Een brief aan de jonge Ajax-fan

Zap Toen ik negen was, ben ik bij Ajax-Nottingham Forest geweest, óók de halve finale. Ajax werd uitgeschakeld, de scheidsrechter was blind (dat komt vaak voor). Woedend was ik.

Een jonge Ajaxfan in het NOS Jeugdjournaal.
Een jonge Ajaxfan in het NOS Jeugdjournaal.

Lieve Ajaxkinderen van het Jeugdjournaal,

Voor jullie is het natuurlijk het ergste. Ik zag jullie op televisie toen de zon nog op de Arena scheen en de verslaggeefster van het Jeugdjournaal kwam vragen hoe jullie het vonden om naar de wedstrijd te gaan. Ik hoorde Danny met zijn gezicht vol rode sproeten zeggen dat hij het wel spannend vond, „We moeten wel hopen dat ze gaan winnen dus.” Senna riep opgewekt dat het dadelijk feest zou worden. Wel een beetje laat voor kinderen. Danny zei ook nog dat ze op school van niets wisten – wat wel grappig was, omdat iedereen dat op tv zou zien. (Wat mij betreft heb je wel een dagje vrij verdiend.)

Van een van jullie had de verslaggever de naam niet aan de studio doorgegeven, dus die ken ik niet, maar hij had nouribruine ogen en zei dat hij trots op Ajax was dat ze zo ver waren gekomen. „Ik hoop dat ze ook de finale bereiken en dat ze winnen van Liverpool”, zei hij.

Lucas vertelde: „Ik ben wel zenuwachtig, heel erg eigenlijk, maar ik denk wel dat ze gaan winnen. Dit gebeurt maar eens in de tien jaar, zoiets maak je niet zomaar mee. Het is ook mijn eerste keer.”

O ja, Lucas: als iemand morgen tijdens het voetballen op school een grapje maakt over dat jij óók Lucas heet, net als de speler van Tottenham die drie keer scoorde, dan mag je hem één keer hard tackelen. Eventueel twee keer.

In de rust dacht ik aan hoe blij jullie zullen zijn geweest. Bijna iedereen op televisie zei dat de wedstrijd nu wel beslist was. Bij Ziggo Sport zag ik een man die bier aan het drinken was in café De Avonden, vlak bij de geboorteplek van Johan Cruijff. Voor de wedstrijd was hij heel zenuwachtig geweest en doodsbang dat Ajax zou verliezen. In de rust was hij door het dolle heen van blijdschap. De finale zou hij ook in café De Avonden kijken.

Toen Ajax had verloren leek de televisie wel een tranenmachine

Toen Ajax had verloren leek de televisie wel een tranenmachine. Daley Blind en Dusan Tadic waren heel lang aan het huilen op het veld. Zelfs Louis van Gaal, die trainer was toen Ajax 24 jaar geleden de Champions League won, zat heel sip te kijken na de wedstrijd. Het leek even of hij óók weer tien jaar oud was. Van Gaal, die heel erg streng kan zijn, had voor de uitzending een Ajax-stropdas omgedaan, misschien wel uit de tijd dat hij zelf de Champions League won.

Hij vertelde hoe de spelers van Ajax soms net naar voren gingen als dat niet moest en over waarom Tottenham steeds beter ging spelen. Er wordt heel veel gepraat over voetbal op televisie, maar de meeste mensen roepen maar wat. Die zeggen in een uur minder slimme dingen dan Van Gaal in één minuut. Door naar hem te luisteren werd ik langzaam minder boos (al ben ik nog wel een beetje verdrietig). „Ik vind het wel mooi om te zien”, zei hij over hoe de spelers van Tottenham hun best hadden gedaan. „Maar het is wel jammer dat het tegen Ajax gebeurt.”

Lieve Danny, Senna, Lucas en jongen zonder naam, het liefst zou ik iets willen verzinnen om jullie te troosten, maar daar hebben jullie vast nog geen zin in. Ik begrijp dat wel. Toen ik negen was, ben ik bij de wedstrijd Ajax-Nottingham Forest geweest, óók de halve finale van de Champions League, al heette die toen anders. Ajax won met 1-0, maar werd uitgeschakeld omdat ze de eerste keer met 2-0 hadden verloren. Bovendien had Ajax een penalty moeten hebben, maar de scheidsrechter was geloof ik blind (dat komt vaak voor).

Woedend was ik, maar na 39 jaar is het een mooie herinnering geworden. Zelfs het kaartje heb ik nog. Zorg er dus voor dat je jouw kaartje van woensdag bewaart. En geloof me: verliezen is stom, maar er komen altijd nieuwe doelpunten.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.