Nederland heeft lage inkomensongelijkheid en verduurzaamt het langzaamst

Op de Dag van Europa legt het CBS Nederland langs de ‘Europese meetlat’. Nederlanders zijn relatief tevreden over hun leven, wel lopen we achter wat betreft verduurzaming.

De CO2-uitstoot is vorig jaar in vergelijking met 2017 2 procent gedaald.
De CO2-uitstoot is vorig jaar in vergelijking met 2017 2 procent gedaald. Foto Kees van de Veen

Nederlanders zijn tevredener over hun leven en optimistischer over de toekomst dan de gemiddelde burger van de Europese Unie. De inkomensongelijkheid is relatief laag, en na Ierland en Luxemburg ligt het gemiddelde bbp op het hoogste niveau. Dat blijkt uit donderdag gepubliceerde cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Het instituut legt Nederland, op de Dag van Europa, langs de ‘Europese meetlat‘ door meer dan twintig peilers over werk, inkomen, gezondheid, wonen en energie te meten.

Nederland is een van de meest egalitaire landen van Europa, na Slovenië, Tsjechië, Slowakije, Finland en België. Het CBS keek hierbij onder meer naar de zogenoemde ratio 80/20, de verhouding van de 20 procent hoogste inkomens en 20 procent laagste inkomens. In Bulgarije, waar de hoogste 20 procent ruim acht keer zoveel verdient als de laagste 20 procent, is de inkomensongelijkheid het grootst.

Lees ook: De inkomens- en vermogensongelijkheid is iets afgenomen. Wel blijft de ongelijkheid in vermogen groot

Ook scoort Nederland goed als het gaat om risico op armoede en sociale uitsluiting, waarbij wordt gekeken naar huishoudens met een inkomen onder de Europese inkomensgrens. Zo loopt gemiddeld gezien 22,4 procent van de EU-burgers risico op armoede, in Nederland is dat 17 procent.

Weinig hernieuwbare energie

Wel loopt Nederland ver achter als het gaat om het verduurzamen van energie en de uitstoot van broeikasgassen. Nederland is van alle EU-landen het verst verwijderd van de energiedoelstellingen voor hernieuwbare energie, zo bleek ook al in februari.

Lees ook: Van betrouwbare energiereus naar nijpend klimaatprobleem

Volgens de EU-richtlijnen, die voor elk land verschillen, moet Nederland in 2020 14 procent van de energie opwekken uit duurzame bronnen zoals windmolens en zonnepanelen. Het behaalde in 2017 echter maar 6,6 procent. Ook Frankrijk, Ierland en het Verenigd Koninkrijk zijn ver verwijderd van hun doelstellingen, en halen het doel voor 2020 waarschijnlijk niet.

Elf landen hebben hun doelstellingen al wel gehaald. Zo wordt in Zweden 54,5 procent van de energie uit duurzame bronnen opgewekt, terwijl het doel voor 2020 op 49 procent lag. Ook Finland, Letland, Oostenrijk en Denemarken zitten met meer dan 30 procent ruim boven hun doelstellingen. In tegenstelling tot Nederland winnen deze landen relatief veel energie uit biomassa, windenergie en waterkracht.

CO₂-uitstoot

Hoewel de uitstoot van broeikasgassen het afgelopen jaar met 2 procent is gedaald, onder meer door het sluiten van kolencentrales en de krimp van de rundveestapel, is de uitstoot in Nederland nog steeds relatief hoog. Met 11,3 ton aan CO₂-equivalent per inwoner bestijgt Nederland de vijfde plek, na Luxemburg, Ierland, Tsjechië en Estland. Het gemiddelde in Europa ligt op 8,4 ton.

De daling van de broeikasgasuitstoot van de afgelopen twee jaar is echter nog niet genoeg om aan het Urgenda-vonnis te voldoen. De uitstoot van 189,5 miljoen ton in 2018 ligt de uitstoot 14,5 procent lager dan in 1990, terwijl dat volgens Urgenda-zaak volgend jaar 25 procent zou moeten zijn.