Axel Rüger: ''Musea zijn topbedrijven."

Foto Merlijn Doomernik

Axel Rüger: ‘Nederland moet veel trotser zijn op zijn kunstschatten’

Axel Rüger Na 13 jaar verlaat Axel Rüger het Van Gogh om directeur te worden van de Royal Academy in Londen. Hoogtepunt was de terugkeer van de twee gestolen Van Goghs. Dieptepunt de toon waarop de politiek over kunst spreekt.

Het verlossende telefoontje kwam op 26 september 2016. Die dag belde een medewerker van de Italiaanse Guardia di Finanza naar het Van Gogh Museum in Amsterdam. Of er snel een expert naar het politiebureau van Napels kon komen. In een van de huizen van maffiabaas Raffaele Imperiale waren twee schilderijen gevonden die wel eens van Vincent van Gogh konden zijn.

Directeur Axel Rüger bevond zich op dat moment op een cruiseschip dat van Montreal naar New York voer. „Ik had aan boord lezingen gegeven. We waren net die ochtend in New York aangekomen en zaten op het dek te ontbijten, toen de secretaris van het museum belde. Ze zei: ‘Zit je? Het is vrijwel zeker dat de gestolen werken teruggevonden zijn.’ Nienke Bakker, onze conservator, is meteen op het vliegtuig naar Napels gestapt. Ik ben de volgende dag naar Italië gevlogen.”

Rüger, die in 2006 was aangetreden als directeur, had de twee Van Goghs nog nooit in het echt gezien. Zeegezicht bij Scheveningen (1882) en Het uitgaan van de Hervormde Kerk te Nuenen (1884-1885) waren al in 2002 uit het museum geroofd. „Destijds was het een collectief trauma”, herinnert hij zich. „Alle medewerkers wisten nog precies waar ze waren toen ze over de inbraak hoorden. Ik heb vooral de nasleep meegemaakt. Er moest veel gebeuren om de beveiliging te verbeteren. In de loop der jaren meldden zich af en toe mensen die zeiden te weten waar de schilderijen zich bevonden. Dan heb je steeds weer even hoop. Dat was best emotioneel.”

Eén van de gestolen en teruggekeerde schilderijen: Vincent van Gogh, Het uitgaan van de Hervormde Kerk te Nuenen (1884-1885) Foto Van Gogh Museum

Vincent van Gogh, Zeezicht bij Scheveningen (1882). Foto Van Gogh Museum

We spreken elkaar op de dag dat de schilderijen, na ruim twee jaar van onderzoek en restauratie, weer worden opgehangen in het museum. „Een droom die uitkomt, op de valreep”, zegt Rüger. Vanaf 1 juni wordt de 51-jarige Duitser directeur van de Royal Academy of Arts in Londen. Deze week neemt hij afscheid. Dat de gestolen Van Goghs nu weer op zaal hangen, noemt hij „een hoogtepunt” in zijn dertienjarige directeurschap.

In die dertien jaar dat Rüger de leiding had, heeft het Van Gogh een flinke reis afgelegd. Er kwam een nieuw entreegebouw, de vaste collectie werd heringericht. De bezoekersaantallen stegen van 1,5 naar dik 2,2 miljoen. Er werden langlopende onderzoeksprojecten afgerond naar de atelierpraktijk en het materiaalgebruik van Van Gogh. Er waren succesvolle tentoonstellingen, zoals Van Gogh en de kleuren van de nacht (2009), Munch: Van Gogh (2015), en Van Gogh & Japan (2018), en er werden mooie aanwinsten verworven.

„Toen ik begon,”, vertelt Rüger niet zonder trots, „was de omzet 34 miljoen euro per jaar, nu is dat 65 miljoen euro. We hadden destijds één marketingmedewerker en één fondsenwerver. Nu zijn dat afdelingen van ieder tien medewerkers.”

‘Ik heb veel respect gekregen voor Vincent van Goghs doorzettingsvermogen’

Zit er een limiet aan die groei? Vandaag waren alle kaartjes weer uitverkocht.

„Dat is inderdaad een probleem. Vanwege veiligheidsredenen is de capaciteit eindig. We moeten zorgen dat de ervaring van de bezoekers goed blijft. Maar de mens is van nature gericht op groei, persoonlijk en professioneel. Dat geldt ook voor een organisatie. De vraag is dus hoe je groei kunt creëren op andere vlakken.”

Het Van Gogh is heel actief op sociale media. Is dat een manier om te groeien?

„Van Gogh is een fenomeen met een wereldwijd publiek. Als museum heb je de taak om met dat globale publiek in contact te treden. We hebben nu drie mensen die alleen maar sociale media bedienen. We hebben het grootste digitale engagement van alle kunstmusea in de wereld. Met afstand. Dat betekent dat mensen iets met jouw posts doen: een like, iets doorsturen, een reactie plaatsen.”

Intussen wordt Van Gogh, mede dankzij Hollywoodfilms en documentaires, alleen maar populairder.

„Ja, dit jaar alleen al zijn er zes internationale Van Gogh-tentoonstellingen in de maak. Ons wordt natuurlijk de hele tijd om bruiklenen gevraagd, maar we hebben een relatief kleine collectie, die ook nog eens zeer kwetsbaar is. Reizen is voor schilderijen een grote belasting. De uitdaging is dus: hoe kun je op een innovatieve manier toch een presentatie vormen?”

Lees ook dit interview: Acteur Willem Dafoe speelt Vincent van Gogh

In 2016 lanceerde het museum in China de ‘Meet Vincent van Gogh Experience’. Maar dat 3D-spektakel bleek niet erg succesvol en leidde tot tonnen verlies.

„Bij de lancering in Beijing zijn we volledig de mist in gegaan, ook omdat we de verkeerde Chinese partner hadden. Dat is puur leergeld. Nu hebben we een doorstart gemaakt in Barcelona, waar de Experience gisteren 3.600 bezoekers trok op één dag. Vorige week opende er ook een Experience in Seoul, dus het lijkt nu echt van de grond te komen. Soms moet je eerst je verliezen nemen en erin blijven geloven.”

De aanhouder wint?

„Zeker. Dat gold ook voor de nieuwe entree. Toen ik bij het museum begon, had mijn voorganger John Leighton een notitie voor mij achtergelaten met dingen die ik moest weten. Zoals: ‘De vijver is een bron van irritatie, maar denk er niet aan om dat te veranderen want het is een integraal onderdeel van het architectonische concept.’ Op een gegeven moment ben ik toch naar Japan gegaan om met de erven van architect Kisho Kurokawa te spreken. Tot ieders verrassing waren ze zeer bereid om over de aanpassing na te denken. Het nieuwe entreegebouw heeft zich vervolgens heel snel en natuurlijk ingevoegd. Nu kan bijna niemand zich nog herinneren hoe het vroeger was.”

Axel Rüger kwam binnen als specialist zeventiende-eeuwse schilderkunst, zonder leidinggevende ervaring. Hij was in Berlijn gepromoveerd op de Haagse kunstenaar Bartholomeus van Bassen en had zeven jaar lang als conservator Hollandse schilderkunst gewerkt bij de National Gallery in Londen. „Ik was net 38 en voor het eerst directeur. Het was een risico dat de raad van toezicht nam, en de organisatie moest daar maar mee dealen. In het begin was dat niet altijd even makkelijk.”

Hij heeft er wakker van gelegen, geeft Rüger toe. „Hoe geef je sturing: wat is nu eigenlijk je visie? Iedereen kijkt naar jou. Je staat toch als een konijn in de koplampen. Er was zeker die eerste tijd wrevel. Je mag als organisatie verwachten dat de nieuwe directeur met ideeën komt en die had ik aanvankelijk niet voldoende paraat. Maar het museum heeft geduldig gewacht tot ik beter wist hoe ik het wilde aanpakken. Daarvoor ben ik de medewerkers ten diepste dankbaar.”

Ik zie het echt als het dieptepunt van mijn tijd hoe er tijdens het bewind van VVD-staatssecretaris Halbe Zijlstra over de kunst werd gesproken

Is een museum vergelijkbaar met een topbedrijf?

„Musea zijn topbedrijven. Ik maak me er al een tijd kwaad over dat de professionaliteit van onze sector onvoldoende wordt waargenomen en gewaardeerd. Alsof wij een hobby aan het bedrijven zijn. Vaak wordt er gedacht dat je het met drie medewerkers wel moet redden: iemand die de schilderijen ophangt, iemand die de kaartjes verkoopt en nog iemand die koffie schenkt. Weinigen beseffen hoeveel discipline en specialiteit er in zo’n organisatie zit. En dan heb ik het niet alleen over de kunsthistorici en restauratoren, maar ook over de medewerkers op andere gebieden. Om iedere dag veilig meer dan vijfduizend mensen door je gebouw te loodsen, vergt veel expertise op het gebied van crowdmanagement, veiligheid en klantvriendelijkheid.”

Heeft u het nu over de negatieve manier waarop door sommige politici over de kunstwereld werd gesproken?

„Jazeker. Ik vond het enorm confronterend, en zie het echt als het dieptepunt van mijn tijd in Nederland, hoe er tijdens het bewind van VVD-staatssecretaris Halbe Zijlstra over de kunstwereld werd gesproken. Het gaat mij niet zozeer om de bezuinigingen, die hebben de afgelopen jaren overal in Europa plaatsgevonden. Specifiek voor Nederland was de onvoorstelbaar badinerende retoriek waarmee de bezuinigingen gepaard gingen. Onze eigen bewindspersoon vond het nodig om de hele sector neer te zetten als een linkse hobby waar we makkelijk zonder zouden kunnen. Daarmee stelde hij de maatschappelijke consensus, dat cultuur onderdeel is van de samenleving, ter discussie. Dat er relatief weinig protest kwam, vond ik ronduit beledigend. Het kabinet nam het niet op voor de sector en heeft het allemaal stilzwijgend geaccepteerd. Ik zou willen dat Nederland zich meer zou realiseren wat een schat aan kunst en cultuur dit land heeft.”

Zijn we te bescheiden?

„Was het maar alleen bescheidenheid. De culturele rijkdom wordt niet op waarde geschat. Die is ongelofelijk voor een land met maar 17 miljoen inwoners, ongeveer zo groot als de Duitse provincie Nordrhein-Westfalen. Nergens ter wereld is zo’n grote dichtheid qua musea per inwoner. Amsterdam telt slechts 850.000 inwoners, maar heeft wel twee kunstmusea die jaarlijks meer dan 2 miljoen bezoekers trekken. In heel Duitsland is er niet één kunstmuseum met zoveel bezoekers. Daar zou de rijksoverheid dus veel trotser op kunnen zijn door het veel meer internationaal uit te dragen.”

Nu vertrekt u naar Londen, naar een instelling die helemaal geen subsidie krijgt. Is de Royal Academy in dat opzicht anders qua organisatie?

„Het is een kunstenaarsvereniging en heeft daardoor een complexe bestuurlijke structuur. De kunstenaars hebben het feitelijk voor het zeggen. En dan zijn er nog de 95.000 vrienden die je ook te vriend wilt houden. Omdat de Royal Academy niet gesubsidieerd wordt, moet er veel geld geworven en verdiend worden. De exposities moeten echt succesvol zijn om voldoende inkomsten te genereren. En dat in een stad waar veel concurrentie is. Het bijzondere van de Royal Academy is dat die het volledige terrein van de kunstgeschiedenis bestrijkt, van de Oudheid tot hedendaagse kunst en alle wereldculturen. Juist die verbreding vind ik interessant. Hier was ik natuurlijk heel erg gefocust op één kunstenaar.”

Bent u van Van Gogh gaan houden?

„Zeker. Ik heb vooral veel respect gekregen voor zijn doorzettingsvermogen en zijn visie. Voor dat gevoel van de aanhouder wint. Want ook al is het voor hem persoonlijk tragisch afgelopen, zijn nalatenschap is groots.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.