Recensie

Recensie Beeldende kunst

Dingen doen ertoe op de expositie van Jessica Stockholder

Tentoonstelling Stuff Matters is een vrolijke en meeslepende expositie in het Centraal Museum waarop Jessica Stockholder als een kind in een speelgoedwinkel aan de slag ging met de museumcollectie.

Jessica Stockholder verbindt op Stuff Matters de collectie van het Centraal Museum met eigen werk en de ruimte.
Jessica Stockholder verbindt op Stuff Matters de collectie van het Centraal Museum met eigen werk en de ruimte. Foto Gert Jan van Rooij
    • Janneke Wesseling

‘Assist’, een recente serie werken van Jessica Stockholder, bestaat uit sculpturen die niet zelf rechtop kunnen staan en de steun van een ander kunstwerk nodig hebben. Op haar tentoonstelling in het Centraal Museum staat een 16de-eeuwse stenen sculptuur van een heilige bisschop, afkomstig van de Dom van Utrecht, met een kleurig, abstract metalen object van Stockholder, stevig aan elkaar vastgesjord met een felgekleurde spanband. Deze werkwijze is een vorm van assemblage, of een ‘enten’ van het ene object op het andere.

Jessica Stockholder (1959) begon haar loopbaan als schilder. Maar de Amerikaanse wilde direct de begrenzingen van het schilderij doorbreken. Zij is geïnteresseerd in de verbindingen die dingen met elkaar aangaan, in de overgangszone, de soms nauwelijks waar te nemen randen, waar objecten elkaar ontmoeten, of waar ze een verbinding aangaan met de omgeving. Deze ‘ontmoetingen’ beschouwt Stockholder als metaforen voor kwesties van autonomie en individualiteit, niet alleen betreffende het kunstobject of kunstenaarschap, maar op allerlei gebieden van het leven.

Stockholder werd door het Centraal Museum uitgenodigd om haar werk te exposeren en tevens om iets te doen met de collectie van het museum. Het museum beheert zo’n 50.000 voorwerpen, van oudheidkundige objecten en objecten die betrekking hebben op de stadsgeschiedenis, tot meubels vanaf de Barok tot heden, oude schilderkunst, een grote verzameling meubels van Gerrit Rietveld, mode en vormgeving, en moderne en hedendaagse kunst. De opdracht was een kolfje naar haar hand. Stockholder verweefde zo’n 60 voorwerpen met eigen objecten, waarbij ze de assemblage-methode toepaste die kenmerkend is voor haar praktijk.

Banale dingen

Haar opzet is om de kunstwerken dichterbij het publiek te brengen, in plaats van ze ingelijst en ingekaderd op afstand te houden. In een interview vertelt Stockholder dat ze zich vaak ongemakkelijk voelt in de ‘verdovende’, oninspirerende omgeving van musea en galeries. Tegelijkertijd houdt ze van musea om wat deze mogelijk maken, en omdat je er als kunstenaar van alles kan onderzoeken en uitdrukken „zonder dat je je buurman schade berokkent”. Een museum of galerie kan een plek van grote intensiteit zijn, waar kunstwerken op een hoger plan worden gebracht en worden gepresenteerd als iets bijzonders. Voor haar geldt dat het museum het haar mogelijk maakt om aandacht te besteden aan banale dingen. Stockholder probeert iets van het bijzondere, iets van de geïntensifieerde kwaliteit van de kunst over te brengen op de wereld van alle dag.

Het museum is voor Stockholder dan ook geen ‘white cube’. „This canvas is not white”, zoals zij zegt. Alles wat zij er aantreft kan functioneren in haar installaties, alles kan tot spreken worden gebracht: ramen, muren, kunstwerken, trappen, doorkijkjes. De ervaring van kleur is hierbij een verbindende factor. In Utrecht zijn muren beschilderd met brede verfstreken, door haarzelf en door leden van de museumstaf. Steigers zijn neergezet als onderdeel van een alomvattende sculptuur en om een blik van bovenaf mogelijk te maken. De installatie Extra Mural Coupling, gemaakt voor het Centraal Museum, verbindt het interieur en het exterieur van het museum, door middel van spiegels en vensters en door lange koorden.

Afgesleten verf

Toch is Stockholders expositie in Utrecht conventioneler dan sommige van haar vroegere installaties. Beroemd zijn die uit de eerste helft van de jaren negentig, onder meer in kunstcentrum Witte de With (1991), het Consortium in Dijon, Münster, Chicago en New York. Hier waren de zalen zelf door haar opgevat als één grote sculptuur. Muren waren beplakt met kranten, beschilderd en behangen met grote structuren van multiplex. Een rij rechtopstaande theaterstoelen vormde een zuil, koelkastdeuren hangend van het plafond, lange snoeren met brandende lampen, balken en hellingbanen slingerden zich door de museumzalen. Overal waren uitbundige kleurvlakken met grote gebaren aangebracht als was de tentoonstelling één groot schilderij.

Dat Stockholder in Utrecht niet alleen als kunstenaar optreedt maar ook als verantwoordelijk tentoonstellingsmaker maakt dat deze expositie meer klassiek van aard is. In de assemblages zijn de onderdelen toch als onafhankelijke kunstwerken aanwezig. In een zaal met stillevens bracht zij grotendeels onbekende schilderijen bijeen, zoals een stilleven met vissen (ca. 1956) van Lydia Radda en Kandelaar en glas (1882) van François Bonvin. Tussen een stilleven van een bakje met appels (1921) van Bart van der Leck en een stilleven met ossenkop (1747) van Aert Schouman hing zij een kleine Schwitters-achtige collage van zichzelf, Film Version sunset (2019).

Jessica Stockholder; Stuff Matters (T201901) Periode: 2019-04-19 - 2019-09-01. Locatie: Centraal Museum, Utrecht. Foto Gert Jan van Rooij

Klodders verf

Hoe sculpturaal en driedimensionaal soms ook, het werk van Stockholder is in de eerste plaats pictoraal van karakter, gedacht vanuit kleur en vlak. Lay of the Land, bestaand uit oranje winkelmanden, houten barkrukken, hangende lampen, beschilderde spiegels en een Perzisch tapijt, is in feite een driedimensionaal schilderij. In Fish out of Water spelen houten boekenkasten van Rietveld de hoofdrol, nederige plankenkasten die nog niet eerder geëxposeerd zijn. Ze zijn door Stockholder gekozen omdat ze bedekt zijn met dikke lagen beschadigde en afgesleten verf. Zij is gefascineerd door de huid van verf, de grens waar object en omgeving op elkaar reageren. Rietvelds ondiepe kasten worden met felgele spanbanden op hun plaats gehouden, staand op door Stockholder ontworpen gekleurde podia. Ze combineerde de kasten onder meer met krullerige 17de-eeuwse tafels.

Stuff Matters is de mooie maar lastig te vertalen titel van de tentoonstelling. Stuff is hier verwant aan stof en in matters zit het woord materie: stof, de concrete materie, doet ertoe. Op een van de 17de-eeuwse tafels staat een videomonitor die bedekt is met dikke klodders verf, als decoratiestuk. Decals Roam to Move (2015) is een zwaar en stoffelijk schilderij dat tegen de muur leunt, gemaakt van onder andere negen deuren, boombast, kurkfineer en gegalvaniseerde auto-onderdelen. Het is een werk vol humor en levenslust dat ook een prachtige hommage is aan Matisse.

Stuff Matters is een vrolijke en meeslepende tentoonstelling. Het plezier waarmee Stockholder, als een kind in een speelgoedwinkel, met de collectie aan de slag is gegaan is aanstekelijk. Naïef is zij echter allerminst. Uiteindelijk wil Stockholder de ervaring van tijdloosheid, van verhevenheid, van het ingelijste schilderij samenbrengen met de tegengestelde ervaring van beweging en veranderlijkheid. Dit maakt haar werk in eerste instantie verwarrend en chaotisch. Daarna is het vooral een sensueel vieren van schoonheid en vrijheid.