‘Er komt natuurlijk een dag dat ik moet stoppen’

Ondernemen Het worden er steeds minder in Amsterdam, maar ze zijn er nog: leuke, gekke, bijzondere winkeltjes. Ditmaal: een voetenzaak van weleer in de Maasstraat.

Meer een decor dan een winkel, meer vervlogen glorie dan van nu. De gedateerde etalages van schoenenwinkel C. Tuinder & Zn. in de Maasstraat stralen leegte uit. De schoenen en pantoffels ogen degelijk. Maar eenmaal binnen in de speciaalzaak – met toegewijde pedicureservice – ontwaart zich een vooroorlogse parel: een firma op uitsterven, onmiskenbaar charmant.

Meer dan duizend verbleekte schoenendozen staan rijen dik gestapeld, van de grond tot het plafond. Ze bedekken drie van de vier wanden. Maar schoenen? Die zijn in de winkel amper te zien. Opvallend: alle dozen hebben hetzelfde etiket aan de voorkant, op de korte kant. „Die eenheid geeft een zekere rust”, zegt Cornelis Tuinder (74), de huidige eigenaar en al zestig jaar – tegenwoordig zes dagen per week – werkzaam in de winkel. ‘Kees’, Tuinders roepnaam, heeft geen personeel.

„Mijn moeder, met wie ik meer dan dertig jaar samen in de zaak werkte – zij was ‘het haantje’ – vroeg leerlingen van de Amsterdamse Grafische School uit de Dintelstraat om een etiket te ontwerpen.” Gniffelend: „Vandaag de dag moet daar natuurlijk geld voor op tafel komen, toen kon dat nog.” Tuinder bleef zijn moeder Mies elke dag zien. Ook toen zij op haar 82ste niet meer „de eerste viool in de winkel speelde”, smeerde ze nog bijna dagelijks zijn boterhammen.

Etiketten als wanddecor

De etiketten als ‘wanddecor’ bleken een gouden idee. Tuinder pakt een map en tovert de ene na de andere geënsceneerde foto, binnen bij firma Tuinder, tevoorschijn: afstudeerwerk van fotografiestudenten – met figuranten of Tuinder ‘strak in pak’ poserend op een trapje – en een oude KvK-campagne met de ‘dozenwand’ als achtergrond. „Er is hier gefilmd voor reclamespotjes en ga zo maar door”, zegt hij.

Foto Rob van Dullemen

Mosgroen tapijt, houten pasbankjes met leren zittingen en kamerplanten maken de winkel huiselijk. NPO Radio 4 – „Hilversum 4” – dient als „geluidsbehang”. Op de stoffen wand waar geen schoenendozen staan, hangen kleine schilderijtjes ietwat scheef; omringd door een kunstboeket, een zwart-wit foto van „grootvader Cornelis” en een borduursel gemaakt door Tuinders moeder. Een beschilderd bord verwijst naar het 100-jarig jubileum in 2000.

Tuinders overgrootvader was schoenreparateur voor de scheepvaart en zijn broer had het patent op de zogeheten ‘welfschoen’. Cornelis Tuinder, Kees’ opa, trad in hun voetsporen en opende zijn eerste schoenenzaak aan de Amsterdamse Ceintuurbaan, op 29 januari 1900. In 1936 werd daar de huidige winkel in de Maasstraat aan toegevoegd, door inmiddels de derde generatie Tuinders: „mijn vader bestierde de Ceintuurbaan tot 1981”, zegt Kees Tuinder daarover. Het echtpaar Tuinder woonde aanvankelijk in het achterhuis van de winkel aan de Maasstraat, tot de familie – er kwamen zeven kinderen – in het woongedeelte met vier kamers uit haar voegen barstte.

„Ik ben er gewoon ingepraat”, zegt Tuinder, als middelste en enige Cornelis van het gezin. „Die naam, hè. Maar ik heb er nooit spijt van gehad.” Al jaren specialiteit van de Tuinders? Comfortschoenen, of zoals dat vroeger heette „steun- en gemakschoenen” – denk aan een schoen met een doorlopende rubberhak of een bolle lederen neus.

Meer dan duizend verbleekte schoenendozen staan rijen dik gestapeld tot het plafond

In de winkel, waar sinds 1963 niets meer aan het interieur is veranderd, staat weinig geëtaleerd. Een rekje toont wat schoencrèmes en -sprays, boven de oude kassa hangt nog een restje fournituren. Inkopen doet Tuinder al zo’n vijf jaar niet meer. „In één middag bevoorraad ik de hele winkel, maar het duurt jaren om het weer te verkopen. Er komt natuurlijk een dag dat ik moet stoppen. Bovendien: de modische schoenen van tegenwoordig geven niet genoeg comfort.”

„Schoenen van weleer kunnen vandaag niet meer”, zegt Tuinder. De schoenen die nog verkocht worden, zo’n dertig à veertig paar per maand, gaan weg met kortingen – „je moet er toch op een nette wijze vanaf” – die oplopen tot wel 50 procent. Tuinders verkooptechniek? „Als een klant binnenkomt met een bepaalde vraag, dan zeg ik: ‘dan moet je die schoen nemen’. Ik weet alles te staan, luister goed naar de klant, bestudeer de voet en dan is er een grote kans dat het eerste paar schoenen dat ik pak ook daadwerkelijk wordt verkocht.” Zijn klanten zijn veelal bekende gezichten. „Uiteindelijk zullen er gaten vallen in het ‘wanddecor’, maar aan lege showdoosjes doe ik voorlopig nog niet.”

Omdat veel voetproblemen volgens Tuinder ontstaan door „te korte schoenen” was voetverzorging en een inpandige pedicureruimte – om de hoek van de stoffen wand staat een ‘vintage pedicurestoel’ in een verder sobere ruimte – niet meer dan logisch. „De schoen, eens gekocht, paste bij het moment van kopen, maar voeten worden groter en de schoen niet. De klant wil er vaak geen afstand van doen. ‘Ze waren zo duur’ of ‘ze passen bij een bepaald kledingstuk’”, verklaart Tuinder.

Gestapelde pindakaaspotjes

Foto Rob van Dullemen

„Voetverzorging is tegenwoordig de kurk waar ik op drijf”, zegt Tuinder. Om de huur te kunnen betalen zijn zo’n zestig voetbehandelingen per maand nodig. Zo’n behandeling kost 33 euro 50; nagels knippen, nagelriemen schoonmaken, eelt en eventueel likdoorns of wratjes verwijderen. Vies vindt hij al die voeten niet: „Als mensen vuile voeten hebben dan stuur ik ze terug, ik ben geen voetveeg.”

Het ritme volgens Tuinders principe ‘eenheid geeft rust’, zoals de stapels dozen, herhaalt zich in de winkel: rijen van gestapelde pindakaaspotjes gevuld met zand en stenen uit verschillende landen. „Het meeste zand heb ik zelf verzameld, maar ik krijg ook zand van klanten.”

Tuinder behandelt vooral senioren. Soms fietst hij er buiten openingstijden zelfs naar toe, als zijn klanten slecht ter been zijn. Het klantenbestand varieert van zeventigers tot mensen van boven de honderd; „Inmiddels ben ik niet meer de jongste.” Het wordt steeds lastiger om bij zijn eigen voeten te kunnen of de dozen van de bovenste plank te halen. „Dat deed ik vroeger fluitend.”

„Volgend jaar is het 120-jarige jubileum, dat is best een mooie tijd om te stoppen”, overpeinst hij. Stopt Tuinder, dan sluiten de deuren voorgoed. „Ik heb één dochter, maar ik voelde al bij de geboorte dat ze de zaak niet over zou nemen.” Besproken hebben ze het nooit.