Nederland langs Europese meetlat: egalitair, positief maar niet erg duurzaam

Nederland langs de Europese meetlat Vergeleken met de rest van Europa is Nederland sociaal en optimistisch. Maar met duurzame energie lopen we vrijwel achteraan.

Nederlanders zijn tevredener over hun leven en optimistischer over de toekomst dan de gemiddelde burger van de Europese Unie. De inkomensongelijkheid is relatief laag en na Ierland en Luxemburg is het welvaartsniveau het hoogst. Dat blijkt uit donderdag gepubliceerde cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Het instituut legde Nederland op de Dag van Europa langs de ‘Europese meetlat‘ door meer dan twintig peilers over werk, inkomen, gezondheid, wonen en energie te meten.

Wat blijkt? Nederland behoort tot de meest egalitaire landen van Europa, na Slovenië, Tsjechië, Slowakije, Finland en België.

Het CBS keek hierbij onder meer naar de zogenoemde ratio 80/20, de verhouding tussen de 20 procent hoogste inkomens en de 20 procent laagste inkomens.

In Bulgarije, waar de hoogste 20 procent ruim acht keer zoveel verdient als de laagste 20 procent, is de inkomensongelijkheid het grootst.

Ook scoort Nederland goed als het gaat om het risico op armoede en sociale uitsluiting, waarbij wordt gekeken naar huishoudens met een inkomen onder de Europese inkomensgrens. Gemiddeld loopt 22,4 procent van de EU-burgers risico om onder de armoedegrens te komen: in Nederland is dat 17 procent.

Weinig hernieuwbare energie

Wel loopt Nederland ver achter als het gaat om het verduurzamen van energie en de uitstoot van broeikasgassen. Nederland is van alle EU-landen het verst verwijderd van de energiedoelstellingen voor hernieuwbare energie, zo bleek ook al in februari.

Lees ook ons vragenstuk over de sluiting van kolencentrales: Van betrouwbare energiereus van nijpend klimaatprobleem

Volgens de EU-richtlijnen, die voor elk land verschillen, moet Nederland in 2020 14 procent van de energie opwekken uit duurzame bronnen zoals windmolens en zonnepanelen. Het behaalde in 2017 echter maar 6,6 procent.

Ook Frankrijk, Ierland en het Verenigd Koninkrijk zijn ver verwijderd van hun doelstellingen, en halen het doel voor 2020 waarschijnlijk niet.

Elf landen hebben hun doelstellingen al wel gehaald. Zo wordt in Zweden 54,5 procent van de energie uit duurzame bronnen opgewekt, terwijl het doel voor 2020 op 49 procent lag.

Ook Finland, Letland, Oostenrijk en Denemarken zitten met meer dan 30 procent ruim boven hun klimaatdoelstellingen.

In tegenstelling tot Nederland winnen deze landen relatief veel energie uit biomassa, windenergie en waterkracht.