Opinie

Mark Rutte is een soort huisman

Veel Nederlanders denken dat alleen mannen de baas kunnen zijn. Het wordt dus tijd dat we eens doorpakken met die ‘eerste vrouwelijke premier’, vindt Japke-d. Bouma.

Japke-d. Bouma

Het is dat ik er te weinig tijd voor heb, maar anders werd ik het gewoon zelf: minister-president van dit land. Want het is natuurlijk volkomen belachelijk dat Nederland sinds de invoering van het vrouwenkiesrecht, deze week honderd jaar geleden, in al die 39 kabinetten nog nooit een vrouwelijke premier heeft gehad.

En dat terwijl Nederland zo’n makkelijk landje is om te besturen – hoe moeilijk kan het zijn. Beetje strand, beetje water, wat asfalt en varkens – een premier is een soort huisman. Je vergadert wat, doet boodschappen, sust ruzies, gaat af en toe met de Thalys naar Brussel en Berlijn (en met de fiets naar Paleis Noordeinde) en je kunt gewoon je boterhammen in het Torentje opeten – het ideale baantje voor een vrouw, zouden seksisten zeggen. Maar nee. Alleen mannen deden het, tot nu toe.

Hoe dat komt? Omdat heel veel Nederlanders denken dat alleen mannen de baas kunnen zijn, zo schrijft historicus en NRC-collega Paul van der Steen in zijn boek De ongehoorde helft dat onlangs uitkwam. Het gaat over alle ‘eerste vrouwen’ in de politiek, dus de eerste vrouwelijke burgemeester, de eerste vrouwelijke minister, het eerste vrouwelijke Kamerlid, enzovoort. Ik wist het al wel, maar schrok er toch weer van, toen ik las hoeveel diepgewortelde vooroordelen en seksisme ze te verstouwen kregen.

Dat vrouwen te hysterisch zijn voor de politiek, dat ze de geest hebben van een kind en überhaupt niet goed kunnen nadenken. Dat als je ze kiesrecht geeft je dat net zo goed aan ezels, koeien en geiten kan geven – allemaal gangbare denkbeelden sinds Pericles, Darwin, De Savornin Lohman en al die andere mannen naar wie we straten vernoemd hebben.

Het lijkt allemaal zo lang geleden dat we zo dachten, maar die opvattingen zitten nog steeds diep in ons allen, zegt Van der Steen als ik hem erover bel. Vrouwen durven ook daardoor vaak niet zelf het leiderschap te pakken áls het hen al wordt aangeboden – zelfs een ‘progressieve’ partij als de PvdA had nog nooit een vrouw als lijsttrekker.

Maar veel mannen willen ook gewoon niet opschuiven voor vrouwen, denkt Van der Steen. „Het old boys network is in de politiek nog steeds intact”, zegt hij, zeker voor de ‘zware’ departementen als Buitenlandse Zaken en Financiën. „Halbe Zijlstra en Stef Blok waren nooit minister geworden als ze vrouw geweest waren. Ik heb me er tijdens het schrijven vaak over verbaasd hoe moeizaam het allemaal nog is voor vrouwen.”

Weet je wat ik denk? Ik denk dat we gewoon eens moeten doorpakken met die vrouwelijke premier. Even de pleister eraf en hup, daar is ze. Dan hebben we het maar gehad. Hoe langer we ermee wachten, hoe meer het gaat rotten en zweren.

Laten we sowieso eens stoppen het zo op te blazen, ‘de eerste vrouwelijke premier’. Alsof een eerste keer altijd zo bijzonder moet zijn. Het is toch meestal even de kiezen op elkaar en ondergaan. Voor Volk en Vaderland.

Denk ook aan Jan Peter Balkenende. Geen kwaad woord over de goede man, maar die was toch ook premier? En Mark Rutte? Alsof die zo’n doorslaand succes was toen hij in 2006 begon. Toen had hij nota bene net de verkiezingen op voorkeurstemmen verloren van Rita Verdonk – een vrouw!

Sterker nog. Misschien is het zelfs beter als de eerste vrouwelijke premier mislukt. En dat de volgende er ook niet veel van bakt. Dan wennen we er een beetje aan dat vrouwen ook mensen zijn. Net als mannen.

En dat het land gewoon doordraait, wie er ook premier is.

Tips via @Japked op Twitter.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.