Recensie

Recensie Boeken

De aanval van Bret Easton Ellis op millennials en politieke correctheid

Bret Easton Ellis In zijn nieuwe boek White heeft Bret Easton Ellis vooral kritiek op progressieven en millennials. ‘You just victimized me!’

De hedendaagse wereld is een plek waar iedereen, zeker op sociale media, voortdurend bezig is met gewaardeerd worden, schrijft Bret Easton Ellis in zijn nieuwe boek.
De hedendaagse wereld is een plek waar iedereen, zeker op sociale media, voortdurend bezig is met gewaardeerd worden, schrijft Bret Easton Ellis in zijn nieuwe boek. Foto: Antonio Olmos / Eyevine
    • Jamal Ouariachi

In 1987 verscheen de verfilming van Less Than Zero, de succesvolle debuutroman van Bret Easton Ellis. Tot schrik en ongeloof van de jonge auteur was zo’n beetje alles wat het boek zijn controversiële populariteit verschafte, in de filmversie verdwenen. Het hoofdpersonage was van biseksueel omgekneed tot hetero. Aan drugs deed hij ook niet meer. Het verhaal – over een groep nihilistische, rijke jongeren in Los Angeles – was net zo lang witgewassen tot er geen vlekje meer te zien was – en misschien is dat een van de manieren om de titel te interpreteren van het eerste non-fictieboek dat romancier en scenarioschrijver Ellis nu publiceert: White.

Het boek biedt een intrigerende mengeling van autobiografie, cultuurkritiek en polemiek. Ellis neemt ons mee naar zijn jeugd in het Los Angeles van de jaren zeventig, een wereld waarin ouders meestentijds afwezig waren en zich nonchalant verhielden tot de bezigheden van hun kinderen. De kleine Bret hield van horrorfilms en -boeken, en begreep daaruit dat de wereld ‘wreed en willekeurig was’ en ‘vol gevaar en dood’.

Zo’n autobiografisch inkijkje vormt de opmaat naar de kritiek die door het hele boek heen klinkt op vooral de generatie na die van Ellis: de millennials. Het zijn de mensen die onder het beschermende bewind van helikopterouders zijn grootgebracht, het zijn de jongvolwassenen van nu die op universiteiten ‘safe spaces’ eisen. Snel gekwetste types die menen overal recht op te hebben en geobsedeerd zijn door slachtofferschap. Elke vorm kritiek kan rekenen op een antwoord als: ‘You just victimized me!’

Ellis bedrijft hier geen hogere wetenschap. Zijn voornaamste kennis over millennials baseert hij op zijn tweeëntwintig jaar jongere vriend en op wat hij zoal online aantreft, en dan vooral op sociale media. Hij is dan ook niet uit op een droog, met cijfers onderbouwd betoog. Hij zal de eerste zijn om toe te geven dat wat hij beweert ‘just an opinion’ is. En zijn veelvuldig geuite ergernis in White geldt de hysterische reacties op juist zulke opinies.

Liking

Van begin 1987 tot eind 1989 werkte Ellis (1964), net naar New York verhuisd, aan wat zijn beroemdste én beruchtste roman zou worden: American Psycho. Het is het relaas van de jonge Wall Street-handelaar Patrick Bateman die volledig in de greep is van geld, status en uiterlijk vertoon. In de wereld van Bateman draait alles om welke merken kleding je draagt, hoe duur je visitekaartjes waren om te laten maken en bij welke exclusieve restaurants je een reservering weet te bemachtigen. Maar ’s nachts slaat Bateman aan het martelen en moorden, en Ellis heeft dat zo gruwelijk gedetailleerd opgeschreven, dat de roman nog vóór publicatie een schokgolf van protesten veroorzaakte. Uitgever Simon & Schuster durfde het niet meer aan, Vintage nam het boek over: het werd een bestseller. Ellis ontving doodsbedreigingen.

Waarom lijken de twintigers van nu zo snel gekwetst door een andere mening? Lees ook: Is de politieke correctheid van twintigers doorgeslagen?

In White had hij flink kunnen uitpakken met deze episode uit zijn leven, maar hoewel hij vaak over American Psycho komt te spreken, legt hij de nadruk op hoe de roman thematisch aansluit bij een van de belangrijkste thema’s van White: conformisme. De drang tot conformisme bij die Wall Street-jongens uit American Psycho leidt ertoe dat ze allemaal op elkaar lijken, met als gevolg dat ze voortdurend met elkaar verward worden. Om in het systeem te passen, moeten zij hun individualiteit opgeven. Bij Patrick Bateman staat tegenover zijn conformisme van overdag zijn nachtelijke alter ego als seriemoordenaar: in die rol kan hij zijn individualiteit wél tot uitdrukking brengen.

Zo beschouwd is American Psycho een profetisch boek geweest, want die neiging tot conformisme is volgens Ellis in de loop der jaren alleen maar sterker geworden. De hedendaagse wereld is een plek waar iedereen, zeker op sociale media, voortdurend bezig is met gewaardeerd worden (hij spreekt van een ‘cult of likability’) – en om geliked te worden, moet je je conformeren, moet je je minder fraaie kanten wegpoetsen of witwassen. Je moet een acteur zijn en het merk dat je zelf bent, beschermen.

Ter illustratie hiervan heeft Ellis het vaak over Hollywood, een hermetische wereld waarin conformisme noodzaak lijkt te zijn, omdat het aantal mensen dat films wil maken, vele malen groter is dan het aantal mensen dat die films wil zien of er budget voor wil verlenen. Acteurs zijn zodoende tot veel bereid om een schaarse rol te bemachtigen, scenarioschrijvers en regisseurs hebben maar te accepteren dat machtigere partijen zich voortdurend met hun kunstwerken bemoeien – ze zullen wel moeten, als ze ooit nog aan de bak willen komen. Conformisme is dan het devies.

Identiteitspolitiek

Films als The Imitation Game en Moonlight, allebei met een homoseksueel hoofdpersonage, krijgen er van Ellis – zelf homoseksueel – flink van langs, omdat het slachtofferverhalen zijn. Wat hem betreft is dat aloude narratief inmiddels achterhaald en ziet hij veel meer in wat hij ‘post-gay cinema’ noemt: een film als Weekend, bijvoorbeeld, over een romance tussen twee mannen van wie de homoseksualiteit juist niet geproblematiseerd wordt. De twee zijn geen slachtoffers, geen rolmodellen. De film heeft geen identiteitspolitieke agenda.

Met het fenomeen identiteitspolitiek doemt de grootste antagonist op van wat je in romantermen de protagonist Bret Easton Ellis zou kunnen noemen. Identiteitspolitiek pretendeert te streven naar diversiteit en inclusiviteit, maar dergelijke begrippen gelden blijkbaar niet voor de criticus. Wanneer Ellis zich op Twitter negatief uitlaat over de esthetiek van de film Fruitvale Station, over de moord op een zwarte man door een politieagent, worden hem door tegenstanders verkapte racistische motieven aangewreven. Laat hij zich kritisch uit over hoe homoseksuelen in veel Hollywood-films gerepresenteerd worden, dan krijgt hij het verwijt van ‘zelfhaat’. Dergelijke overtrokken reacties op kritiek betekenen doorgaans meteen het einde van een discussie, terwijl het in de optiek van Ellis het begin ervan zou moeten zijn. Maar wanneer ideologie de boventoon voert, is een afwijkende mening een misdaad.

Nog zo’n uiting van die conformismedrang, met name in film en literatuur, is de nadruk op herkenbaarheid: hoe generieker het werk, hoe makkelijker iedereen zich erin kan herkennen. Binnen die zienswijze is er geen plaats voor aanstootgevende kunstwerken, en bepaalt de moraal van een kunstenaar of je nog wel van zijn kunst mag genieten of dat zijn werk achter slot en grendel moet, zodat niemand er meer door gekwetst kan worden.

Zoals Ellis het zelf zegt: ‘Iedereen moet hetzelfde zijn en hetzelfde reageren op welk kunstwerk, welke beweging, welk idee dan ook, en als je weigert in te stemmen met het koor van goedkeuring, zul je gebrandmerkt worden als een racist of een vrouwenhater. Dat gebeurt er in een cultuur die zich niet langer om kunst bekommert.’

Trump

Ellis’ aanvallen op politiek-correcte ideologie en de slachtoffercultuur culmineren op tweederde van White in een lange tirade over het tijdperk-Trump, en dan vooral hoe er op diens uitverkiezing gereageerd werd door liberaal Amerika. Dat verkeerde in de maanden na de verkiezingen in een aanhoudende ‘hangover psychosis’: men kon maar niet geloven dat Trump écht president was geworden.

Ellis, die zegt niet in politiek geïnteresseerd te zijn en zodoende ook niet te hebben gestemd, doet er nogal laconiek over: ‘you win some, you lose some’. Dat is toch echt een beetje te makkelijk. Maar naarmate hij door blijft gaan met het sardonische beschimpen van liberale vrienden en hun mentale inzinkingen, de hysterische protestdemonstraties (‘Het had geen zin om zelfs maar te proberen een woordje in te brengen tegen de roze gebreide poesjesmutsen en de vrouwen die in protest als gigantische vagina’s verkleed rondliepen’), en de obsessie van de media met elk woord dat Trump zegt of tweet, wordt duidelijk dat er weinig liberaals meer is aan de liberalen.

Want wie sympathie voor Trump voelt of hem zelfs maar probeert te begrijpen, kan dat bijvoorbeeld in het vrije Hollywood maar beter voor zich houden om ooit nog aan een budget of een filmrol te komen. Dan slaat vrijheid, via de weg van de morele superioriteit, om in censuur. Dat is het punt waarop de hang naar conformisme niet alleen maar vervelend is, maar ronduit gevaarlijk wordt.

Lees ook het interview met Bret Easton Ellis: ‘Wie afwijkt, is automatisch een zuurpruim’

In American Psycho is Patrick Bateman en zo ongeveer iedereen om hem heen idolaat van Trump. Voor de Wall Street-jongens met wie Ellis in de late jaren tachtig omging bij wijze van research voor zijn roman, was de succesvolle zakenman Trump een belangrijke inspiratiebron. Vanuit die ervaring kwam de verkiezingsuitslag van 2016 voor Ellis niet als een verrassing: het was voor hem niets nieuws dat grote groepen mensen dol konden zijn op Trump. Daar had ik graag meer over gelezen, want juist een poging te begrijpen waar Trump vandaan komt, had de kritiek op diens tegenstanders krachtiger gemaakt.

Zwavelzuur

Zo valt er meer af te dingen op White. Alleen al het punt dat het kritische stemmen onmogelijk wordt gemaakt zich te laten horen, wordt onderuit geschoffeld door het feit dat Ellis dit boek gewoon heeft kunnen publiceren. Ook die ‘cult of likability’ is misschien niet zo dwingend als hij doet voorkomen: op sociale media alleen al tref je toch genoeg figuren aan die hun best doen zo min mogelijk likable te zijn.

Toch weet White te overtuigen en dat komt eerst en vooral door de krachtige, levendige vertelstem: nu eens ontspannen, dan weer woedend, vaak vreselijk grappig. Ook in zijn meestal plotloze fictie is die vertelstem doorgaans Ellis’ sterkste punt. Het boek deed me ook denken aan die polemische klassieker uit de Nederlandse literatuur, Mandarijnen op Zwavelzuur van Willem Frederik Hermans. Iedereen die in dat boek doelwit wordt van Hermans’ aanvallen, is allang dood of vergeten, maar dat maakt de teksten niet minder plezierig om te lezen. Bij goede polemiek is het allerbelangrijkste dat de auteur je met zijn proza weet te vermaken, te imponeren en mee te slepen. In die zin is Ellis met White glorieus geslaagd.