Fat White Family: Lias Saoudi (links), Nathan Saoudi en Saul Adamczewski.

Foto Ben Graville

Lias Saoudi van Fat White Family: Popmuziek moet subversief zijn

Pop moet subversief zijn, vindt zanger Lias Saoudi van Fat White Family. Glamrock en elektropop vloeien sexy samen. „Je wilt de euforie met elkaar delen.”

Chaos, oproer en lawaaiterrorisme. De bandleden van Fat White Family waren er sterren in, toen ze zich vijf jaar geleden lieten gelden als meest spraakmakende indierockgroep van Londen en omstreken. Verhalen over hun bovenmatig drank- en druggebruik deden de ronde en zaalhouders hielden er rekening mee dat er na hun optreden het nodige op te ruimen viel. Meubilair aan diggelen, bier op de grond, graffiti op de muren. De band moedigde aan dat er dingen kapot gingen. Brave rockbands waren er al genoeg.

Fat White Family vertolkte zijn innerlijke strijd, zegt zanger Lias Saoudi. Zijn moeder is de dochter van een mijnwerker uit Yorkshire; zijn vader een Algerijns immigrant uit het berggebied van Kabylië. Hij groeide op in Schotland en Noord-Ierland. „Ik weet nog goed hoe ik me voelde toen ik als achttienjarige uit provinciaals Noord-Ierland naar Londen kwam. De hypocrisie die ik er trof was overweldigend. Ik studeerde met een beurs aan de Slade School of Art, de rijkste en deftigste kunstacademie van Londen. Ik was nog nooit eerder zo direct in aanraking gekomen met de bevoorrechte klasse. Het superioriteitsgevoel van mijn studiegenoten was verpletterend. ‘Zandneger’ werd ik genoemd. Het Engelse klassensysteem is zo oneerlijk als het maar kan. Toen ik de band begon wilde ik me maximaal afzetten tegen die klotesituatie. Mijn insteek was om er een zo groot mogelijke rotzooi van te maken.”

Zijn jongere broer Nathan Saoudi deelde als toetsenman mee in het complot. Met Lias en gitarist Saul Adamczewski vormt hij de kern van de band. Ze vochten zich een weg naar boven, met een spoor van vernieling in hun kielzog.

Fat White Family rende zichzelf voorbij, na hun debuutalbum Champagne Holocaust (2013) en het ironische getitelde, in bloeddorstige wraakzucht gedompelde Songs for our Mothers (2016). Danny Boyle gaf het nummer ‘Whitest Boy on the Beach’ een prominente plek op de soundtrack van de film T2 Trainspotting. De band draaide door. Heroïneverslaving en algemene gekte maakten een sabbatical noodzakelijk. Saul Adamczewski kickte af en begon het zijproject Insecure Men. Lias verkaste naar Sheffield en begon de band Moonlandingz. Met die laatste gaf hij twee jaar geleden een gedenkwaardig concert in Paradiso, slechts gekleed in strak om zijn lijf gewikkelde keukenfolie.

Grenfell Tower

Net als alle kunst moet popmuziek subversief zijn, vindt Lias Saoudi. „Het is mijn taak, mijn plicht om weerwerk te bieden tegen de verstikkende sfeer van politieke correctheid in de popwereld. Toen Fat White Family begon heerste er een cultuur van bands die pas in actie kwamen op het moment dat er een product was, en een publiciteitsfirma die dat product kon verkopen. Wij waren niet geïnteresseerd in sterrendom. We jaagden onze eigen visie na.”

De brand in Grenfell Tower vormde de indirecte aanleiding om nieuw leven in Fat White Family te blazen, zegt Lias: „Ik was in Londen op die junidag in 2017 en schrok me rot toen ik tegen die nog rokende, zwartgeblakerde ruïne op liep. Wat ik zag was een symbool van de wrede kloof tussen arm en rijk. Onfortuinlijke huurders vielen ten prooi aan het winstbejag van huiseigenaren, die verzaakt hadden de veiligheidseisen na te leven. Het nummer ‘Tastes Good with the Money’ van ons nieuwe album is door die gedachte ingegeven. We realiseerden ons dat we de muziek meer glans moesten geven, om binnen te komen bij een breder publiek.”

Met het nieuwe album Serfs Up! stuwt Fat White Family een toegankelijker richting in. De titel verwijst zijdelings naar het album Surf’s Up (1971) van The Beach Boys, waarop de Amerikaanse strandjongens de keerzijde van de zoete sixties-idealen onder ogen zagen in songs als ‘Student Demonstration Time’. Lias Saoudi streeft op zijn beurt naar onweerstaanbare popmelodieën waarin hij onversneden commentaar levert op de hem omringende wereld.

Seks is zo ongeveer het laatste waarin een junkie interesse heeft

Op de beste momenten koppelt Fat White Family de stuwende ritmes uit de glamrock van de jaren zeventig aan de techniek van hedendaagse elektropop. Het moet sexy zijn, vindt Lias. „Rock-’n-roll was van meet af aan eufemisme voor seks. Als in: rollen in het gras. Onze muziek is bij uitstek geschikt om je erin te verliezen, zonder nadenken en zonder remmingen. Het is geen hogere kunst. Popmuziek geeft je een palet aan clichés en stijlmiddelen die zich in allerlei combinaties opnieuw in elkaar laten passen. Seksuele energie is de voornaamste drijfveer.”

Fat White Family

Foto Duncan Stafford

Is Fat White Family de band die de heilige drie-eenheid van seks, drugs en rock-’n-roll opnieuw op de kaart gaat zetten? Lias lacht. „Seks speelde geen rol toen we allemaal aan de heroïne waren. Dat is zo ongeveer het laatste waarin een junkie geïnteresseerd is. Wat de drugs betreft beperken we ons nu tot de middelen die onze creativiteit stimuleren. Lsd en paddo’s, in kleine doses, kunnen van alles in je brein losmaken. In de studio zijn we een stuk gedisciplineerder geworden. Maar wat er op tournee gaat gebeuren kan niemand voorspellen. Als je meer dan een uur over het podium hebt geraasd en al die adrenaline is vrijgekomen, kun je onmogelijk meteen in het krappe stapelbed van de tourbus kruipen en stilletjes in slaap vallen. Je bent op reis met je vrienden en die euforie moet gevierd worden. In het verleden deden we dat met speed, coke en liters wodka. Dat houd je geen 150 avonden aaneen vol. Op deze tour gaan we ons maar eens intensief op de muziek toeleggen.”