Opinie

    • Floor Rusman

FVD’s on-Nederlandse hang naar ongelijkheid

‘Een fundamentele aanval op al het normale”, zo noemde de Tsjechische oud-president Václav Klaus maandag de gelijkwaardige positie van seksuele minderheden in westerse samenlevingen. De conservatieve Klaus, die al bekend stond om zijn afwijzing van ‘homoseksualisme’, was door Forum voor Democratie uitgenodigd om de Renaissancelezing te geven. Daar praatte hij over de EU en migratie, maar ook over de „onverantwoordelijke ideologieën” van genderisme en feminisme, die volgens hem de verschillen tussen de seksen ontkennen en de familie willen terugdringen. Nadat Klaus de gelijkwaardige positie van seksuele minderheden ook nog een „fatale aanval op de vrijheid van individuen en de vrije samenleving” had genoemd, begon de zaal luid te applaudisseren.

Toch even wennen. Bij de vorige uitdagers op rechts, Fortuyn en Wilders, waren de homorechten juist een bewijs van de westerse superioriteit. De moslims, díé zijn achterlijk, want bij hen zijn vrouwen en homo’s inferieur!

Dit thema lijkt een belangrijk verschil tussen Fortuyn en Wilders enerzijds en Baudet anderzijds. In een voorstel voor een ‘Wet Bescherming Nederlandse Waarden’ schreef FVD braaf dat alle mensen „fundamenteel gelijkwaardig” zijn „ongeacht geslacht, ras en seksuele gerichtheid”, maar toch wijst niet alles die kant op. In een interview met het Zwitserse weekblad Die Weltwoche deed Baudet er afgelopen maart niet geheimzinnig over: zijn missie is om de waarden van de Franse Revolutie (vrijheid, gelijkheid en broederschap) te bestrijden. „Wij willen dingen die haaks staan op het politieke spectrum dat het Westen sinds de Franse Revolutie heeft gedomineerd.” Op zichzelf is het te prijzen dat een politicus met een visie durft te komen, maar dit is wel een opmerkelijke. Wellicht bestond er voor de Franse Revolutie (1789) meer worteling en gemeenschapszin, zoals Baudet zegt, maar de gemiddelde vrouw, homo, transgender of etnisch afwijkende zal waarschijnlijk liever nu leven dan toen, net als trouwens het grootste deel van de blanke mannen.

Het grappige is dat dit Franse Revolutie-bashing ingaat tegen een belangrijke Nederlandse waarde: gelijkheid. Nederlanders staan erom bekend een hekel te hebben aan hiërarchie. De premier moet op de fiets naar het werk, de koning werd tot voor kort jaarlijks vernederd door hem publiekelijk oud-Hollandse spelletjes te laten spelen. Kinderen hebben meer inspraak dan waar ook ter wereld, net als werknemers – niemand mag te duidelijk de baas spelen.

Dat typisch Nederlandse egalitarisme schijnt al te bestaan sinds de middeleeuwse strijd tegen het water, maar pas in de twintigste eeuw kreeg iedereen gelijke rechten. Weinig politici durven het sindsdien aan om de gelijkheid ter discussie te stellen: in Nederland kun je, wie of wat je ook bent, „gewoon lekker jezelf zijn”, aldus een VVD-slogan uit de jaren tachtig. Geen wonder dat dit het eerste land was waar het homohuwelijk mogelijk werd, en dat ook rechtse partijen meedoen aan de GayPride.

Het internationale conservatisme dat overal opkomt, van Brazilië tot Hongarije en van de Verenigde Staten tot Oostenrijk, staat met zijn nadruk op verschillen en hiërarchie ver af van dit gezellige gelijkheidsdenken. Baudet noemde het een „Europese lente” en een „renaissance”, „een beweging in de hele westerse wereld die de richting van al onze landen in de komende twee generaties gaat veranderen”. Dat die beweging misschien aanpassing behoeft aan de Nederlandse context, lijkt bij Baudet niet op te komen. Hij presenteert deze ‘renaissance’ als de one-size-fits-all-oplossing, net zo geschikt voor Hongarije als voor Nederland. En dat is ironisch, want die desinteresse in de unieke kwaliteiten van de natie is precies wat hij de Europese Unie verwijt.

Floor Rusman is redacteur van NRC