Brieven

Brieven

Optimisme

Genetisch bepaald

De 5 mei-lezing van Rosanne Hertzberger (Ik ben een optimistische Jood, 6/5) is prachtig. Ze breekt een lans voor het standpunt zich als derde generatie niet als slachtoffer te zien: „Ik weiger een vierde generatie slachtoffers groot te brengen”. Alle waardering voor een moedig verhaal. Er staat wel een – voor een bioloog onbegrijpelijke – foute alinea in: „want wie ook maar iets van evolutie weet kan zich voorstellen dat optimisme niet bepaald een eigenschap is waar positieve selectiedruk op zit. Optimisme was een levensgevaarlijke eigenschap voor Joden […]. En toch, op één of andere manier overleeft de eigenschap.” Dat er optimisme in haar familie voorkomt, heeft niet zozeer met evolutie te maken, als wel met genetica. Sinds het magistrale werk The Genetical Theory of Natural Selection van R.A. Fisher uit 1930 (!) weten we dat selectie werkt op genen, wat kan leiden tot verschuivingen in frequenties van genen over (vele) generaties in een populatie. Waar Hertzberger op doelt, is de genetische basis van optimisme. Dus persoonlijkheid en daarmee samenhangende eigenschappen leiden tot verschillen tussen personen en wellicht tussen families op de korte termijn van enkele generaties. Dat je op je (groot)moeder lijkt, berust op de genen die je met hen gemeen hebt, maar heeft met evolutie niets te maken.


gedragsbioloog

Libris Literatuur Prijs

Onevenredig verdeeld

Rob van Essen, een man, won de Libris Literatuur Prijs 2019. Nieuwsgierig naar hoe de man-vrouwverdeling bij de, vanaf 1994 toegekende Libris-prijzen was, bleek dat vanaf het jaar dat deze prijs het licht zag, maar twee vrouwen (Frida Vogels en Conny Palmen) deze prijs kregen. Dat is maar 8 procent. Ik kan mij niet voorstellen dat dit een accurate afspiegeling is van de man-vrouwverhouding onder Nederlandse auteurs.