Recensie

Recensie

Je koopt de elektrische Audi voor de stijl, niet voor de actieradius

Autotest De elektrische Audi e-tron zal marktleider Tesla niet het mes op de keel zetten, denkt

De Audi e-tron bij Wittebrug in Voorschoten. Foto Merlijn Doomernik

Tweehonderdzeventig kilometer actieradius bij vertrek, 150 minder dan de 417 die de Audi e-tron had beloofd. Geen veelbelovende start voor een elektrische suv van minstens 84.000 euro, terwijl compacte Koreaanse soortgenoten voor de helft van het geld al minimaal 400 kilometer halen.

Anderzijds begroot de boordcomputer het bereik vermoedelijk op basis van zijn energieverbruik bij eerdere testritten. Mijn vakbroeders zullen hem niet zachtzinnig hebben aangepakt. Hoe begrijpelijk, een vermogen van 408 pk is de kat op het spek binden. Eens zien of we met zachte hand het noodlot kunnen keren.

Bij aankomst heb ik na 156 kilometer boemelen 172 kilometer over. Dat zijn er bij elkaar opgeteld 338, nog altijd ruim onder de mythische 417. Met 150 kilometer reserve hang ik de e-tron aan de dorpspaal, die hem zesenhalf uur van de straat houdt met een eindscore van 333 kilometer. Vlotter kan. Aan de snellader zou de 95 kWh-accu met een laadsnelheid van 150 kW binnen een halfuur weer voor 80 procent zijn opgeladen. Op laadtempo verslaat de Audi ruimschoots zijn voornaamste concurrent, de Jaguar i-Pace. Belangrijke troef, omdat laadsnelheid in de praktijk niet minder relevant is dan bereik. Ook korte laadsessies worden dan zinvol. Met wat geluk heb je er na een zakenlunch weer honderd kilometer bij.

Helaas is de objectieve vergelijking in zijn klasse een vrij zinloos instrument om kaf en koren van elkaar te scheiden. Wat zoekt iemand echt in zo’n dikke stroom-Audi van meer dan 80 mille? Nuchtere berekening zal het niet zijn geweest. Voor de actieradius blijft Tesla eerste keus, dat is een. De Model S en Model X komen met 100 kWh-batterijpakketten 100 tot 200 kilometer verder, de sterkste Model 3 haalt makkelijk 450. Fiscale voordelen kunnen het ook niet zijn, nu voor elke euro bovenop de eerste 50 mille van de nieuwprijs 22 procent bijtelling moet worden afgedragen.

Lees ook: De elektrische auto wordt toch geen koopje

De conclusie is eenvoudig. Het gevoel moet sterker zijn dan het verstand, dat met een scheef oog op Tesla en de Koreanen terecht zou kunnen denken: donders, Audi! De koper moet bezwijken voor een merkprestige dat het beperkte uithoudingsvermogen verzacht met de stijl, de kwaliteit, de culturele superioriteit van Europese auto’s. Dit is de kaart die Audi bij ontstentenis van competitieve technologie tegen Tesla inzet. Aan het premiumpubliek de taak dit eurocentrische construct te honoreren. Winnaar wordt het huis dat ons latente standsbewustzijn het geraffineerdst bespeelt. Het is in dit verband niet Audi tegen Tesla, maar Audi tegen Jaguar.

Eindelijk weer eens een mooie

Daarmee wordt het afwegingsproces een stuk eenvoudiger. De i-Pace is ondanks zijn even beperkte bereik een hebbeding. Hij is razendsnel, de wegligging is grandioos, hij swingt de pan uit. De Audi is met vrijwel hetzelfde vermogen voelbaar minder gretig en het onderstel lijkt niet begroot op harde actie; in bochten drijft de contactarme besturing een wig tussen chauffeur en auto. Hij weegt dan ook 2465 kilo, tegen 2133 voor de Jaguar. Knappe ingenieur die zoveel dood gewicht tot leven wekt.

Het is wel een Audi, en eindelijk weer eens een mooie. Aan de bouwkwaliteit kan Tesla inderdaad niet tippen, het digitale dashboard in de vertrouwde, koele Audi-stijl is een pracht. De stoelen zijn voortreffelijk en de interieurruimte is royaal, al kan de Jaguar zich met hem meten. Geluid maken ze geen van beide. Wat je bij optrekken of remmen in de e-tron nog net hoort is een afwisselend een- en meerstemmig gefluister tussen huilen en fluiten in, een soort elitetram. Heerlijke limousine voor rustzoekers, maar wat moeten zij met dit vermogen?

De e-tron heeft twee eigenaardigheden. De buitenspiegels zijn vervangen door camera’s die hun beelden projecteren op twee schermen in de voordeuren. Hoewel het went, is het me iets te veel een pronkshow voor de innovatiebühne. Verder bevindt de laadkabel zich anders dan gebruikelijk niet onder de laadvloer in het kofferruim maar in een opbergvak onder de motorkap, recept voor omslachtigheid. Eerst moet de klep ontgrendeld met een trekknop naast de voordeur, dan nogmaals met een schakelaar onder de motorkap, en dan sta je in het openbaar te kijk alsof je pech hebt.

Het oordeel is tweeledig. Een: De I-Pace is als rijmachine enig in zijn soort, de e-tron nieuwe wijn in oude zakken, getranscendeerd conservatisme. Twee: we zien twee kostbare Europeanen Tesla niet het mes op de keel zetten en die bescheiden Koreanen wel. Dát is pas zorgelijk.