Vergezichten PostNL laten beleggers nog koud

Kwartaalcijfers Meer dan de helft van de omzet van PostNL komt inmiddels uit pakketbezorging. Maar die groei kon een winstdaling niet voorkomen.

PostNL wil een sorteercentrum voor kleine pakketjes in het midden van het land gaan bouwen. In 2021 moet’ie open zijn.
PostNL wil een sorteercentrum voor kleine pakketjes in het midden van het land gaan bouwen. In 2021 moet’ie open zijn. Foto FREEK VAN DEN BERGH/ANP

Nee hoor, een naamswijziging zit er voorlopig niet in, zegt Liesbeth Kaashoek, directeur Pakketten en Logistiek van PostNL, lachend. „We houden het lekker zoals het is.”

De naam PostNL wekt misschien nog het beeld op van de traditionele postbode, maar dat is het bedrijf niet meer. Althans, dat is wat PostNL wil uitdragen. Bij de bekendmaking van de eerstekwartaalcijfers werd duidelijk dat het bedrijf vol inzet op de markt van pakketbezorging.

Het volume van de brievenbuspost kromp in het eerste kwartaal zoals verwacht met bijna 10 procent. Maar de krimp op de postmarkt wordt gecompenseerd door een groei van 16 procent in het aantal pakketten. De pakketdivisie is inmiddels goed voor 51 procent van de omzet: 345 miljoen euro op een totale omzet van 684 miljoen.

PostNL verwacht dat het totaal aan pakketten de komende jaren met 14 procent per jaar toeneemt, wat moet leiden tot een omzetstijging van 10 á 12 procent per jaar.

Dalende beurskoers

Die glorieuze toekomst in de pakketbezorging was bij de presentatie van de cijfers het speerpunt, maar toch waren beleggers niet onder de indruk. Bij sluiting van de beurs dinsdag bedroeg de koers 2,08 euro, een daling van 10 procent ten opzichte van de 2,31 waarmee PostNL maandag afsloot.

Want ondanks de groei op de pakketmarkt vallen de kwartaalcijfers van het bedrijf als geheel tegen. De operationele winst zakte van 40 miljoen naar 22 miljoen euro. Aan nettowinst bleef 6 miljoen euro over, terwijl daar in het eerste kwartaal van 2018 nog 14 miljoen kon worden opgeschreven. Het onderliggende bedrijfsresultaat bleef met 31 miljoen euro ongeveer gelijk (32 miljoen in 2018).

De komende jaren wacht het bedrijf forse investeringen, met name in het uitbouwen van de pakketdienst en de bouw van nieuwe depots. Die investeringen werpen naar verwachting pas na 2021 hun vruchten af. Ook slepende pensioenkosten en boekhoudkundige veranderingen leiden tot kritiek.

Ook de voorgenomen fusie met concurrent Sandd is reden tot zorg. In een kwijnende postmarkt wordt een fusie – in de praktijk een overname van Sandd door PostNL – door politiek en postbedrijf als enige optie gezien. PostNL wacht nog op goedkeuring door de Autoriteit Consument en Markt. Die ziet mogelijk bezwaar in de monopoliepositie die PostNL na de fusie zou krijgen.

Beleggers daarentegen hebben vooral moeite met het prijskaartje van samengaan. Pas na 2020 zouden de investeringen zich terugbetalen.

In de toelichting van de cijfers benadrukt PostNL daarom nog maar eens het algemeen belang. Consolidatie, zo zegt het bedrijf, is van groot belang om de postmarkt in Nederland betrouwbaar, betaalbaar, innovatief en voor iedereen toegankelijk te houden.

Oranje favoriet

Accepteren dat de postmarkt krimpt en doorgaan met het zoeken naar markten waar wél groei en winst behaald kan worden. Kaashoek ziet de noodlijdende posttak niet als blok aan haar been. „Binnen het bedrijf heeft ieder z’n eigen uitdaging. Ik focus me op mijn deel: de pakketten.”

Want dat PostNL de favoriete pakketbezorger wil worden van iedere verzender én ontvanger in de Benelux kan ze niet vaak genoeg benadrukken. De strategie: nauwe samenwerking tussen verzender, vervoerder en ontvanger. Hoe het bedrijf daar concreet uitvoering aan wil geven wordt niet geheel duidelijk.

Wel blijkt dat consumenten steeds veeleisender zijn: bezorging op dezelfde dag, bezorging zeven dagen per week, bezorging in de avonduren. „Het is een trend die je niet tegen kunt gaan. De consument wil het, en wij denken het waar te kunnen maken,” aldus Kaashoek.

Daarvoor moet dus nog wel flink geïnvesteerd worden. Het openen van speciale sorteercentra voor kleine pakketten – formaat schoenendoos of kleiner – is daar een voorbeeld van. Het eerste ‘kleinepakjescentrum’ moet uiterlijk 2021 verrijzen in het midden van het land. Sterk geautomatiseerd, en 24 uur per dag geopend.

Duurzame innovatie

Verder kan PostNL op het gebied van duurzaamheid volgens Kaashoek nog terrein winnen. Vorig jaar verzond het bedrijf 251 miljoen pakketten vanuit 22 sorteercentra, goed voor 325 miljoen bezorgkilometers. Een kwart daarvan was duurzaam.

„We willen emissievrij bezorgen in 2030. Op dit moment rijdt bijna 50 procent van onze bussen op groen gas of elektriciteit en in twaalf steden rijden we met een bakfiets.”

Moeten we bij die innovatie en efficiëntie in het bezorgproces dan ook denken aan futuristische taferelen als bezorgrobots en drones? Voorlopig niet, denkt Kaashoek.

„We zien vooral mogelijkheden in digitalisering en het gebruik van data. Dat is misschien niet nieuw, maar voor ons is er nog genoeg te doen.” Als voorbeelden noemt ze slimmere routes voor de bezorgers en ook klanten op de hoogte brengen wanneer het pakketje er bijna is. „En de consument moet dan op ieder moment nog in de app kunnen aangeven wanneer en waar hij het pakketje afgeleverd wil hebben.”