Opinie

Goud lonkt, nu de wereld versplintert

Maarten Schinkel

Opvallend nieuws van de World Gold Council, de organisatie die de goudmarkt wereldwijd bijhoudt. Centrale banken kochten in het eerste kwartaal van dit jaar 145,5 ton goud. Dat is de grootste toename in het eerste kwartaal sinds 2013. Het lopende gemiddelde van goudaankopen door centrale banken bereikte, met 716 ton, een hoogtepunt.

Dat is een heel contrast met het begin van deze eeuw, toen veel centrale banken juist goud verkochten. Globalisering onder de onbetwiste leiding van de Verenigde Staten en de komst van de euro maakten goud minder belangrijk als reserve. Goud is een gestolde vorm van argwaan. Tegen het financiële systeem. Tegen de almacht van de Amerikaanse dollar. Tegen de vrije wereldhandel.

Dat wantrouwen was er in de jaren negentig niet. In tegendeel: het kapitalisme was zonder rivalen, en de wereld floreerde onder de Pax Americana. Aan het begin van dat decennium bezat De Nederlandsche Bank nog 1.700 ton goud. Dat is nu, volgens de World Gold Council, nog 612 ton. Ook veel andere centrale banken verkochten destijds. Zelfs het Internationaal Monetair Fonds deed een deel van zijn goud van de hand. Zeer tegen de zin van Duitsland, want dat land verkocht nauwelijks.

De goudaankopen door centrale banken zijn op het hoogst punt in vijftig jaar

Zo groot was de verkoopwoede dat centrale bankiers onderling afspraken maakten over wie wanneer hoeveel goud van de hand zou doen. Anders zou de goudprijs er te veel onder lijden. Die prijs zakte desondanks naar onder de 300 dollar per troy ounce (31,1 gram) rond de eeuwwisseling. Dat is nog geen kwart van de 1.280 dollar die je er nu voor betaalt.

Hoe anders is het dus in 2019. Centrale banken kopen juist goud in. Maar westers zijn zij niet, al bestaat de wereldwijde topvier van goudbezitters nog steeds uit de Verenigde Staten, Duitsland, Italië en Frankrijk. De grootste opkoper in het eerste kwartaal van dit jaar was Rusland. Dat kocht 55,3 ton en heeft de afgelopen vier jaar telkens meer dan 200 ton ingeslagen. Tegelijk worden dollarreserves afgebouwd. De reden, volgens de vicepresident van de Russische centrale bank Sergej Sjvetsov: opvoeren van de reserves „met het oog op voortdurende risico’s op sancties”. De nummer twee in het afgelopen kwartaal was Turkije, met 40,1 ton. Gevolgd door China, met 33 ton.

De World Gold Council (WGC) stelt dat een relatief lage economische groei en handelsspanningen bijdragen aan de huidige koopwoede. Ook de lage of soms negatieve rente maakt goud, dat zelf geen rente draagt, relatief aantrekkelijk – of beter: minder onaantrekkelijk. Maar de WGC noemt ook geopolitieke overwegingen.

Inderdaad: het is niet moeilijk om in de Russische, Turkse en Chinese aankopen een anti-dollarsentiment te zien. De Amerikaanse munt is nog steeds almachtig als internationale reservemunt. Maar de machtsbalans begint te verschuiven. De nettogoudaankopen door centrale banken zijn nu op het hoogste punt in vijftig jaar. Dat is geen toeval: eind jaren zestig wankelde het naoorlogse Bretton Woods-systeem waarbij de dollar de spil was. Alle munten hadden een vaste koers tegenover de dollar, die op zijn beurt inwisselbaar was voor goud. Maar toen steeds meer landen die laatste belofte begonnen te testen en goud voor hun dollars eisten, was het snel gebeurd. In 1971 klapte het stelsel en sindsdien zijn er weer zwevende wisselkoersen. Staan we opnieuw voor zo’n omslagpunt in het internationale monetaire systeem? Nog niet. Maar als je goed luistert, hoor je het zagen aan de stoelpoten.

Maarten Schinkel schrijft over economie en financiële markten.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.