Recensie

Recensie Muziek

Revolutionaire symfonieën van de puber Schubert

Franz Schubert schreef zijn Eerste Symfonie op zijn zestiende. Zoals schrijver Gerard Reve zei: „Je begint met het imiteren van mensen die je bewondert. Dat is tot mislukken gedoemd en tenslotte blijft er een eigen stijl over.” De puber Schubert volgde de sporen van Haydn, Mozart en Beethoven. In zijn Derde – twee jaar later – dwaalt hij al wat meer.

Zouden ze in de canon staan als ze niet van Schubert waren? Dat hangt af van de vertolker van de tienersymfonieën. Het Koninklijk Concertgebouworkest maakte er met Harnoncourt parels van. Datzelfde geldt voor Jan Willem de Vriend, die het Residentie Orkest opzweept, die scherpte en contrast aanbrengt. Het duurde even voor Schubert symfonisch zijn eigen stem vond. Maar in de Achtste, de Onvoltooide, is die onmiskenbaar: een werk zo revolutionair, dat de componist kennelijk niet wist hoe hij na twee delen verder moest. Ook hierin kruidt De Vriend de noten met spanning en betekenis.