In plaats van ‘haram’ en ‘halal’ predikt de populairste moslimprediker van Nederland nu over hoop

De lezingen en Youtube-filmpjes van prediker Ali Houri zijn razend populair. Ooit was hij rechtlijnig, maar nu ‘verketteren’ juist de salafisten hem. „Ik wou dat mijn broertje les van hem had gehad toen hij zoekende was.”

Fatima vond dat echt, zegt ze nu vol ongeloof. Dat homo’s verderfelijk zijn. Ze maakte een tijdje terug een dergelijke opmerking in de les bij Ali Houri, toen het ging over profeet Lot. ‘Ho!’, zei Houri daarop vermanend. Fatima (46, ze wil haar achternaam niet noemen vanwege een uitreiziger in de familie): „Het is altijd makkelijk om mensen af te wijzen, leerde hij me. Moeilijker is het om met mensen, ook zij die niet op je lijken, te verbinden.”

Fatima komt elke dinsdag uit Belgisch Limburg naar Roermond om de lessenreeks ‘Profeet der barmhartigheid’ van prediker Ali Houri, ook bekend als broeder Alkhattab, bij te wonen. Gevraagd naar wat ze leert van Houri, is de les over homoseksualiteit een van de dingen die ze noemt.

Dat de cursisten deze dinsdagavond in de pauze bereid zijn de verslaggevers te woord te staan, mag een klein wonder heten. Journalisten zijn normaal niet welkom. En dat heeft een reden: Houri is een omstreden islamprediker die een tijdlang niet welkom was om te preken in de Belgische steden Antwerpen en Genk. Twee jaar geleden werd hij geportretteerd in een uitzending van Nieuwsuur, waar ophef over kwam. Daarin werden jongeren door een andere gast, een ex-rapper, nu orthodox moslim, gewaarschuwd voor het luisteren naar muziek. Houri protesteerde niet, waardoor leek of hij muziek ook haram vindt. Ook was in de uitzending te zien hoe mannelijke en vrouwelijke cursisten bij zijn lessen gescheiden zitten. Volgens Houri deden ze dat niet op zijn verzoek, maar uit eigen beweging. Niettemin was de uitzending voor de Belgische steden aanleiding Houri tijdelijk te weren. Sinds de reacties op de uitzending is Houri beducht voor het etiket ‘salafistische prediker’. Het had enorme gevolgen voor hem, zegt hij bij de eerste ontmoeting. Hij raakte een deel van zijn inkomstenbronnen kwijt en kreeg doodsbedreigingen binnen.

Dat hij het toch weer waagt, zo legt hij deze avond uit aan zijn cursisten, heeft te maken met het islamitische concept husn al-zann (ga altijd van het goede uit).

Prediker Ali Houri organiseert in Roermond lezingen over de islam en het leven van de profeet. Foto Kees van de Veen

„Ali Houri is niet van het extreme”, zegt Rabia (44), Fatima’s zus, over de ophef destijds. „Als er iemand vreedzaam les geeft, is hij dat wel. Ik wou dat mijn broertje les van hem had gehad toen hij zoekende was. In plaats daarvan vertrok hij naar Syrië en stierf in de strijd.” Ze wijst op het gezelschap met wie zij vandaag is gekomen, haar twee zussen, een zoon en dochter: „Wij vinden het heel cru dat België Ali Houri de deur heeft gewezen, hem is echt onrecht aangedaan. Wij waren zo verdrietig, het voelde bijna als rouwen.”

Ophef

Wie Ali Houri spreekt, hem beluistert op YouTube of les bij hem volgt, hoort niets opruiends of discriminerends. Muziek haram verklaren doet hij niet, zegt hij. „Maar ik respecteer iedere onderbouwde mening van een geleerde daarover en ik laat mensen vrij om de mening te volgen die zij willen.” Hij is een van de populairste islamitische prekers in Nederlandstalig gebied. Stad en land reist hij af om lezingen te geven. Soms op verzoek van lokale stichtingen of moskeeën, maar voornamelijk voor zijn lessenreeksen. Hij krijgt zoveel verzoeken dat vrijwilligers hem helpen om alles af te handelen.

Het is zijn vaste bron van inkomen, sinds hij vijf jaar geleden als sportleraar stopte in het basisonderwijs. Hij kon het niet meer combineren. „Er is zo’n honger naar kennis onder moslims hier, als ik daarnaast ook nog fulltime moest werken, zou ik mijn kinderen niet meer zien.”

Prediker Ali Houri: „Ik ken de pijn, de worsteling en de verleiding die horen bij het opgroeien als moslim in Nederland.”

Foto Kees van de Veen

Zijn eerste stappen op de weg van da’wa, zoals het verkondigen van Gods woord in de islam heet, zette hij onder leiding van Al Yaqeen, het kennisinstituut van de As Soennah-moskee in Den Haag. „Als je 15 jaar geleden ook maar iets wilde met da’wa, kwam je automatisch bij salafisten terecht. Simpelweg omdat zij de meeste kennis hadden en het best georganiseerd waren.” [Bij het toenmalige bestuur van die moskee was invloed vanuit Saoedi-Arabië bewezen, aldus de NCTV in een rapport uit 2008, red.] „Mijn preken van toen waren rechtlijniger. Zwart-wit. Of beter gezegd: halal of haram. Hoe strenger de leefregels, hoe vromer.”

Zijn voornaamste boodschap nu? Hoop. „Ik doe dit nu 15 jaar en alle vragen, zorgen en problemen waar mensen mee komen, zijn varianten van één en dezelfde vraag: bestaat er nog hoop voor mij? Vind je het gek, als je voortdurend te horen krijgt dat je niet deugt. Van kleins af aan klinkt: ‘kijk uit voor verdoemenis. Bid, anders ga je naar de hel.’ Het creëert in je onderbewuste een gevoel van zelfhaat.”

En dus komen jongeren met hun zonden, groot en klein, bij Houri. Het schuldgevoel is groot, legt cursiste Layla Lefrikh (25) uit. „Ik wilde eigenlijk geen les volgen bij Ali, ik had andere dingen te doen. Maar ik voelde geen rust in mijn hart. Ik ben een moslima, toch draag ik geen hoofddoek en ik doe te weinig aan mijn geloof. En ik weet zo weinig.”

Ze ging op YouTube op zoek naar kennis. „Van die predikers kreeg ik een rotgevoel. Ze wijzen alleen op de dingen die je niet goed doet.” Ali Houri veroordeelde niet. „Dat was echt een opluchting.”

Houri: „Ik leg uit dat Allah van hen houdt omwille van de dingen die ze wel doen. Gewoon een goed mens zijn, is al heel wat. Er bestaat een hadith waarin profeet Mohammed gevraagd wordt wie het meeste geliefd is bij de Schepper. ‘Degene die de mensheid het meest van nut is’, is het antwoord. Doemprekers willen deze hadith nooit citeren. Zij zeggen liever dat degene die op het strijdveld gedood wordt, naar het paradijs gaat. Ik vind dat een goede moslim in Nederland een gemis zou moeten zijn voor zijn bedrijf, voor zijn straat of voor de sportvereniging als hij daar weg gaat.”

Hij vertelt over het meisje dat vorige week na de les op hem afstapte. Ze stond onder druk van haar omgeving om te stoppen met werk. Haar werkzaamheden als verzorgende zouden niet in overeenstemming zijn met haar geloof, vond haar familie. Ze moet af en toe bejaarde mannen wassen. „Ze is juist met iets nuttigs en nobels bezig”, roept Houri uit. Dus geeft hij haar voorbeelden uit het leven van de Profeet. Toen gingen vrouwen ook mee naar het strijdveld om er mannen te verzorgen. Hij onderbouwt theologisch waarom er niks mis is met haar werk. En zegt: kies met je hart.

Imaanboost

Dat is ook precies wat cursist Sabah (43) waardeert in de preker. „Hij herhaalt dat altijd: volg je hart”, zegt ze halverwege de cursusavond. De huismoeder, zwarte jurk, hoofddoek en zwart-witte Vans-schoenen, komt uit Venlo met haar dochter (20) en buurmeisje voor een ‘imaanboost (imaan betekent geloof). „Hij kan supermooi vertellen. Als ik hier wegga voelt het alsof ik kan vliegen.” Ze is vooral blij dat haar dochter zich dankzij Ali Houri meer interesseert voor haar geloof. „Zij heeft ons beiden ingeschreven voor de cursus, we maken allebei aantekeningen en bespreken na afloop de les bij een kop thee. Ik zie het als ons moment samen.”

Ali Houri is inderdaad vooral jongerenprediker. In zijn drie uur durende verhandeling over het leven van de profeet vallen opvallend vaak slangwoorden als rwina, kifesh, safi en flashen (vertaling: chaos, hoezo?, klaar, iemand voor de gek houden). Het is geen saai lesje islamitische geschiedenis. De toehoorder leert hoe om te gaan met afwijzingen bij een stage of sollicitatie, hoe je met je naasten én de natuur kunt ‘connecten’, en hoe je een burn-out kunt voorkomen.

Prediker Ali Houri: „De islam zou een verrijking moeten zijn, en niet voor problemen moeten zorgen met je buren of collega’s.”

Foto Kees van de Veen

Hij heeft meer gemeen met zijn publiek dan de meeste andere moslimpredikers. Hij kleedt zich modieus en sportief („Ik ben een beetje ijdel, dat heb ik van mijn moeder”). Hij heeft ‘het’ leventje gekend. „Been there, done that”, zegt hij zelf.

Voordat hij zich rond zijn twintigste begon te verdiepen in de islam, was hij professioneel zaalvoetballer. Als kind van gastarbeiders uit de Marokkaanse stad Ksar El Kebir, groeide hij op in Roermond met twee jongere broertjes. Hij bracht het als zaalvoetballer tot aan de top, als international in het Nederlands team. Op een dag, de avond voor een interland tegen Portugal, lag hij op zijn hotelkamer met een spectaculair uitzicht, en dacht: ‘is dit het?’ Hij had alles al gezien en gedaan. „Behalve drank en drugs heb ik alles gedaan wat God verboden heeft”. Had hij verschillende vriendinnen? Ontkennen doet hij niet, maar uitweiden over zijn vroegere zonden gaat hem te ver.

„Ik ken de pijn, de worsteling en de verleiding die horen bij het opgroeien als moslim in Nederland. Ik vertel dat mijn publiek. Ik stel mij kwetsbaar op. Ze voelen mijn oprechtheid en dan komt het aan.” Het volstaat niet om alleen goed te kunnen preken, vindt hij, als je als prediker gezag wil verdienen. „Je moet over de reële zorgen van mensen kunnen praten.”

Die mildere, meer rekkelijke weg sloeg hij zo’n zeven jaar geleden in. Niet langer vond hij het verstandig dat buitenlandse prekers werden ingevlogen voor Nederlandse moslims. „Zo iemand hield een donderpreek over wat allemaal wél en niet mag in de islam en keerde vervolgens terug naar een samenleving waar hij die regels makkelijk kon volgen, als man.” Zijn publiek bleef vertwijfeld achter, niet wetend hoe dit in de context van een westerse samenleving paste.

„Ik besloot toen: zij zijn niet interessant voor mij, ik wil mensen horen die de uitdagingen van het Westen uit eigen ervaring kennen. En die zijn er gelukkig ook. Yasir Qadhi, Omar Souleiman. In Nederland heb je Remy Soekirman, die al jaren een barmhartige, zachtaardige islam uitdraagt, een die heel goed bij mij past. Ik wilde niet meer constant dingen halal of haram verklaren.”

De salafisten uit zijn oude milieu vonden het niet leuk dat hij met iedereen ging samenwerken, moslims van een andere stroming, joden of agnosten, zegt Houri. „Maar het enige wat mij interesseert is: dienen wij samen een doel? En kan ik dat doel naar mijn Schepper verantwoorden? Of ik daarvoor in een shishalounge of een kerk moet spreken, doet er niet toe.”

Lokale imams

Sindsdien staat hij er alleen voor. Hij volgde opleidingen bij lokale imams en een paar cursussen in Medina. Hij liet zich online inspireren door prekers die niet in Saoedi-Arabië wonen maar in het Westen leven. Hij werd steeds vaker gevraagd. Maar ook steeds harder bestreden.

Prediker Ali Houri: „Ik leg uit dat Allah van hen houdt omwille van de dingen die ze wel doen. Gewoon een goed mens zijn, is al heel wat.”

Foto Kees van de Veen

„Ik word al jaren verketterd”, zegt hij. Hij bedoelt dat in de godsdienstige betekenis. „In mijn klas mogen mannen en vrouwen door elkaar zitten en elkaar zien.” Volstrekt onislamitisch, volgens zijn tegenstanders. Evenals het toelaten van vrouwelijke cursisten zonder hoofddoek. Of het vragen van cursusgeld van 80 euro per persoon voor twaalf lessen. „In bepaalde islamitische kringen bestaat een taboe op geld vragen voor religieuze zaken. Alles moet fisabielillah (vrijwillig). Prima, maar wie betaalt vervolgens mijn rekeningen?”

Zijn tegenstanders zeggen dingen om hem te diskwalificeren, zegt Houri. En dat gaat ver. Er doen verhalen de ronde dat hij cursistes versiert of relaties met hen aangaat. Dat hij ze bezwangert. Houri: „Pure roddels en laster, hoewel mijn verleden niet helpt.” Hij wil vragen over zijn huidige privéleven onder geen beding beantwoorden. Hij vindt het een zwaktebod om relaties die hij twintig jaar geleden had, telkens op te rakelen om zijn gezag te ondermijnen. „Vanaf het moment dat je ergens in uitblinkt, staan mensen op die het je niet gunnen.”

Hij wordt ook gechanteerd met een film waarop hij op compromitterende wijze te zien zou zijn met een vrouw. En hij vermoedt dat vrouwen op hem worden afgestuurd om onzedig gedrag uit te lokken. Sindsdien neem hij maatregelen: hij communiceert via derden. En hij zorgt ervoor dat hij nooit met een cursiste alleen is. „Het is bijna een eer want kennelijk vinden deze krachten mij belangrijk genoeg om te trachten uit te schakelen.”

„Weet je”, zegt Houri, en hij vervalt weer in zijn rol als prediker, iets dat regelmatig gebeurt tijdens het gesprek. „Als je de Koran bestudeert, zie je dat slechts 430 verzen van de in totaal 6.236 iets zeggen over jurisprudentie. Wat is geoorloofd en wat niet? Dat is 7 procent. Ik vind het interessanter uit te zoeken waar de overige 93 procent in de Koran over gaat. Die behandelen vragen zoals: hoe gaan we met elkaar om, hoe versterk je de band met jouw Schepper en wat zijn de rechten van anderen?”

Hetzelfde, zegt hij, geldt voor de levenswandel van de Profeet. „Als imams het leven van de Profeet behandelen aan de hand van zijn veldslagen, welke boodschap geef je de moslim dan mee? Het lijkt alsof Mohammed 22 jaar van zijn 23-jarige profeetschap oorlogvoerend heeft doorgebracht en één jaar thuis was. Maar het tegenovergestelde is waar.”

Hockeyvereniging

En dus doet hij het elke dinsdagavond anders. In het Turks cultureel centrum waar hij zijn lessen geeft , luisteren de 34 aanwezige cursisten aandachtig. Het zaaltje ziet er verwaarloosd uit, kabels hangen uit de muur. Elke keer als Houri de naam van profeet Mohammed noemt, golft gemurmel door de zaal. Sallallahi alayhi wa sallam. Vrede zij met hem.

„Je moet fit blijven”, doceert hij. „De profeet deed aan zwemmen, paardrijden, boogschieten en rennen. Diegenen die graag in termen van halal en haram denken, zullen meteen zeggen: ah, dat zijn de enige geoorloofde sporten. Nee, natuurlijk niet. Hoe groot is de kans dat ze in die tijd een hockeyvereniging hadden waarbij de profeet zich kon aansluiten?” De zaal lacht.

Houri heeft hoop voor de toekomst van de islam in Nederland, zegt hij voor aanvang van de les. „Jongeren zijn nu juist geïnteresseerd in die 93 procent. Ze merken dat het niet klopt: je te moeten committeren aan een religie met regels die het leven moeilijker maken terwijl er letterlijk in de Koran staat ‘We hebben deze openbaring niet gedaan om het jou moeilijker te maken’. De islam zou een verrijking moeten zijn, en niet voor problemen moeten zorgen met je buren of collega’s.”

Houri ziet het als zijn taak om jongeren bewuster te maken, legt hij uit. Te bevrijden zelfs, van de mensen die beslag leggen op hun hoofden. Hij gunt ze hun intellectuele vrijheid. „En dan mogen ze zich best allerlei strenge regels opleggen, als ze het maar van alle kanten hebben onderzocht. En belangrijk: Verketter geen mensen die een andere keuze maken.”