Tegenstrijdige plannen voor de Rottemeren

Stadsontwikkeling De gemeente Rotterdam wil de natuur in het gebied van de Rottemeren beschermen. Tegelijkertijd maakt ze plannen voor meer huizen, OV en fietspaden, die de groene enclave onder druk zetten.

Afgelopen maand besloot de gemeenteraad om de natuur in recreatieschap de Rottemeren te beschermen. Zo mag er niet gebouwd worden en mag het park niet kleiner worden. In totaal beslaat het nu zo’n 1400 hectare: bijna vijf keer zo groot als Central Park in New York, waarmee de opstellers van het voorstel het Rottemerengebied vergelijken. Maar tegelijkertijd neemt de druk op het gebied enorm toe door beleid dat leidt tot meer bezoekers uit Rotterdam.

Het Rottemerengebied is tussen 1960 en 1980 ingericht als recreatie- en natuurgebied voor de stedelijke omgeving, en dat is te zien. Het is een strook van ongeveer 8 bij vier kilometer die bestaat uit stukjes bos, weide, rietlandschap en het water van de Rotte. Daar tussendoor lopen geasfalteerde wandel- en fietspaden omzoomd door netjes onderhouden bermen met gras en veldbloemen.

Een functie als écht natuurgebied hebben de Rottemeren volgens boswachter Dick van Stegeren van Staatsbosbeheer nooit gehad. Eerst kwamen er boeren die het moeras rondom de Rotte droog pompten. Ze legden er akkers aan om te bebouwen en weides koeien te laten grazen, omzoomd door sloten. Daarna kwamen er turfstekers die het veen tot aan het grondwater uitgroeven om als brandstof te verkopen waarna er plassen ontstonden die later weer gedeeltelijk gedempt werden.

De gemeente wil vastleggen dat er niet verder wordt gebouwd in het gebied.

Foto Walter Herfst

Die geschiedenis bepaalt de structuur van het landschap van het Rottemerengebied nog steeds. Alleen zijn de vroegere akkers veranderd in stukjes rietland of bos, die door het latere afgraven meters lager liggen dan het stromende water van de Rotte.

Het enige echte natuurreservaat in het Rottemerengebied is het Koornmolengat. Dat ligt achter een stalen hek dat op slot zit. Om er in te kunnen moet je een afspraak maken met de boswachter. Na het broedseizoen zijn er in juli en augustus elke vrijdagavond excursies waardoor je kunt ervaren hoe de ondergrond van veen veert als je erop springt. Er komt water uit als je er in knijpt. „Net een spons”, zegt Van Stegeren.

Als ze het hek permanent open zouden gooien, zou er niets van het reservaatje over blijven: de dieren zouden vluchten, de planten plat gestampt.

Jaarlijks bezoeken zo’n drie miljoen mensen de Rottemeren, zegt Van Steegeren. „De meeste komen als de zon schijnt.” Dan zijn de weides langs de Rotte afgeladen. Dat nu afgesproken is dat er niet gebouwd gaat worden, is mooi, zegt Van Stegeren. „Nóg beter zou het zijn als de gemeente er grond bij zou kopen. Het is te klein gezien de drukte.”

Voor 2030 komen er 240.000 huizen bij in de omgeving van de Rottemeren, staat in de beleidsvisie voor het gebied die dateert van december 2018. Dan wordt het dus nog drukker dan nu. Daarbij moet het gebied toegankelijker worden voor recreanten uit Rotterdam door groene fietsroutes vanuit alle wijken van de stad die er naartoe leiden.

De top van de Monte Cervino is op schaal nagebouwd om tegenop te klimmen.

Foto Walter Herfst

Aalscholvers broeden alleen in rust

In de meertjes van reservaat Koornmolengat zwemmen grote karpers, in de bomen zit een kolonie grote, zwart gevederde vogels: aalscholvers. Die kunnen daar alleen broeden als er geen mensen komen. In andere delen van de Rottemeren liggen grindeilandjes in het water zodat er visdiefjes kunnen broeden - een grijs-wit watervogeltje met een zwart petje. Ze leggen hun eieren tussen stenen die daar zo op lijken dat roofdieren niet kunnen zien dat het eieren zijn. Voor jonge visdiefjes die proberen uit te vliegen en in het water belanden is een trappetje gemaakt zodat ze terug op het eiland kunnen klimmen. Dat lukt ze anders niet. Dan verdrinken ze. „Jammer genoeg klimmen er daardoor soms ook ratten het eilandje op die de jongen opeten”, zegt de boswachter. Maar ja, zo gaat dat met natuur, zegt hij. „Die heb je nooit in de hand.”

In de stam van een dode boom tussen het riet even verderop zitten holen waarin ’s zomers een andere watervogel, het woudaapje is gaan zitten, zegt van Stegeren. Die is dus terug van weg geweest. „Door al die verschillende soorten natuur in het gebied te creëren proberen we biodiversiteit te kweken.”

Aaneengesloten groene gebieden

Dat lukt tot op zekere hoogte. Zo is het aantal soorten insecten waaronder vlinders en bijen net als in de rest van Nederland er sterk teruggelopen. Dat Staatsbosbeheer gebieden op verschillende manieren inricht, sommige met kort gras, anderen met lang, bloemig gras, bomen en struiken, mossen en veen, maakt het afsterven en verdwijnen van insecten uit het gebied niet ongedaan. „Vogels leggen lange afstanden af tijdens hun trek van en naar het zuiden. Als ze een plekje zien waar ze kunnen landen en eten, en het bevalt ze, dan blijven ze. Zo kunnen vogels die hier geleefd hebben, terugkeren - als er plek voor ze gemaakt wordt in het gebied. Voor insecten zoals vlinders, vliegjes en bijen geldt dat niet. De meesten vliegen niet zo ver. Wij zitten hier in een groene enclave. Het land rondom de Rottemeren is verstedelijkt en versteend. Als je wilt dat de insecten terugkeren, moet je zorgen voor verschillende bloemen en planten in aaneengesloten groene gebieden.”

De Rotte hóeft niet dood te lopen.

Het streven van de provincie Zuid-Holland en Staatsbosbeheer is daarom ook om de Rottemeren aan het Bentwoud bij Zoetermeer te koppelen. Maar dat lukt alleen als ze de grond tussen de twee gebieden in Lansingerland en Zuidplas tegen een redelijke prijs van de particuliere eigenaren kunnen opkopen. Tot nu toe wilden die hun grond niet verkopen, volgens Van Stegeren. „Daarover zijn ze nu met de eigenaren in gesprek.” Ook is er weerstand van bewoners tegen het doortrekken van een fietspad tussen de Rottemeren en het Bentwoud omdat ze nu in een relatief stil gebied wonen en bang zijn voor recreatiedrukte voor de deur.

Bedoeling is ook dat er beter OV naar de Rottemeren komt vanuit het steeds vollere Rotterdam, zo staat in de gemeentelijke visie voor het recreatieschap. Rotterdam steekt 3,5 miljoen euro per jaar in het beheer van het gebied, terwijl de grond grotendeels eigendom van de gemeentes Lansingerland en Zuidplas is, die elk bijna twee ton betalen. Rotterdam wil het gebied beter bereikbaar maken voor inwonders die niet willen fietsen – vanuit het centrum ruim een half uur – maar die wel willen recreëren in het weinige groen dichtbij huis. Als dat plan slaagt, neemt de druk op het Rottemerengebied verder toe. Terwijl het gebied op mooi-weer-dagen al erg druk is, zegt Van Stegeren. Onder meer door sportfietsers. „De fietspaden zijn dan eigenlijk te vol. De mensen neigen elkaar te verdringen.”

En dan zijn er ook nog de ondernemers in het Rottemerengebied die er activiteiten plannen om klanten te trekken, zoals de eigenaar van avonturencentrum Outdoor Valley. Die zei eind vorig jaar een tokkelbaan te willen.

Daar bovenop komt er óók nog een stuk snelweg dat het Lage Bergse Bos aan de rand van het Rottemerengebied doorklieft om snelwegen A16 en A20 te verbinden. „De enige oplossing”, zegt Van Stegeren. „De straten rondom de Molenlaan in Hillegersberg staan nu vast omdat de mensen die als sluiproute kiezen tegen de files. Dat is óók niet goed.” Voor de aanleg van die weg is twee kilometer bos vernietigd. De meeste boomstammen zijn al weggehaald. Vanuit een bepaald punt kijk je volgend jaar, als de aanleg van de weg begint, een weggekapte leegte in van twee kilometer lang, zegt Van Stegeren. „Dat doet pijn. Maar als de weg er ligt, komt er een overkapping met beplanting en bomen. Je hoort straks niets van het verkeer.”