Foto's Frank Ruiter

‘Allah, bad ik, ik wil óók een auto, een tasje, en een rokje aan’

Lunchinterview Rahma el Mouden (60), oprichter van schoonmaakbedrijf MAS, mocht als moslima pas na een lang gevecht gaan werken. „Ik zie veel van mijn moeder in mezelf terug. Alleen maakte zij veel minder ruzie.”

Rahma el Mouden (60) strijkt met een breed armgebaar de broodkruimels van tafel, één hand eronder om ze op te vangen. De serveerster trekt één wenkbrauw op, Rahma el Mouden trekt haar armen schielijk op schoot en verontschuldigt zich met een lach. Het is een „tic” van haar, waar rommel is ruimt zij op, macht der gewoonte na ruim veertig jaar schoonmaakwerk. We zitten bij Rijks, het restaurant van haar keuze, pal naast het Rijksmuseum in Amsterdam, één Michelinster. „Bijzonder restaurant, chic.” En ja, het wordt schoongehouden door háár bedrijf, MAS Dienstverleners. Net als de 40.000 vierkante meter, 80 zalen en 180 vitrines met museumstukken aan de overkant.

Ze was 17, net twee jaar in Nederland, en had net zo lang gezeurd tot haar man haar en hun tweejarig zoontje Marouan meenam naar zijn werk in de avonduren. Overdag werkte Bachir in een leerfabriek, ’s avonds maakte hij schoon. „Ik was beter”, zegt ze nu, alsof het een wedstrijd was. „Puntjes op de i.” Van haar moesten ook de stoel- en tafelpoten schoon, zo had ze het van haar moeder geleerd als meisje in Marokko. „Maar ik huilde als ik de vloer stofzuigde onder de benen van de dames van de telefooncentrale.” Ze was niet naar Nederland gekomen om wéér alleen maar schoon te maken. „De dames droegen mooie tasjes en korte rokken, reden in een mooie auto. Allah, bad ik, ik wil óók een auto, een tasje en een rokje aan. En niemand zal me tegenhouden.”

Mijn drijfveer ligt niet bij geld verdienen alleen

Ze weet het in het boek dat ze over zichzelf schreef mooi te vertellen. Rahma, de weg naar mijn vrijheid verschijnt deze maand, en als het meezit komt er ook nog een documentaire over haar leven. Het Marokkaanse dubbeltje dat op eigen kracht uitgroeide tot kwartje. Ze is het vierde kind van de zeven kinderen van een imam. Haar vader, een jongen van de grote stad, was liberaal, net als haar grootvader. Dochters mochten van hem leren. Haar moeder, een dorpsmeisje, was ook bepaald geen watje. „Voor ze mijn vader trouwde, wees ze twee echtgenoten af.” Eentje was pas bereid te scheiden als zij hun pasgeboren dochtertje aan hem afstond. „Niemand verwachtte het, maar ze deed het.”

Over het kind dat ze zelf was, schrijft Rahma el Mouden in harde bewoordingen. Ze noemt zichzelf getikt, rebels, brutaal, onmogelijk, en „de inktzwarte bladzijde in de familiegeschiedenis”. Waarom? Omdat ze haar twee jaar jongere broertje, die niks moest en alles mocht, in elkaar timmerde? Omdat ze als scholier voor vijf dirham snoepjes inkocht, die ze op een kleedje voor de deur voor elf dirham verkocht? Of – en dat is waarschijnlijk het antwoord – omdat ze de relatieve vrijheid die ze had tot het uiterste oprekte?

Verder leren niet nodig

Ze werpt een halve blik op de menukaart en laat vervolgens de keuze van de gerechten aan mij. Ik lees haar voor wat er zoal op de kaart staat. Besenghe van geitenbok. Nee, nee, schudt ze. Geen vlees dat niet halal geslacht is. Ceviche van harder. Millefeuille van rode biet. Ze lacht en vraagt of ik weet wat dat allemaal precies is. We kiezen voor wat we allebei zullen herkennen. Kabeljauw en spitskool. Ze kijkt tevreden door de streeploze ramen naar buiten. We zitten nu hier, maar het had net zo goed een van haar andere „vaste adressen” in de stad kunnen zijn waar ze graag komt met klanten of familie, vrijwel zonder uitzondering toplocaties die haar bedrijf inhuren voor het onderhoud. „Lekker eten, mooie omgeving. Ik hou van mooie dingen.”

Haar vader kon imam worden in Gibraltar, aan de overkant van de zee. Als hij thuiskwam bij zijn gezin in Tanger bracht hij voor zijn dochters westerse kleren mee. Maar tegelijkertijd raakte Rahma’s vrijheid ingeperkt door zijn afwezigheid. „Mijn moeder kon ons in haar eentje niet aan. School was er om te leren lezen en schrijven, verder leren vond ze niet nodig.” Als haar „lieve vader” niet in het buitenland had gewerkt, als ze een opleiding had mogen afmaken, als haar ontwikkeling niet was geremd… Dan wat? „Dan was ik niet geëmigreerd.” Dan, vervolgt ze, was ze nooit in de schoonmaakbranche terechtgekomen, en dan was ze hoogstwaarschijnlijk alleen en ongetrouwd door het leven gegaan. „Geen man in Marokko die mij als echtgenote zou accepteren.” Misschien was ze wel psycholoog of rechter geworden. Geen zakenvrouw? Ze schudt haar hoofd. „Mijn drijfveer ligt niet bij geld verdienen alleen. Ik wil iets betekenen in de samenleving. Verbinding leggen. Mijn werknemers hier noemen me moeder Thérèsa.”

Haar „levensdraad” liep anders. Ze accepteerde op haar vijftiende het huwelijksaanzoek van de tien jaar oudere Bachir. Wat meespeelde bij haar ja-woord was dat hij al in Spanje werkte, als hovenier, en ze had er lucht van gekregen dat hij misschien wel voor altijd in Europa wilde blijven. In december 1975 voegde ze zich bij hem in Amsterdam, zwanger. Ze zeurde bij hem om rijles, om werk, om taalles. Voor haar was het gevecht om haar vrijheid geen wedstrijd, maar een veldslag. Zij won. Of liever, Bachir gaf zich na vijftien jaar gewonnen. Zij mocht werken, hij kookte en zorgde voor hun twee kinderen.

Nederlandse koningin en Marokkaanse koning

Van schoonmaakster bij het gemeentelijk schoonmaakbedrijf werd ze projectleider, opzichter, assistent-manager. Maar rayonmanager, dat lieten de leidinggevenden, allemaal mannen, haar niet worden. En daar was ze zo boos over dat ze ontslag nam en voor zichzelf begon. Dat was in 1997.

Inmiddels heeft MAS Dienstverleners – van Multicultureel Amsterdams Schoonmaakbedrijf – vijfhonderd werknemers in dienst en 9 miljoen euro omzet. Haar naamsbekendheid – „net Coca-Cola” – leverde haar klanten op en prijzen, in 1999 was ze ‘zwarte zakenvrouw’ van het jaar. Ze werd aan tafel genodigd door de Nederlandse koningin en de Marokkaanse koning en vervulde bestuursfuncties bij de Kamer van Koophandel en belangenorganisatie MKB-Nederland.

Zoals bij elk goed verhaal schuilt de kracht van het hare in de zwaktes die ze overwon. Haar ‘slechte’ eigenschappen benutte ze in haar voordeel. Ze vocht voor haar succes, en toen ze dat eenmaal had, verloochende ze haar afkomst niet. „Ik ben Rahma”, zegt ze. Rahma de ongeschoolde ondernemer, de ongeduldige moeder, de ongehoorzame echtgenote, de ongebonden moslima en de onafhankelijke vrouw. Ze zitten allemaal tegenover me aan tafel. Hoor haar als ondernemer zich opwinden over de regeldruk van de overheid. „Ik was het met Pim Fortuyn lang niet altijd eens, maar waar ik het radicaal wél mee eens ben, is dat beperking van de ambtenarij heel wat kosten en gedoe bespaart.”

Ik moest ophouden mijn dochter te martelen

Bedrijven als het hare, zegt ze, zorgen voor werkgelegenheid en „geld in de belastingkas”. Is het haar taak om ongeschoolde werknemers op taalles te sturen? Nee, zegt ze. „Maar ik doe het wel.” Omdat ze zelf weet hoe eenzaam het is om geen woord Nederlands te spreken of verstaan.

Lees ook: Hoe Oumaima el Mouden zelf denkt over de overname van haar moeders bedrijf

Als echtgenote heeft ze haar taken verwaarloosd, daar is ze eerlijk over. „Bachir werd een paar jaar geleden ernstig ziek. Ik wil nu vaker bij hem thuis zijn, het voelt niet meer fijn als ik er ’s avonds niet ben.” Haar dochter Oumaima heeft haar vorig jaar a
Als directeur van MAS opgevolgd. Ze kan niet zeggen dat dat soepeltjes is verlopen. „Ik had een coach, zij had een coach.” En wat leerden ze van die coaches? „Dat ik mijn dochter martelde. Van mij moest ze koste wat kost op mij lijken. En dat vertikt ze. Ze zegt: ik ben Rahma niet.”

Voor het geval dat, heeft ze achterin de auto altijd een hoofddoek liggen. Haar cultuur is ze misschien ontgroeid, maar haar geloof koestert ze. „Het doet mij pijn te zien dat de samenleving verhardt.”

Ze herinnert zich hoe aardig de mensen tegen haar waren toen zij net in Nederland was. Behulpzaam, geïnteresseerd in waar ze vandaan kwam. Maar nu? Nu moet ze nog maar zien of haar kleinkinderen, ze heeft er vier, veilig zijn. „Er is een stille oorlog gaande tegen de islam.” Ze voelt het elke dag, zegt ze. „Zo gevaarlijk.”

„Maar of je het wil horen of niet, Europa kan niet zonder migranten.” Maar, zeg ik, zelf ontvluchtte ze eind vorige eeuw toch ook de Bijlmer toen er meer en meer asielzoekers en migranten kwamen wonen, zij haalde haar kinderen toch ook van school toen die volledig zwart werd? „Nieuwkomers moeten de taal leren, werk zoeken, zich uit vrije wil aanpassen. Zeg ik dan iets verkeerds?” Het is haar taak niet hen te helpen integreren, zegt ze. „Dat is aan wie hen hier toelaat.”

Bondskanselier Angela Merkel, premier Theresa May zijn haar grote voorbeelden. Dat een onafhankelijke vrouw ook moslima kan zijn, en ondernemer, moeder en echtgenote, daarvoor vindt ze bewijs in de Koran. De eerste vrouw van de Profeet, Lalla Khadija, zette met eigen geld een textielhandel op en gaf leiding aan mannen.

Rahma El Moudens verhaal zou minder mooi zijn als ze niet de meeste lof zou toekennen aan haar jong overleden moeder, naar wie ze is vernoemd. De moeder die haar weliswaar van school haalde, die haar voor straf liet soppen en schoonmaken, en die ze soms zo verfoeide. „Mijn kracht en doorzettingsvermogen heb ik van haar. Ik zie veel van haar in mezelf terug. Alleen maakte zij veel minder ruzie.”