Opinie

    • Frits Abrahams

Wederom ‘wederom’

De taal vernieuwt zich onophoudelijk. „Daar is niks mis mee”, om maar even een uitdrukking te gebruiken die aan een stevige opmars bezig is. „Wen er maar aan”, aldus een niet veel oudere uitdrukking.

Soms is de vernieuwing eerder een soort veroudering. Omdat dit weinig voorkomt, is het de moeite waard een recent voorbeeld te belichten. Ik kwam op de gedachte nadat ik op tv enkele persconferenties van bondscoach Ronald Koeman had gevolgd. Koeman lijkt een goede bondscoach te worden, maar eerder op het gebied van de voetballerij, waarvoor hij ook vooral betaald wordt, dan dat van de welsprekendheid. Om zijn woorden extra gewicht te geven, drukt hij zich soms uit in termen die meer bij de schrijftaal horen.

Zo hoorde ik hem op die persconferenties herhaaldelijk het woord ‘wederom’ gebruiken. Een of andere tegenstander zou wederom lastig worden als zijn elftal wederom dezelfde fouten uit het verleden zou maken – zoiets. Koeman stoot zo’n woord dan ook nog uit alsof hij tegelijkertijd een van die rake vrije trappen neemt waarmee hij als speler destijds beroemd is geworden.

‘Wederom’? Waarom niet gewoon ‘weer’ of ‘opnieuw’ – heldere, bondige woorden die duidelijk genoeg zijn? Kennelijk omdat de spreker vermoedt dat hij serieuzer wordt genomen als hij ‘wederom’ zegt. Die is niet van de straat, denken we dan allemaal, en dat klopt ook wel: er zal geen stratenmaker zijn die tegen een collega zegt: „Geef mij maar wederom een tegel aan.”

Dankzij Koeman ben ik de afgelopen maanden op ‘wederom’ gaan letten en zie ik het in allerlei nog vrij jonge teksten opduiken. Ik neem aan dat Koeman het óf uit zulke teksten óf van een of andere belangrijke spreker heeft overgenomen. Zo’n vondst heeft kennelijk iets besmettelijks, menigeen denkt onbewust: „Klinkt wel aardig, weer (wederom) eens iets anders.”

Of vergiste ik me en had ‘wederom’ zich al die jaren op het voorste plan gehandhaafd zonder dat ik het in de gaten had gehad? Had ik het zelf misschien ook vaak gebruikt en riskeerde ik nu het verwijt: „Abrahams, kijk eens naar je eigen?”

Koortsachtig scande ik mijn columns van de afgelopen twintig jaar: goddank, vrijwel geen ‘wederoms’. De opvallendste ‘wederom’ zat in een citaat uit een brief van Reve dat ik had overgenomen: „Ik wilde jullie vragen, of ik wederom vrede mag maken.” Maar Reve blies zulke verouderde woorden nieuw leven in ter wille van de ironie. Die bedoeling hebben de huidige gebruikers niet.

Ik denk aan deze zin in een recent NRC-artikel: „Als de Haagse politiek grootschalige hervormingen van Remkes wederom niet ziet zitten […]”. Of deze tweet van Thierry Baudet: „Wederom wordt de Oorlog misbruikt door extreem linkse ideologen […]”. Maar je ziet het woord ook bij GeenStijl: „Thierry Baudet wederom verkracht door Volkskrant.” (Die eerdere verkrachting door Volkskrant is mij overigens volledig ontgaan.)

Kortom, je ziet het opduiken bij jong en oud, links en rechts, goede en slechte schrijvers. In de sportwereld lijken ze verliefd op het woord. Ik betrapte er niet alleen Koeman op, maar ook Edwin van der Sar: „Dit is waarom ik het doe […], dit gaat de hele wereld over, wederom.”

Is er eigenlijk iets op tegen? Nee. (Neen). Maar noodwendig is het niet.