op.”

Lees ook: Proust lezen en dan sterven

Het hoekhuis is niet bijzonder spectaculair en de inrichting is niet geheel authentiek, erkent Louis. Maar hij noemt het „ontroerend” om te lopen over de krakende vloeren waar Proust eind negentiende eeuw als kind liep, om te zien welke overloop hij beschreef toen de ik-verteller vergeefs wachtte op de nachtzoen van zijn tante. Of om te ervaren hoe hij door het raam de plaatselijke kerk bekeek.

In iedere kamer een aanwijzing

Voor de goede Proust-verstaander liggen in iedere kamer aanwijzingen: in de keuken de asperges die hij van de huishoudster te eten kreeg, in de huiskamer de barometer waarop de vaderfiguur fanatiek het weer bijhield of, in de logeerkamer, het boek van George Sand (François le Champi) waarvan de verteller zegt dat dit het eerste is dat hij leest. Het bezoek voelt als een soort speurtocht op de plaats delict van een sleutelroman.

Het huis werd in de jaren vijftig door een familielid van Proust aangekocht en als museum ingericht. Het is sinds 1971 in handen van het Proust-genootschap. Er staan wat meubels uit het ouderlijk huis in Parijs en er hangen portretten van de ouders van de schrijver. Op zolder is een uitstalling met oude zwartwit-foto’s van de Parijse fotograaf Paul Nadar (1856-1939) van prominenten die model hebben gestaan voor Prousts personages (Charles Haas/Swann bijvoorbeeld) en van kunstenaars die hem anderszins hebben beïnvloed.

Honderd jaar nadat Proust de prestigieuze Prix Goncourt won, zijn er dit jaar allerlei activiteiten in en om Illiers-Combray. In een modern zaaltje naast het huis is een kleine tentoonstelling over het winnende boek (À l’ombre des jeunes filles en fleurs) waarvoor onder andere het beroemde portret van Proust van Jacques-Emile Blanche uit Musée d’Orsay is overgekomen. Er zijn oorspronkelijke manuscripten en correspondenties.

Voor „snobs” als Louis – hij zegt het zelf – is de ‘Printemps Proustien’ van de plaatselijke VVV allemaal wat veel van het goede. „Gewone inwoners van Illiers en Proustiens leven in twee verschillende werelden, en dat vinden ze wel prima eigenlijk”, zegt hij. „Proust wordt gezien als een moeilijke schrijver, als je hem leest ben je deel van een soort gesloten genootschap, een elite. Als je geen Proustien bent, dan heb je hier eigenlijk niets te zoeken.”

Maison de Tante Léonie, 4, rue du Dr Proust, 28120 Illiers-Combray (net voorbij Chartres aan de A11 richting Le Mans). Voor openingstijden: www.amisdeproust.fr